Verenigingsleven

In Leve de vereniging kwam ik een Bredase zanger van het zoetste genre tegen: zijn vriend runt des kwelers fanclub die concerten organiseert waar volksartisten en zanger zelf optreden in de hoop op landelijke doorbraak. Ik vond Vereniging een prachtreeks. Verenigingen zijn niet alleen van onschatbaar belang voor de leden: met familie, vriendenkring en werk zijn ze bindweefsel van gans de samenleving en je zal ze de kost geven voor wie de vereniging in belang nog boven familie et cetera uitsteekt. Op z'n minst houdt het mensen van straat en sterke drank, op z'n best ontlenen ze er (een deel van) de lol in, of zelfs de zin van hun leven aan.

De modale Groene-lezer lijkt me niet bij uitstek verenigingsmens, maar ook wie behept is met enige sociologische belangstelling kon z'n hart ophalen aan portretjes van clubs die elkaar vonden in gedeelde interesse. Ze zijn als het leven zelf, dus is er naast vreugd veel leed: machtsstrijd, ondergewaardeerde vrijwilligers, niet-uitgekomen dromen. De vrouwelijke leden van het koor dat Marco Bakker inhuurde, hoopten dat hij z'n kopje koffie in de pauze met hen zou drinken - maar hij trok zich terug in de kleedkamer. Waarschijnlijk vond hij het voorafgaande diner met het bestuur meer dan voldoende verbroedering.
Daarmee zitten we op het gladde ijs van de reeks: ik vermoed dat Bakker zo'n etentje met wildvreemde kleinstedelingen een bezoeking vindt; ik vermoed ook dat het bestuur zich dat niet kan voorstellen en het onbeschoft vindt hem alleen te laten eten. De programmamakers lijken meer op Bakker dan op het bestuur en zo loert de kans op voyeurisme. Veel verenigingen verenigen mensen met niet al te hoge opleiding, en lachen om een voorzitter die een toespraak houdt vol dure woorden gaat eigenlijk vanzelf. Bespot niet al Molières Bourgeois gentilhomme degeen die codes hanteert die hij niet doorgrondt?
Toch gleden de makers zelden uit. Allereerst door de vereniging serieus te nemen in mooie en minder fraaie kanten. Zo was daar de wedstrijd figuratiedansen: centraal een bezeten trainer die z'n jonge koppels opzweept eindelijk de gehate tegenstander in het hol van de leeuw te verslaan. De dansers, op van de zenuwen, falen. Een schandaal dreigt wanneer een van hen ontdekt dat de geluidsband te langzaam is gedraaid. Opzet? Hij schreeuwt het uit van woede. De trainer overlegt met de wedstrijdleiding: ze mogen nog eens. Dan gaat de man totaal in de fout door geen gebruik te maken van de reglementaire twintig minuten pauze. Hij negeert vermoeidheid en emoties (alle meiden-in-prachtjurk in tranen) van zijn pupillen, wier namen hij, typerend, na maanden training nog door elkaar haalt. Wenend danst het team de tweede nederlaag tegemoet, slachtoffer van hun eigen miniatuur-Napoleon.
De makers kregen een tragedie in de schoot geworpen maar van uitlokking was geen sprake. En ze houden vast ook van ‘de vereniging’, en laten de lof van saamhorigheid prachtig verwoorden door de voorzitter van de hanekraaiclub. Toch zat er iets van ironie in het item over de fanclub van de Bredase zanger. Die ik in de lange documentaire Gewoon doorgaan met ademhalen (IKON) opnieuw tegenkwam toen hij optrad op een armemensenbruiloft. Volgens de VPRO-gids school juist in dat laatste programma 'voyeurisme’. Dat wil ik een volgende keer bestrijden.