‘verdrink de wereld!’

Jonathan Swift, Een bescheiden voorstel. Keuze, vertaling en nawoord door Fritz Boeringa. Uitg. IJzer, 157 blz., 339,50
Een graag geziene misantroop die de mensheid hartgrondig haatte maar erg gesteld was op zijn medemens. Iemand die gezien wilde worden als gentleman maar gefascineerd was door uitwerpselen. Genereus en gemeen tegelijkertijd, vriendelijk èn wreed in de omgang.

Een christen zonder wat voor hoop dan ook, die spotte met het vraagstuk van de transsubstantiatie. Brood was om te eten - en vlees trouwens ook: kindervlees op het menu zou de maatschappij zelfs van een lastig probleem afhelpen (zie zijn satire Een bescheiden voorstel). Jonathan Swift: een wereldverbeteraar die zich geen illusies wilde maken. En een zeer fanatiek antifanaticus. Enerzijds een man die pal stond voor kerk en staat, anderzijds een individualist die extreem op vrijheid was gesteld. Een opvliegend reactionair. Een man met politieke ambities, maar met vooral literair talent. Een loopbaan vol teleurstellingen.
Toen hij eindelijk een aanstelling bij de kerk kreeg, stemde hem dat melancholiek - zijn preken, bijvoorbeeld over de kunst mensen in slaap te praten, waren niet saai.
Zo iemand moet haast wel goed schrijven, en dat is ook zo. ‘Het voornaamste doel dat ik in al mijn werk nastreef is eerder de wereld te kwellen dan haar te vermaken.’ Swift zet je als lezer altijd op het verkeerde been. Zoals in zijn 'Gedachten over een bezemsteel’, waarmee de bloemlezing uit zijn satirische geschriften Een bescheiden voorstel (compleet: Een bescheiden voorstel om te voorkomen dat kinderen van arme mensen in Ierland hun ouders of vaderland tot last zijn, en om hen in een maatschappelijke behoefte te laten voorzien) opent en waarin we meteen zijn credo onder ogen krijgen: 'En zeg nou zelf, de mens is toch niet meer dan een chaotisch wezen wiens dierlijke instincten het altijd en eeuwig winnen van zijn verstand.’ Vandaar ook zijn betoog tegen afschaffing van het chistendom of godsdienst in het algemeen - het houdt de mensen rustig doordat ze zoveel beperkingen aan de menselijke natuur oplegt.
Zijn 'Adviezen aan een jonge dichter’ zijn ook nu nog het lezen waard: 'Breek een dozijn reputaties af en geheid dat u er een eigen reputatie mee opbouwt.’ John Dryden, toen dè grote dichter heeft het geweten. De dichter in de dop, aldus Swift, moet zijn scherpzinnigheid bewijzen door te hakken en te snijden en in het wilde weg om zich heen te slaan en de mensheid in het gezicht te spugen. Bovendien past het een schrijver niet dat hij zijn eigen werk promoot. Behartenswaardige opmerkingen.
Hij bestreed zijn tegenstanders met hun eigen middelen. De populaire astroloog Partridge, bedreven in het voorspellen van de dood van vooraanstaande personen, werd door Swifts alter ego Isaac Bickerstaff in een satire zèlf de dood aangezegd en ondervond er, zoals Swift hilarisch beschrijft, veel hinder van. Net zo hekelde Swift de fanatici die het einde van de wereld aankondigden - tezamen met de hypocriete boetvaardigen die te elfder ure nog probeerden met zichzelf in het reine te komen. De volgende dag, schrijft Swift, ging de wereld als vanouds weer verder met zuipen, hoereren, bedriegen, liegen en vloeken, met ruziën en vermoorden.
De satires zijn een wraakmiddel van de moralist. 'Verdrink de wereld! Ik ben niet tevreden met haar te verachten’, roept hij ergens uit. Hij wenste een inrichting voor de afvalligen, waar men zich veilig kon wanen voor de hel daarbuiten. Die inrichting kwam er: van zijn erfenis werd een gekkenhuis gebouwd, het St. Patricks Hospital. De Dubliners noemen het Swifts.