H.J.A. Hofland

Verder de steeg in

Als gevolg van het gevecht tussen de liberale titanen Rutte en Verdonk zal er in Nederland de afgelopen week niet veel aandacht zijn geweest voor wat er in de rest van de wereld gebeurde. Buiten de landsgrenzen was het denkend deel van het Westen vooral nieuwsgierig naar wat generaal David Petraeus, opperbevelhebber van de Amerikaanse troepen in Irak, en Ryan Crocker, ambassadeur in Bagdad, zouden verklaren. En daarna ging het natuurlijk om de rede van George W. Bush. Dit is het eigenaardige van deze president: onder zijn leiding hebben de problemen in Amerika en de wereld zich gestaag verder opgestapeld, hij wordt langzamerhand tot het historisch voorbeeld van een failed president en toch sluimert altijd nog de kleine verwachting dat hij het verlossende woord zal spreken.

Opnieuw is het allemaal niet meegevallen. In min of meer andere bewoordingen hetzelfde ouwe liedje. Wel allerlei nieuwe bewijzen dat er vooruitgang wordt geboekt, niets over de werkelijke toestand ter plaatse, over een land dat door de oorlog, de burgeroorlog, de sektarische gevechten en het terrorisme in een ruïne is herschapen, geen woord over de omstreeks honderdduizend Iraakse slachtoffers en het enorme vluchtelingenprobleem. ‘Geen oplossing, geen uitgang, geen strategie, geen waarheid over Irak’, concludeerde The New York Times in een lang hoofdartikel. In plaats daarvan opnieuw deze president in zijn ‘state of denial’, zijn permanente ontkenning van de werkelijkheid. Dat is het andere probleem waarmee het hele Westen nog een jaar en bijna vier maanden rekening moet houden.

Kan het nog erger dan het nu is? Misschien, zeggen degenen die van mening zijn dat de Amerikanen moeten blijven. Maar ze moeten het erop wagen. The Economist, in 2003 verklaard voorstander van de oorlog, schrijft dat als Amerika weer zou kunnen kiezen, het zich niet in een burgeroorlog in Mesopotamië zou begeven. ‘Na uit eigenbelang de invasie te hebben ondernomen – tot verwijdering van de massavernietigingswapens die er niet waren – is Amerika iets verplicht, aan de kleine meerderheid van de Irakezen die willen dat het er blijft. We weten niet of het land kan worden hersteld. Het kan zijn dat het al te diep is weggezonken. Maar het is nog te vroeg om daarover te kunnen oordelen.’

Hoeveel doden hebben we nodig om tot een gefundeerd besluit te kunnen komen? Dat weten we dus nog niet, moet proefondervindelijk worden bewezen. Intussen maakt het Pentagon plannen voor een Amerikaanse militaire aanwezigheid op ‘langere termijn’, ook om daarmee Iran in bedwang te kunnen houden. Het doet, nog in de verte, denken aan de Suez-crisis in 1956, toen de Egyptische president Nasser het Suezkanaal had genationaliseerd en de Britten en Fransen met hulp van Israël die daad ongedaan wilden maken. De onderneming mislukte, ook omdat Amerika weigerde de oude koloniale mogendheden te steunen.

Nu proberen de Amerikanen zelf met militaire middelen de dienst in het Midden-Oosten te regelen. Permanente militaire aanwezigheid van het Westen in iedere niet-westelijke natie, en zeker in het Midden-Oosten, ook met de nobelste bedoelingen, wordt daar opgevat als een nieuwe vorm van kolonialisme. Wekt dus verzet, in vormen die hier als terrorisme worden beschouwd. Meer dan vier jaar ervaring in Irak en Afghanistan heeft geleerd dat de strijdkrachten van het Westen geen antwoord op deze vorm van oorlogvoering weten. Zo komen we terecht in de vicieuze cirkel waarvan Irak het gruwelijke voorbeeld is.

Dan komt de volgende fase in deze strijd die niet te winnen is en niet mag worden verloren. Het thuisfront begint er genoeg van te krijgen. Zo ver is het in Amerika al een paar jaar. De tussentijdse verkiezingen van 2006 werden opgevat als een referendum over Irak. De Republikeinen raakten hun meerderheid in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden kwijt. Maar het verlies was niet groot genoeg om Bush tot een andere strategie te dwingen. In plaats van een geleidelijk terugtrekken volgde de ‘surge’, dertigduizend man extra. Die surge is grotendeels mislukt.

Dit alles betekent dat het Westen in 2009 de puinhoop van Bush erft. En daarna? Osama bin Laden heeft een probaat middel: laat Amerika zich tot de islam bekeren. De conservatieve politicoloog Edward Luttwak is van mening dat Amerika lijdt aan het Mussolini-syndroom. De Duce werd door de hele wereld gevreesd, maar toen puntje bij paaltje kwam, moesten de Duitsers hem voor de nederlaag in Joegoslavië behoeden. Als het Westen zich uit het Midden-Oosten zou terugtrekken, zouden de landen daar hun zwakte beseffen. Door onze aanwezigheid zijn ze sterk. En hun potentaten blijven de olie verkopen. Zo eenvoudig is het ook weer niet. Eerst de erfenis van Bush verwerken.