Verelendung

Aan het begin van dit jaar is tegen de half miljoen Nederlanders werkloos, dat is 5,8 procent van de beroepsbevolking. De economie is met 0,3 procent gekrompen. De onzekerheid over de toekomst van de euro duurt voort.

Wel is er meer vuurwerk dan ooit afgestoken en hebben we met de jaarwisseling zitten eten en drinken dat het een lieve lust was, maar die mooie feestdagen zijn voorbij. Nu dient de rauwe werkelijkheid zich weer aan. Dit is geen stukje over de economie. De vraag voor 2012 is hoe niet alleen Nederland maar het hele Westen zich onder een voortgaande economische achteruitgang zal gedragen. Hoe schokbestendig zijn we?
Dat is geen theoretische, overmatig pessimistische vraag. De werkloosheid in Amerika is het afgelopen jaar langzaam gedaald tot iets minder dan negen procent. Dit betekent dat nu tegen de dertien miljoen Amerikanen zonder werk zijn. De massale werkloosheid wordt zichtbaar in de steden. Lange rijen werkzoekenden voor de arbeidsbureaus, meer daklozen, de crisis woedt voort in de huizenmarkt. Het begint de allure van een chronische ziekte te krijgen. En aan de andere kant van dit economische spectrum zien we de zeer rijken, de profiteurs van de kennelijk nog altijd onkwetsbare bonuscultuur.
Door deze kennelijk permanent geworden tegenstelling begint zich een nieuwe klassenmaatschappij te ontwikkelen. In een politieke cultuur die iedere burger het fundamentele recht op gelijke kansen belooft, wordt een dergelijke ongelijkheid niet verdragen. Vroeg of laat groeit er daadwerkelijk verzet, dat dan ook een politieke vorm krijgt. Dit is de grondslag van de Occupy-beweging, die nog geen half jaar geleden in Wall Street is begonnen. In het begin werkte het initiatief aanstekelijk, andere Amerikaanse steden volgden, in Amsterdam werd het Beursplein bezet en beroemde goeroes als Naomi Klein en Michael Moore betuigden hun solidariteit.
Maar het aanvankelijk tolerante gezag kreeg er genoeg van. De bezetting in Wall Street werd ontruimd, het alternatief van Zuccotti Park daar niet ver vandaan werd drastisch beperkt en op een andere manier is het Beursplein aan een geforceerde verpietering prijsgegeven. Moeten we daarvan de overheid de schuld geven? Of heeft het de bezetters aan overtuiging, organisatorisch vermogen en vooral bijval ontbroken? Ik ben een paar keer op het Beursplein gaan kijken, en het spijt me dat ik het zeggen moet, maar van dit tentenkamp ging geen opruiende werking uit. Het kan een goed begin zijn geweest, maar dan heeft het de bezetters aan propagandistisch talent en massale steun ontbroken. Tot nu zijn ze een curiositeit.
Het komend jaar zijn er twee mogelijkheden: óf deze nieuwe klassenmaatschappij ontwikkelt zich verder, opnieuw ten gevolge van de stagnerende economie, óf we gaan in de loop van 2012 weer over tot de orde van de dag. En dan is het de vraag of dat enig verschil zal maken. Deze samenleving is een principieel andere dan die waarin de vorige klassenstrijd woedde. Internet heeft binnen een jaar of twintig de totale vrijheid van meningsuiting verwezenlijkt. Deskundig of niet, iedereen kan de hele wereld desnoods zo onbeschoft mogelijk laten weten wat hij van alles vindt. Maar heeft het effect? Tot dusver niet. Het vorig jaar is door de Arabische lente bewezen dat de sociale media het meest effectieve gereedschap voor agitatie zijn. Lenin en Trotski, Mussolini, Hitler hadden er iets voor gegeven als ze de sociale media tot hun beschikking hadden gehad. Maar nu in het Westen falen ze.
Er is hier in deze tijd geen gebrek aan miskenning, onvrede, behoefte aan doeltreffend verzet. Maar wat dit aangaat zijn er twee hiaten. De potentieel daadwerkelijk opstandigen komen hier de deur niet uit. In tegenstelling tot in de Arabische wereld blijven hier de grote stadspleinen ongebruikt. Het ontbreekt de politieke oppositie zowel aan een overtuigend programma als aan geloofwaardige leiders. Een leider van het politiek verzet, van welke richting dan ook, zal er niet in slagen het Museumplein of het Malieveld met honderdduizend woedende burgers te vullen en die massa een geloofwaardige politieke belofte te doen. Dat is de diepste oorzaak waardoor de overigens groeiende oppositie zich in dat dagelijks gemopper laat smoren. En nu is het de vraag hoe lang dat nog door kan gaan.
Karl Marx noemde het de Verelendung, het proces waardoor in de negentiende eeuw het proletariaat steeds verder in een materiële en geestelijke uitzichtloosheid wegzakte. Beleven we daarvan nu een eigentijdse versie? Ik geloof dat er wel een nieuw lompenproletariaat in ontwikkeling is. Dat is ook een product van onze postmoderne samenleving. Het laat zich gelden bij de zogenaamde risicowedstrijden, op grote dancefeesten, bij allerlei dusgenaamde evenementen. Maar dat zijn de ‘hooligans’, het nihilistische deel van de jeugd, een wanstaltig bijproduct van onze samenleving waarvan we geen politieke vernieuwing kunnen verwachten.
Onze elite in de politiek, het onderwijs, het bedrijfsleven, de intelligentsia laat ’t afweten. Laat zich overrompelen door de Verelendung. Dat is de kern van een ramp in wording.