Verdwenen taboe

IN DE JAREN NEGENTIG van de vorige eeuw was het vloeken in de kerk. Wanneer iemand zich toen alleen nog maar afvroeg of het niet vreemd was dat voor een in Marokko opgroeiend kind evenveel kinderbijslag werd ontvangen als voor een kind in het veel duurdere Nederland werd hij al de mond gesnoerd.

Een open, zakelijke discussie over eventuele haken en ogen aan de export van kinderbijslag of andere uitkeringen naar landen waar de levensstandaard lager is dan in Nederland was lange tijd niet mogelijk. Het was vooral die houding die bijdroeg aan de idee bij menige Nederlander dat buitenlanders werden voorgetrokken en vertroeteld. Begin deze eeuw legde met name Pim Fortuyn die onvrede bloot.

Begin deze week stuurde VVD-minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsontwerp naar de Tweede Kamer dat het woonlandbeginsel in gaat voeren voor de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de Algemene nabestaandenwet en de vervolguitkering voor hen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en een uitkering ontvangen via de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De aanpassing van deze uitkeringen aan de levensstandaard van het land waarheen de uitkering wordt geëxporteerd, geldt alleen voor niet-EU-landen, met Zwitserland als uitzondering.
Kamp rechtvaardigt de ingreep door te verwijzen naar het doel van de genoemde uitkeringen: een bijdrage leveren aan de kosten voor het opvoeden van kinderen en het garanderen van een sociaal minimum. Als het levensonderhoud in een ander land goedkoper is dan in Nederland kan het uitgekeerde bedrag naar beneden, met als extra argument dat een dergelijke uitkering niet de prikkel mag wegnemen om te gaan werken. Dat is overigens een van de redenen waarom de AOW buiten schot blijft. Andersom geldt het woonlandbeginsel overigens niet: in een duurder land gaan de uitkeringen niet omhoog.
Taboe is de invoering van het woonlandbeginsel niet meer. De tijden zijn duidelijk veranderd. Het kan wel een wrange smaak in de mond geven dat deze wet nu wordt ingediend door een kabinet dat wordt gedoogd door de PVV. Daardoor zou de indruk kunnen ontstaan dat het vooral te doen is om hen te treffen die uit landen komen waar de bevolking overwegend moslim is. De meeste kinderbijslag die wordt geëxporteerd gaat immers naar landen als Marokko, Turkije en Egypte. Met als vierde land in deze rij overigens de Verenigde Staten.

Het vorige kabinet, van CDA, PVDA en ChristenUnie, had echter ook al het voornemen om de hoogte van de kinderbijslag aan te passen aan de levensstandaard van het land waarheen deze wordt geëxporteerd. Maar door de val van dat kabinet in het voorjaar van 2010 is het daar niet meer van gekomen.
Zoals er in de jaren negentig open en zakelijk over dit onderwerp gediscussieerd had moeten worden, zo zal dat ook nu moeten gebeuren, zonder angst voor de eventuele bijbedoelingen van de PVV. Anders trappen we in dezelfde valkuil als toen.