Kunst: Shirin Neshat

Verder de wereld in

Shirin Neshat, Munis (filmstill), 2008 © Larry Barns / courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery, New York en Brussel

In het GEM wordt het werk van Shirin Neshat getoond als een oosters sprookje. Maar het was de Iraans-Amerikaanse kunstenaar juist te doen om universele kwesties. Problemen tussen man en vrouw zijn overal hetzelfde.

Op de tentoonstelling van Shirin Neshat zou je makkelijk een paar uur kunnen doorbrengen, als je tenminste doet wat Arthur Danto over Neshats video’s schreef in 2010. De Amerikaanse kunstcriticus en filosoof vergeleek haar werk met sprookjes, die je steeds weer opnieuw kunt horen en waarvan de herhaling betekenis toevoegt.

Het eerste beeld uit de tentoonstelling is geen video. Het is een weinig sprookjesachtige zwart-witfoto van Neshat in zwarte kleding en met hoofddoek: ze richt een revolver op de kijker. Faceless heet het. Het lijkt een schreeuw om vooroordelen: geweld, hoofddoeken, onderdrukte vrouwen: islam, weet u wel? Er staan bovendien Arabisch lijkende gekalligrafeerde teksten op haar gezicht en handen, is dat niet precies wat Ayaan Hirsi Ali ook al deed met die koranteksten? Toch niet: Neshat maakte het werk vóór de terreuraanslagen van de laatste jaren, vóór de moord op Theo van Gogh, zelfs nog vóór 11 september 2001: Faceless is uit 1994, de teksten zijn fragmenten van door vrouwen geschreven Perzische poëzie.

Poetry in Motion luidt de wat brave titel van Neshats tentoonstelling. Het GEM, museum voor actuele kunst, toont haar werk ‘als hedendaagse stem bij de tentoonstelling Glans en geluk’, die nu in het Haags Gemeentemuseum is te zien, het naastgelegen moederschip. Bij die expositie gaat het over kunst uit de wereld van de islam tot ongeveer 1800, grotendeels keramiek uit eigen collectie. De keuze voor Neshat als hedendaagse islamitische stem is begrijpelijk vanwege haar geboorteland Iran en haar werk, dat oppervlakkig gezien lijkt te gaan over de islam, maar verrassend als je haar biografie beter leest en haar werk beter bekijkt.

Shirin Neshat werd in 1957 geboren in Qazvin, een religieuze stad zo’n negentig kilometer van Teheran. Haar moeder noemt Neshat ‘wise but not very educated’, haar vader was dokter, had wél een goede opleiding gehad en wilde dat ook voor zijn zoons én dochters. Een westerse opleiding: Neshat ging in Iran naar een Italiaanse, dus katholieke nonnenschool. Het kloosterregime viel haar zwaar, ze kreeg anorexia. Ze mocht op haar zeventiende, in 1975, naar haar zussen in Californië. Terwijl haar zussen zonder diploma’s terug gingen naar Iran om te trouwen en zij in Californië, na nog meer katholieke scholen, naar de kunstacademie ging, brak in Iran de revolutie uit. De toegang tot het land van haar jeugd en haar familie was afgesloten, Neshat werd en bleef Amerikaans.

In 1991 kon Neshat voor het eerst sinds de revolutie van 1979 terug. Ze schrok van wat ze aantrof: het religieuze fanatisme, de impact van de omwenteling. Sinds haar eindexamen had ze geen kunst gemaakt, wel was ze met haar eerste echtgenoot betrokken bij het activistische Storefront for Art and Architecture in New York. Women of Allah, het project waartoe Faceless ook behoort, was Neshats eerste autonome werk. Een jeugdwerk noemt ze het nu, ze had een schilderopleiding gevolgd, had daar nooit veel toekomst in gezien, en voelde zich al snel ook beperkt door de fotografie. Iran en de politieke en sociologische patronen die daar speelden zouden nog zo’n twintig jaar terugkomen in haar favoriete media: film en video.

