United States of Trump #2: de Amerikaanse schuldenberg

Vergeef ons onze studieschuld

Groene-redacteur Casper Thomas schrijft de komende tijd regelmatig vanuit Washington over het Amerika van Donald Trump. In aflevering twee: de absurditeit van de schuldenlast van Amerikaanse studenten.

De studenten van Morehouse College in Atlanta hadden een reden om hun hoed extra hoog de lucht in te gooien bij hun afstudeerceremonie vorige week. Zoals de gewoonte is bij Amerikaanse universiteiten hield een prominent figuur een commencement adress, wijze woorden waarmee nieuwe diplomahouders de woelige wereld van het Amerikaans kapitalisme in worden gestuurd. De Morehouse graduates werden toegesproken door Robert F. Smith, private equity-ondernemer en de op 163 na rijkste man van Amerika. Behalve een stichtelijk verhaal bood Smith ook een gul gebaar: hij gaat de studieschuld van alle afgestudeerden aflossen.

In een tijd waarin de balans tussen woorden en daden in de Amerikaanse politiek nogal overhelt naar het eerste was Smith’s actie heerlijk concreet. De gemiddelde Amerikaanse student betreedt de arbeidsmarkt met bijna 30.000 dollar schuld. Twintig jaar geleden was dat, rekening houdend met inflatie, ongeveer 13.000 dollar. De kosten van studeren zijn dus nogal scheef verdeeld over verschillende generaties.

Smith toonde zich een bestrijder van zowel generationele als raciale achterstand. Morehouse is een van de ‘historically black colleges and universities’ in de Verenigde Staten. Brookings berekende dat Afro-Amerikaanse studenten gemiddeld 7400 dollar meer schuld hebben dan hun witte leeftijdgenoten.

Bij elkaar opgeteld moet Smith ongeveer veertig miljoen ophoesten, net zo veel als in diezelfde week werd betaald voor een kunstwerk van Jeff Koons. De koper was Robert E. Mnuchin, de vader van Steve Mnuchin, de Amerikaanse minister van Financiën. Mnuchin kocht het werk namens Steve Cohen, een investeerder met een vermogen van veertien miljard. Babyboomers die het breed laten hangen, de een ten gunste van generatie studieschuld, de ander omdat hij een gigantisch roestvrijstalen konijn wel mooi vond. Er zijn weken waarin een verschil in moraal zich minder scherp aftekent.

Smith oogstte niet enkel lof. In plaats van selectief met geld te strooien kunnen filantrokapitalisten als Smith beter meer belasting betalen, was een veelgehoorde kritiek. The New York Times kwam met het ‘maar de rest dan’-argument. Volgens de krant gaat er iets mis in Amerika als een betaalbare universitaire opleiding wordt gezien als een bijzonder cadeau.

Maar bereikt Smith’s gulheid niet precies het gewenste effect? Geen betere manier om de absurditeit van de schuldenlast aan de kaak te stellen dan wanneer een miljonair met de beurs zwaait. Smith laat zien dat alleen een toevallige paar honderd studenten een diploma kregen zonder daarvoor in het rood te hoeven staan. Dat Smith schuld op zich neemt is bovendien iets heel anders dan de filantroop die startkapitaal aan jonge ondernemers geeft. Hij trok de startlijn gelijk, in plaats van een paar talenten nog meer te belonen. Smith maakte eerder een politiek gebaar dan dat hij charitas bedreef.

Wat Smith bovendien deed was de valse belofte van de studieschuld ontmaskeren. Moeten lenen om de stijgende kosten van hoger onderwijs bij te benen is in de VS (net als in Nederland) verkocht als een ‘investering in jezelf’. Als een brave homo economicus deden studenten precies dat. Ze begonnen pas te morren toen bleek dat het geleende geld onvoldoende mogelijkheden opleverde om het ook te kunnen terugbetalen.

Problemen als gevolg van studieschuld zitten vooral bij de generatie die op de arbeidsmarkt kwam in de nasleep van de financiële crisis van 2008, zoals Wall Street Journal-verslaggever Joseph Sternberg laat zien in zijn pas verschenen boek The Theft of a Decade: How the Baby Boomers Stole the Millennials’ Economic Future. Sternberg maakt duidelijk dat ‘millennial’ geen signaalwoord is dat verwijst naar een voorliefde voor avocado’s, maar een economische omstandigheid die is veroorzaakt door het mislopen van ‘return on investment’.

Ik woonde de boekpresentatie bij van Sternberg en zag dat hij een kale, bebaarde man van achter in de dertig was. Sternberg leek zich er haast voor te verontschuldigen dat hij geen jongere verschijning vormde, maar het illustreerde zijn punt. De oudste millennials gaan richting de veertig.

En dat maakt millennials een factor van steeds groter electoraal belang. De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 worden de eerste waarin het aandeel millennials in de kiezerspopulatie ongeveer net zo groot is als het aantal babyboomers. Er valt dus wat te winnen voor een presidential hopeful die de belangen van deze generatie wil dienen.

Wie wil dat Washington straks het voorbeeld van Robert F. Smith volgt, heeft meerdere opties. Elizabeth Warren heeft een plan om tot 50.000 dollar studieschuld te schrappen voor iedereen met een inkomen van minder dan 100.000 dollar. Julián Castro wil schuldvergeving voor iedereen die bijstand van de overheid krijgt.

Bernie Sanders, de millennial-favoriet van 2016, heeft een riskantere strategie: hij wil hoger onderwijs gratis maken maar laat de huidige schuldenberg (omvang 15.000 miljard dollar) voor wat die is. Joe Biden maakt zich niet populair met zijn eerdere uitspraak ‘geen empathie te hebben voor de jongere generatie die me vertelt hoe zwaar ze het hebben’. Iedere generatie kampt met economische tegenslag, was Bidens suggestie, deal with it. Dat klopt, maar dat is een stuk makkelijker als er geen schuldeisers achter je aan zitten nog voordat je eerste werkdag begonnen is.

Ook in Nederland is de heilzaamheid van het leenstelsel weer onderwerp van discussie, als gevolg van het feit dat GroenLinks voortschrijdend inzicht toonde. In de VS kan in ieder geval de Democratische kiezer straks een keuze maken voor schuldvergiffenis op grote schaal. Iedere generatie is onderwerp van experimenten die verkeerd uitpakken. Wellicht dat de hoge studielening dat voor millennials is.