De mens moet niet beter

Vergeet niet te dansen

Het algoritme weet van welke muziek je houdt – maar weet het algoritme ook hoe je danst? En dat je van bamischijven houdt? Weet het überhaupt wat het is om een mens te zijn?

Een van mijn favoriete liedjes is Tribute van Tenacious D, een rocknummer dat op geen enkele manier aan de goede smaak voldoet. De tekst is een grap, de melodie cliché en Tenacious D niet eens een echte band, maar een gelegenheidsformatie van acteur Jack Black, bekend van doorsnee Hollywood-komedies, en zijn zogenaamde broer Kyle. Het is camp, zo’n liedje dat je stiekem luistert, een guilty pleasure: iets om je voor te schamen. Alleen schaam ik me niet. Ik vind het echt een goed nummer. En bovendien, zoals dichteres Radna Fabias vorig jaar in De Groene Amsterdammer zei, moet je je ook helemaal niet schamen voor je pleasures. Omdat schaamte volgens haar een vorm van zelfverraad is: ‘Het is een gebrek aan mildheid en empathie met jezelf en een vorm van ontrouw aan jezelf. Het is een vieze en lelijke hardheid om iets te willen zijn wat je niet bent. Want je bént die gelaagde versplinterde persoon die behalve van Samuel Beckett ook van bamischijven en drag houdt. Dát is schoon. Niet dat gepolijste, gecensureerde beeld dat wordt geëtaleerd.’ Exact!

Tribute van Tenacious D dus. Het nummer vertelt hoe Jack en Kyle, lang geleden, langs de kant van de weg stonden te liften toen er een demon verscheen. De demon wil hen pas verder laten gaan als ze het beste nummer ter wereld spelen. Doen ze dat niet, dan eet hij hun ziel op.

Well me and Kyle, we looked at each other,
And we each said: Okay!
And we played the first thing that came to our heads
Just so happen to be, the best song in the world
It was the best song in the world
De demon is verbijsterd.
He asked us: Be you angels?
And we said: Nay. We are but men Rock!

Tot nu toe is het nummer leuk, aanstekelijk. Maar de reden dat ik het meer dan leuk vind komt daarna, als Jack Black zingt dat hij het beste nummer ter wereld inmiddels vergeten is.

And the peculiar thing is this, my friends:
The song we sang on that fateful night it didn’t actually sound
Anything like this song
This is just a tribute! You gotta believe it!

Het komt door het concept van de ode, daarom vind ik het zo goed. De muziek is enerverend, het ‘we are but men’ komt er zo hartstochtelijk uit dat ik elke keer een vuist wil verheffen, maar het idee dat je tot ware grootsheid in staat kunt zijn, om die grootsheid vervolgens te vergeten, maakt het nummer wat mij betreft briljant.

Uiteindelijk denk ik dat alle cultuuruitingen een ode zijn. Alle boeken, alle schilderijen en films, zelfs de zoveelste foto op Instagram van een zonsondergang of weer zo’n YouTube-filmpje van spelende kittens – het zijn allemaal pogingen om de tijd even stil te zetten, het moment vast te houden, en dat moment vervolgens te delen. Het is zoals de gelauwerde dichter in de film The Hours zegt: ‘I wanted to capture it all, everything that happens in a moment… And I failed.’ Omdat de afspiegeling het nooit haalt bij de realiteit. En het moment of idee of gevoel dus ook nooit in al zijn alomvattendheid gedeeld kan worden. Daarom komen we nooit verder dan een ode.

Zelfs de wetenschap zou je als een ode kunnen beschouwen. Een ode aan de grootsheid en onbevattelijkheid van de natuur. We doen ons best haar te vatten in theorieën, modellen en formules, en toch geldt voor alle wetenschap dat die natuur haar steeds weer ontglipt.

***

Wij zijn ons brein, klinkt het sinds Dick Swaab, maar over dat brein weten we even weinig als over het heelal. We begrijpen nog niet eens hoe het voorstellingsvermogen werkt, of wat ons bewustzijn precies is, of waarom we dromen.