Shirin Neshat, Rapture (filmstill), 1999 © Larry Barns / courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery, New York en Brussel

In GEM sta je daarom na de entree in een filmzaal. Twee schermen recht tegenover elkaar; ertussen, net buiten het midden, staan de bankjes voor de toeschouwers. Die volgen de films als bij een tenniswedstrijd, hoofd naar links, hoofd naar rechts, en weer terug. Turbulent, een korte film uit 1998, is een voorstelling in een voorstelling. Rechts: een man staat op een podium, met zijn rug voor een mannenpubliek, allemaal in het wit. De zanger begint, hij wordt begeleid door muziek. Links: een in zwarte doeken gehulde persoon met haar rug naar ons gericht, gezicht naar een lege zaal. Na het applaus van het mannenscherm begint de linker camera te draaien; we zien haar gezicht, dan weer de lege zaal voor haar, en we horen de vrouw zingen, gillen, brommen, krijsen, a capella. De man zong, zo lees je later in het tentoonstellingsboekje, een traditioneel liefdeslied, de vrouw vertolkte haar eigen compositie: emotioneel, als in trance. De mannen kijken ademloos toe vanaf de overkant. Vrouwen mogen in Iran immers nog steeds niet solo in het openbaar voor mannen zingen, een zingende vrouwenstem horen ze alleen thuis. Ook in de museumzaal is het verbluffend.

Met deze bondige film won Neshat in 1999 een Gouden Leeuw in Venetië, haar doorbraak als internationaal kunstenaar. In 2006 had Neshat een eerste serieuze tentoonstelling in Nederland, in het Amsterdamse Stedelijk. Zes video’s waren daar te zien, drie van de vier video’s die nu in Den Haag draaien, waren ook toen al in Amsterdam te zien. En ook de foto’s van de serie Women of Allah waren er toen. Het informatieboekje bij de tentoonstelling van nu spreekt van een dialoog tussen het heden en het verleden, maar met één nieuwer werk uit 2008 is dat heden al een paar jaar (en een paar grote gebeurtenissen) geleden.

We horen de vrouw zingen, gillen, brommen, krijsen, a capella, emotioneel, als in trance

Bovendien, en dat is misschien wel het meest opmerkelijke aan het werk van Neshat in deze context, gaat het haar in haar kunst niet om religie, niet om de islam, niet om de locatie; het gaat om existentiële, universele problemen. Ze kiest expliciet voor de kant van de vrouwen, vrouwen die in de oosterse wereld, zo benadrukt ze in interviews, anders dan in het Westen gedacht wordt vaak vanzelfsprekender belangrijke posities hebben dan in het Westen. De problemen tussen man en vrouw zien er wellicht anders uit, ze zijn in de praktijk overal hetzelfde.

Neshat nam mede daarom tussen 2004 en 2008 het in Iran verboden boek Women without Men van Shahrnush Parsipur uit 1989 als uitgangspunt voor een serie video’s; in 2009 bracht ze haar eerste speelfilm uit onder dezelfde titel. In Den Haag zijn twee van die video’s, Zarin (2005) en Munis (2008) te zien, op enkel scherm. Het boek van Parsipur is een allegorie op het dagelijks leven van het Iran van nu, aan de hand van de levens van vijf vrouwen. Het speelt zich af in 1953. De cia steunde toen een staatsgreep tegen de democratisch gekozen president Mohammed Mossadegh, de sjah kwam zo weer aan de macht. Tegen dat decor proberen de vrouwen hun eigen vrijheid te verkrijgen en te bewaken.

Na de bondige performance-achtige dubbelvideo’s uit de jaren negentig (ook Rapture uit 1999 is te zien) kiest Neshat hier voor een meer theatrale, magisch-realistische benadering, die soms door de grote gebaren, de grote emoties, de surreële setting wat te bombastisch wordt. Zarin gaat over een prostituee voor wie op een dag alle mannen hun gezicht verliezen. Zarin ziet dat als een straf van God, boent zichzelf in het washuis tot bloedens toe en vlucht na een bezoek aan de moskee uiteindelijk de stad uit. Munis, hoofdpersoon uit de gelijknamige video, mag van haar broer niet naar de radio luisteren. Ze ziet politieke samenzweringen en droomt van zelfmoord, samen met een politiek activist, maar de werkelijkheid, waarbij de volksmassa’s door de straten trekken en botsen met de autoriteiten, is minder verheven.

