Hella Haasse, Sleuteloog

Verdrongen waarheid

Hella Haasse Sleuteloog
Uitg. Querido, 192 blz., € 20,95

«Zonder die brief zou ik er nooit aan begonnen zijn.» Zo begint kunsthistorica Herma Warner een verslag over haar jeugd in Nederlands-Indië en wat er daarna gebeurde. Ze krijgt van een journalist een verzoek informatie te geven over ene Mila Wychinska, die in de jaren zestig en zeventig in Indonesië sterk politiek actief was. En dan, onderbroken door bespiegelingen over haar jeugd en haar houding ten opzichte van haar verleden, vertelt ze langzamerhand de geschiedenis van Dee Mijers, die later haar naam veranderde in Mila Wychinska omdat ze niets meer te maken wilde hebben met haar «Hollandse» en Hollands-Indische verleden.
Dit boek stelt de onmogelijkheid het verleden met rust te laten aan de orde, de onmogelijkheid het te beheersen, te onderdrukken, laat staan het te vergeten. Haasse is erin geslaagd dit niet geringe thema bijna achteloos en buitengewoon fijnzinnig voor het voetlicht te krijgen. Bij haar geen nostalgische terugblik op Indië met alle bekende clichés over tempo doeloe en «the lost paradise» die veel van dit soort werk onverdraaglijk maakt. Ze maakt van haar personage een enigszins beklemd terugkijkende vrouw die ook in het heden niet goed in staat is een aanvaardbaar beeld over wat er toen gebeurde voor ogen te krijgen. Heeft zij destijds alles wel goed «gezien»? Hoe was haar eigen houding eigenlijk ten opzichte van de mensen die zij kende: Dee, Non, de tante van Dee en haar eigen echtgenoot Taco Tadema?
Haasse verbeeldde dit zoeken naar de juiste visie onder meer in de letterlijke zoektocht naar de sleutel van een kist met documenten uit die tijd. De sleutel op de herinneringen is kwijt. Op allerlei niveaus speelt «kwijtraken» in dit boek een belangrijke rol. Mevrouw Warner weet niet meer precies hoe het ook weer zat, ze meldt dit keer op keer, ze is de juiste gegevens «verloren», kan zich allerlei gebeurtenissen niet meer herinneren, is zelfs belangrijke dingen kwijtgeraakt. «Ik ben ook niet meer zeker van sommige dingen die ik dacht te weten toen ik aan deze aantekeningen begon», staat ergens. Neem bijvoorbeeld de foto die ooit in 1937 gemaakt is van Taco, haarzelf en van Dee Mijers. Een foto van drie mensen bij een zwembad. «Ik heb er zelf ook een afdruk van gehad», staat er dan, «maar die ben ik kwijtgeraakt». Kwijtgeraakt? Het is duidelijk dat ze deze foto opzettelijk «kwijt» is geraakt, uit jaloezie, omdat Tadema op de achterkant een tekstje heeft geschreven dat duidelijk niet op haar maar op Dee sloeg: «…the way you haunt my dreams…» Die foto was symbool van ontrouw en is nu «kwijtgeraakt». Verdrongen heet zoiets. Haasse werkt door het hele boek met dit thema van «vergeten», «niet meer zeker weten», «kwijtraken». Ze wil dat de lezer zelf uit de gegevens een beeld construeert van Herma Warners die de dingen niet meer lijkt te weten, maar die zich systematisch aan verdringing van de waarheid heeft overgegeven. Een bittere waarheid die te maken heeft met verraad van haar echtgenoot en met haar eigen wraakzucht die ertoe leidt dat ze Dee Mijers in de jaren zeventig bij de politie aangeeft.
Het hele boek gaat over de ontcijfering van verdringing van een koloniaal verleden. Haasse is er goed in geslaagd dit thema in haar qua omvang kleine, maar wat inhoud en stijl betreft uitermate rijke boek binnen te schrijven. Herma Warners voelt zich ook nu nog een echte Indische Nederlander, ze voelt zich sterk betrokken bij de inlandse bevolking en staat sympathiek tegenover de onafhankelijkheidsbeweging. Maar toch knaagt er iets. Zelf heeft ze nooit gekozen voor daadwerkelijke steun aan die onafhankelijkheidsstrijd, wat Dee Mijers wel deed. Ze is naar Nederland gegaan en maakte later een paar reizen naar Indonesië, om met haar eigen verleden in het reine te komen.
Hoe verder het boek vordert, hoe meer zich via de subtiele pen van Haasse de vraag opdringt in hoeverre Warners ooit werkelijk begrip heeft gehad voor de situatie van de plaatselijke bevolking, in hoeverre zij vanaf het begin een doodgewone koloniaal is geweest en gebleven. Ze is kunsthistorica geworden en bestudeert afbeeldingen van de plantenwereld op Java, niet die plantenwereld zelf dus. Ze is nooit bezig geweest met de zaak zelf, maar altijd met de oppervlakte daarvan. Opvallend is dat ze ook in het heden niet in staat is plaatselijke ontwikkelingen te aanvaarden: haar beeld van de tot een fundamentalistische vorm van de islam bekeerde Non is zeer negatief, ook haar beelden van het moderne Jakarta zijn negatief. Herma Warners is niet in staat haar koloniale verleden in de juiste proporties te «zien», ze is aan de oppervlakte gebleven, ook wat haar eigen leven betreft. Haar huwelijk met Taco Tadema berustte op een vergissing die ze heeft verdrongen.
Vlak voor het einde van dit beklemmende boek begint de waarheid en de verdringing daarvan ook Herma Warners zelf te dagen: «Ik weet dat ergens in mijn geheugen alle stukken te vinden zijn die samen een sluitend beeld van de waarheid vormen. Ik heb ze niet herkend, of ze niet willen zien, toen ze opdoken in de werkelijkheid van mijn leven.»