Verder gaan waar moeder stopte

Anil Ramdas, Het besluit van Mai. Uitgeverij de Bezige Bij, 71 blz., \f17,50
MET DE NOVELLE Het besluit van Mai maakt Anil Ramdas zijn literaire debuut. Tot nu toe liet hij zich vooral als columnist en essayist gelden, en met succes. Zijn wekelijkse bijdragen aan het NRC Handelsblad en de essays die hij bij elkaar bracht in de opmerkelijke bundel De papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea (1992) getuigen van grote betrokkenheid bij de verkenning van problemen die hem als migrant maar al te zeer bekend zijn: het leven tussen verschillende culturen en de botsing daartussen.

De analytische doortastendheid en het journalistiek observatievermogen waarvan de essays getuigen, zijn de geestgrond geweest voor dit korte verhaal over een Surinaamse hindoevrouw die met gemengde gevoelens op haar leven terugkijkt. Alle belangrijke thema’s die hij in zijn essays aansnijdt, komen ook in Het besluit van Mai voor. De aandacht wordt vooral gericht op de desorientatie die bij migranten ontstaat zodra de overstap van een traditionele, besloten gemeenschap naar een open, moderne samenleving van westerse makelij is gemaakt. Wat er dan niet allemaal mis kan gaan met identiteit, eigenwaarde en eergevoel, demonstreert Ramdas aan de hand van Mai uit de titel.
De onconventionele manier waarop Lewis Carroll zijn Alice met de vraag Wie ben ik? op pad stuurt, zou uiteindelijk voor kind en opvoeder nog wel eens het meest tot de verbeelding sprekende element kunnen zijn van dit boek.
LETTERLIJK betekent ‘Mai’ moeder, maar het is ook de met minachting geladen benaming voor een hindoe-vrouw die niet met haar tijd is meegegaan. In werkelijkheid heet Mai Bimla. Ze is vijftig, moeder van drie kinderen, van wie het in Suriname geboren tweetal reeds het huis uit is. Daarbij is ze gescheiden; ze heeft dus al een moeilijke weg van emancipatie achter de rug als haar jongste dochter Wimla haar het woord 'Mai’ toebijt.
Sinds Bimla’s uithuwelijking met Djai zijn er heel wat traditionele patronen doorbroken en steeds nam Bimla het initiatief. Samen hebben Bimla en Djai hun geboortegrond, de hindoestaanse gemeenschap Nickerie, verlaten en zijn ze naar Paramaribo vertrokken. Moeilijke leefomstandigheden, politieke spanningen tussen hindoestanen en creolen en de naderende onafhankelijkheid deden haar besluiten om met het gezin naar Nederland te vertrekken. Door de eerste materiele opvang leek het geluk even niet op te kunnen. Wimla is een kind van die illusie. Haar geboorte markeert echter tevens een keerpunt.
Werkloosheid, nostalgie en drank slopen de vader. De moeder wordt de speelbal van de twee werelden waarin ze leeft: de premoderne uit haar verleden met al zijn zekerheden, en de moderne die er geen kent. Alles wat zij had willen bereiken, probeert ze nu op haar inmiddels achttienjarige dochter over te dragen. Voor haar kind leeft ze, voor haar huwelijk spaart ze.
Maar Wimla is van een andere tijd, haar emancipatie begon waar die van de moeder stopte. Ze kiest voor zichzelf, ze wil onafhankelijk zijn. Op school laat ze zich dan ook Wilma noemen. Hollandser kan nauwelijks. Subtiel legt de letteromzetting het ware conflict tussen moeder en dochter bloot.
Dat beseft Mai maar al te goed als ze Wimla op een feest bubbling ziet dansen en haar daarna in de lange gang naar de toiletten betrapt met een nietsnut om wie ze die ochtend nog verschrikkelijk ruzieden. Ze vlucht naar buiten en daar rijpt langzaam het inzicht dat haar dochter geen ontwortelde is, maar een meid die ze haar eigen gang kan laten gaan.
IN DE NOVELLE werkt Anil Ramdas voorbeeldig volgens de regels die hij ooit zelf de Surinaamse schrijvers voorlegde. Wat hem betreft moeten ze 'het gedrag van mensen beschrijven. Ze moeten dat gedrag onderzoeken, de herkomst van de motieven traceren, de geheime drijfveren blootleggen, de wanhoop aangeven.’ Aldus ontstaat, zo blijkt hier, een even sensibel als kundig geschreven portret van een hindoestaanse moeder, dat vooral waardering verdient om zijn sociologische kwaliteiten.