De video’s en de latere film nam Neshat op in Marokko, zelf mocht ze na 1996 van de Amerikaanse autoriteiten niet meer terug naar Iran. Ze woonde dus al zo’n dertig jaar, twee derde van haar leven, in de Verenigde Staten; toch bleef ze hardnekkig vasthouden aan de verbeelding van haar geboorteland. Nog begrijpelijker dat ze koos voor het decor van 1953, een achtergrond die ze zelf misschien wel beter kende, uit eigen ervaring, dan het Iran van na de revolutie.

Het neigt naar op de spits gedreven nostalgie, Neshats blik op haar geboorteland, en ook naar het exotisme waar Edward Said in 1978 op wees.

Neshat besefte dat zelf ook en koos na 2010 een andere koers, verder de wereld in. In willekeurige vogelvlucht: ze ging naar Salzburg, waar ze in 2017 de Verdi-opera Aïda regisseerde: ze koos partij voor de Ethiopische en Egyptische bevolking in plaats van voor het gebruikelijke westerse perspectief. In Venetië toonde ze foto’s van mensen uit Azerbeidzjan, ‘kruispunt van religies en volken’. Ze maakte in 2016 met Natalie Portman Roja, een film over de dromen van een Iraanse vrouw die in de VS leeft. En ze maakte een tweede speelfilm, Looking for Oum Kulthum, waarin ze opnieuw haar eigen, huidige perspectief meeneemt in het verhaal: het gaat over een Iraanse, naar de VS uitgeweken vrouwelijke regisseur die een film maakt over de geliefde Egyptische zangeres Oum Kulthum (1904-1975). Het gaat Neshat erom, zo vertelde ze de Duitse televisie onlangs, te laten zien welke offers een ambitieuze vrouw in een door mannen gedomineerde samenleving moet brengen en hoe ze vecht tegen de verwachtingspatronen.

Over deze nieuwe koers leest of ziet de bezoeker van de kleine Haagse tentoonstelling niets, Neshats ‘nostalgische’ werk past met enig wringen in het geografische hokje van kunst uit de islamitische wereld. Geografische samenhang is er inderdaad geweest, maar in de 21ste eeuw, in de geglobaliseerde wereld, is het begrip ingewikkeld en onwerkbaar geworden. Bij de Documenta-tentoonstelling van vorig jaar waren in eerste instantie al de nationaliteiten én geboortelanden van de kunstenaars weggelaten. Dat was net iets te veel globalisme, maar de complexiteit van vooral de nieuwere kunst van Neshat, zo zwevend tussen de VS, Iran en de rest van de wereld, maakt duidelijk dat zo’n oosterse kapstok geen stevig houvast biedt.

Gelukkig is er een paar zalen verder een tentoonstelling die meer lijkt aan te sluiten op Neshats denkraam: over vrouwelijke modeontwerpers door de eeuwen heen. Het promotiefilmpje voor de tentoonstelling echoot met zijn beelden van minirokjes-eisende vrouwen onbedoeld de scènes van Neshats film over Munis en de protesten van 1953. De titel van de tentoonstelling ging duidelijk door de mangel van de marketingafdeling: de ondertitel spreekt over ‘sterke vrouwen’, alsof die een uitzondering zijn. En de boventitel Femmes fatales, archetypen van de mysterieuze, verleidelijke heksen die mannen de afgrond in doen storten, is als verzamelnaam voor hard werkende vrouwelijke modeontwerpers zo slecht getroffen dat er in België, waar de tentoonstelling straks naartoe reist, voor het mildere Wonder Women is gekozen. Neshat laat zien dat werk door en over vrouwen ook zonder die fatale spierballentaal prima overeind blijft. Jammer dat dat wel nog steeds gebeurt onder de paraplu van een oosters sprookje.


Poetry in Motion van Shirin Neshat is t/m 17 februari 2019 te zien in GEM, Den Haag