Verdronken

Het kabinet had zich voorgenomen om aan te pakken, door te pakken en aan de slag te gaan. Om de vaart erin te houden worden natuur- en milieuorganisaties tegengewerkt. Bleker pleegt obstructie.

ALTIJD een mooie naam gevonden: Verdronken Land van Saeftinghe. Prachtige geschiedenis ook, een die in de canon van de Nederlandse geschiedenis niet zou misstaan. Alles zit erin: de strijd tegen het water, de Allerheiligenvloed, de oorlog tegen de Spanjaarden, plus nog een legende over hoogmoed en ijdelheid die ten val komt. Die geschiedenis is ook nog niet voorbij. Recent werd nog weer een nieuwe paragraaf aan het meest recente hoofdstuk toegevoegd. Dat hoofdstuk heet Hertogin Hedwige, met als ondertitel Over polders en politieke kuiperijen.

De Hedwigepolder is het laatste, in 1907 opnieuw ingepolderde deel van het Verdronken Land van Saeftinghe, want ja, de naam van dat land wijst erop dat de strijd tegen het water niet altijd wordt gewonnen door de mens. Dat ook de Hedwigepolder teruggegeven zou worden aan het water lijkt, gezien de naam van het gebied waar het toe behoort, eigenlijk heel logisch. Dat het dan ook nog de goedkoopste en meest effectieve manier is om de natuur te compenseren voor het natuurverlies ten gevolge van het uitdiepen van de Westerschelde is vervolgens mooi meegenomen. Twee jaar geleden had de ontpoldering al ongeveer klaar moeten zijn, zo werd al weer zes jaar geleden afgesproken door een vorig kabinet en de Vlaamse regering. Maar het Nederlandse deel van de Hedwigepolder ligt er nog onaangeroerd bij. Letterlijk dan, want figuurlijk is het een en al beroering rondom die polder. Al jarenlang.

In die laatste geschiedenis-paragraaf over de Hedwigepolder staat sinds kort dat CDA-staatssecretaris Henk Bleker van Landbouw de polder nu toch weer niet aan het water wil teruggeven. Zijn voorgangster en partijgenoot Gerda Verburg had in 2009 ook al eens geprobeerd om onder de afspraken met de Belgen uit te komen. Zij moest toen echter het hoofd buigen voor argumenten over minder natuurwinst, meerkosten en aan Vlaanderen te betalen boetes bij elk van de aangedragen alternatieven. Maar Bleker probeert het toch nog een keer.

Dat hij in zijn alternatief opnieuw begint over buitendijkse slikken en schorren, is al niet serieus te nemen na de vele keren dat is gezegd dat dit als natuurcompensatie onvoldoende is. Maar dat hij om aan voldoende natuurvolume te komen nu een andere polder onder water wil zetten, een polder die al was aangewezen voor ontpoldering ter compensatie van weer een andere ingreep van de mens in de natuur, dat maakt Blekers alternatief ongeloofwaardig. Zeker toen bleek dat hij geen idee had hoe groot ‘zijn’ polder is. Het voedt het toch al ongemakkelijke gevoel dat dit kabinet, met Bleker voorop, bezig is met een heel andere agenda, een agenda van Zeeuwen en landbouwers paaien, de natuurbeweging eindelijk eens de voet dwars zetten en bovenal als kabinet zelf niet verdrinken, Luctor et emergo dus eigenlijk.

Het paaien van de Zeeuwen en met name de landbouwers onder hen begon al onder de vorige premier, Jan Peter Balkenende, zelf een Zeeuw. De inkt van het verdrag met België over de verdieping van de Schelde en de Hedwigepolder was nog niet droog of de CDA'er Balkenende begon te draaien en te schuiven. De poging van partijgenoot Verburg om er onderuit te komen, mislukte, maar toch speelde de Hedwigepolder bij de formatie van vorig jaar weer een rol. Hamvraag: heeft het Zeeuwse CDA-Kamerlid Ad Koppejan zijn verzet tegen de gedoogconstructie met de PVV opgegeven omdat hem is toegezegd dat de Hedwigepolder zou blijven bestaan?

Ook bij de recente verkiezing van de Eerste Kamer dook de Hedwigepolder weer op. Het Statenlid Johan Robesin van de Partij voor Zeeland, sterk gekant tegen ontpoldering, werd niet geheel toevallig uitgenodigd op het Torentje voor een gesprek met minister-president Mark Rutte en PVV-leider Geert Wilders voordat hij zou gaan stemmen. Kabinet en gedoogpartij konden elke stem gebruiken om toch maar zoveel mogelijk zetels te krijgen in de senaat. Robesin bleek gevoelig voor wat hem is gezegd tijdens dat Torentjesgesprek.

Dat de ponyfokker Bleker niet veel heeft met natuur en vooral niet met de invloed van natuurorganisaties bleek al bij zijn voornemen om de ecologische hoofdstructuur uit te hollen. Dat hij dat laatste ook zou hebben gedaan als er niet bezuinigd had moeten worden, heeft hij zelf met zoveel woorden gezegd: 'Ik heb bewust de confrontatie gezocht.’ Praat met een willekeurige ambtenaar die zich al langer met natuur en milieu bezighoudt en je treft veelal een gedesillusioneerd mens: hij lijdt onder de minachting voor zijn werk.

Het per se willen behouden van de Hedwigepolder kan eveneens worden gezien als een manier om de macht van de natuurorganisaties te breken. Want die organisaties hebben meegedacht en -gewerkt aan het compromis: de Schelde uitdiepen, dan deze polder weer onder water zetten.

Door al deze achterliggende agenda’s vergeet dit kabinet dat het zich had voorgenomen om aan te pakken, door te pakken en aan de slag te gaan. Dat is immers de reden dat deze regering niet meer wil dat omwonenden en - alweer - natuur- en milieuorganisaties met ellenlange bezwaarprocedures de aanleg van wegen en andere infrastructurele projecten tegen kunnen houden. Daar gaat dit kabinet een stokje voor steken. Om vaart te behouden.

Maar juist nu er al een uitgewerkt plan ligt, naar Nederlandse gewoonte geheel doorgepolderd en nog eens doorgeakkerd, gooit het kabinet zand in de machine. Het is nu het kabinet zelf dat doet wat het de andere partijen verwijt: het pleegt obstructie. Het hoofdstuk Hertogin Hedwige is met de stappen van Bleker nog niet af. Want weer komt er onderzoek, moet er worden onderhandeld en overlegd. Ook dat zal opnieuw jaren duren. En als het dan toch weer wél ontpolderen wordt, ach, dan is dit kabinet al lang weg. Na Bleker de zondvloed.