Klassieke muziek: Joep Beving

Verdoving

Joep Beving is een vriendelijke baard die na een afgebroken conservatoriumopleiding en een studie bestuurskunde onder meer muziek voor commercials schreef. Zijn grootste klapper werd de Selbstinszenierung van zijn Grote Keerpunt. Beving raakte overspannen, verloor een vriend, leed aan paniekaanvallen – tot hij in de keuken van zijn huis de Schimmel-piano van zijn grootmoeder ontdekte. Dat aftandse instrument werd zijn spreekbuis voor de melancholieke mijmeringen die hem en miljoenen YouTube-kijkers uit de shit trokken en hem een contract bij Deutsche Grammophon bezorgden, voorheen het elitelabel van Herbert von Karajan en Carlos Kleiber. Catharsis.

Ik kreeg zijn populariteit van verre mee. Na een YouTube-scan wist ik genoeg en ik besloot de zaak te laten rusten. Maar nu wint Joep Beving voor zijn cd Henosis een klassieke Edison in de omineuze categorie neoklassiek. In de prijzengalerij, bedoeld voor cultuurdragers van Guillaume de Machaut tot Thomas Adès, staat hij tussen de meesterpianist Krystian Zimerman en de meesterzanger Matthias Goerne. De motivatieclichés van de Edison-jury klinken zo lauw als de muziek. ‘Stukken die anders kalm voortkabbelden, werken op dit album naar een climax toe en bezitten veel meer variatie en diepte, hetgeen zorgt voor een intensievere, maar ook intensere luisterervaring.’

Dat is quatsch. Beving schrijft en speelt doelloos dwalende pianostukjes met de lengte en het soortelijk gewicht van laffe popsongs. Dat is op de bekroonde plaat niet anders. Het is muzak met new age-titels die plechtig beloven dat de artiest alle pijn en spanning uit de weg zal gaan, nostalgisch met de rug naar de hysterie van de tijd gekeerd. Het dreutelt van ‘Whales’ naar ‘Shepherd’, van ‘Adrift in Aether’ naar ‘Morpheus’ Dream’, bij tijd en wijle in een wolk van retro-elektronica of strijkers. Heeft de huisvlijt helemaal geen kwaliteiten? Als welluidendheid en een zekere gevoeligheid voor harmonie dat zijn, vooruit. Daarin raakt Beving toch een principiële snaar. De kloof tussen de mens en de muziek, de echte dan, is groot. Hij slaat een brug, hij wel. Mijn muziek, zegt hij, is een experiment in ‘existentiële communicatie’.

Er is alleen niets experimenteels aan. Helaas ook niets levends. Elke Beving-harmonie bestond al. De melancholie is verdoving, apathisch uithijgend na het opgeven van bijna alles, prelude voor de eeuwige slaap. De ziel sterft knikkebollend met de lamme noten mee.

Vergis je niet. De grote matheid heeft de toekomst. Denk aan de ligconcerten, aan de kleinburgerlijke zondagochtendfuifjes die het Residentie Orkest onder de naam Lazy Sunday aan het Haagse Zuiderstrand organiseert. ‘Verwen je smaakpapillen met geurige koffie, iets lekkers erbij en een fruitig sapje. Onze musici trakteren vervolgens je trommelvliezen op zuivere symfonieën. Melodieën smeuïg als marmelade maken je zondagochtend tot het hoogtepunt van de week.’ Dat krijg je met al die dialoog en verbinding; conflict en oergezonde spanning gaan eraan. Een orkest op deze zelfmoordkoers ten slotte ook. Maar Beving wordt nog veel groter, met dankbare instemming van de Edison-jury. De grote uitverkoop is begonnen.


Joep Beving, Henosis, bij Deutsche Grammophon