In de natuurkunde zijn de kwantummechanica (de theorie over het kleinste) en de zwaartekracht (de theorie over het grootste) nog steeds onverenigbaar met elkaar. In de snaartheorie (er bestaan zeven of tien of ik-weet-niet-hoeveel dimensies) ligt misschien een oplossing, de meest briljante geesten ter wereld spenderen momenteel hun leven aan het uitwerken van verschillende versies daarvan, maar ondertussen weet niemand of dit wel de juiste denkrichting is. In de wiskunde is de Riemann-hypothese uit 1859 nog steeds niet opgelost (wie het lukt krijgt een miljoen dollar), we weten nog steeds niet waarom golven bewegen zoals ze doen, en al weten we inmiddels wel hoe we moeten klonen, onduidelijk is waarom het in de meerderheid van de gevallen toch misgaat.

Alle wetenschap is slechts een benadering, het haalt het nooit bij de grootsheid van de natuur zelf. We ontdekken keer op keer dingen die het menselijke voorstellingsvermogen te boven gaan – de oneindigheid van het heelal, verstrengelde deeltjes, het gegeven dat in de kwantummechanica een gevolg vooraf kan gaan aan zijn oorzaak. We lopen continu tegen grenzen op. ‘There are more things in heaven and earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy.’

En hoe goed de algoritmen van Spotify of YouTube ook mogen worden, ze zullen me in geen honderd jaar Tribute aanraden als ik het nog niet kende.

Tribute is nu eenmaal geen populair nummer, maar vooral past het ook helemaal niet bij mijn geëtaleerde goede smaak. Ik hou van Nina Simone, van Nick Cave, van Florence and the Machine (mede omdat ik ooit las dat ze al haar nummers in dronkenschap schrijft, wat ook te horen is). Dit is waar mijn smaakontwikkeling vooralsnog geëindigd is na verschillende hardrock-, deathrock-, house- en triphop-fases.

Het enige waar ik nooit echt naar geluisterd heb, is hiphop. Behalve dat ik geen enkel nummer zo vaak geluisterd heb als So Appalled van Kanye West (‘This shit is fucking ridiculous’), en dat mijn op één na meest geluisterde nummer Never Let Me Down is, ook van Kanye West (‘I too dream in color and in rhyme’). Het zijn de teksten gecombineerd met de stem van Jay Z, denk ik. Ik hou oneindig van de stem van Jay Z. Ik hou alleen niet van de nummers die hij zelf maakt.

Hoe moet een algoritme dit begrijpen? Hoe zou een algoritme ooit mijn smaak kunnen benaderen?

***

Voor de duidelijkheid, een algoritme is een serie geprogrammeerde instructies die een bepaald probleem oplost of een bepaalde taak uitvoert. En die algoritmen worden tegenwoordig overal voor gebruikt. Ze speculeren op de beurs (sneller dan een mens ooit zou kunnen), besturen drones (nauwkeuriger dan een mens ooit zou kunnen), maken een selectie uit sollicitatiebrieven (precies zoals de mens dat zou doen, met dezelfde vooroordelen). Maar algoritmen zijn vooral bekend als middel om zo veel mogelijk informatie over iemand te verzamelen. Bijvoorbeeld om te weten wat diegene wil lezen, zien en vooral kopen. Of, als aanvulling daarop, om te weten of diegene niet het verkéérde wil lezen, zien en kopen. Een zak kunstmest bijvoorbeeld terwijl je net nog in Jemen bent geweest.

Nog even en de mens staat zijn keuzevrijheid vrijwillig af aan de algoritmen

Wat je met dat soort algoritmen allemaal kunt doen, blijkt momenteel vooral goed in China. Daar zijn ze, as we speak, hard bezig om een zogenoemd sociaal kredietsysteem in te voeren. Volgend jaar, in 2020, moet het hele land erop aangesloten zijn. Dan zal elke burger punten krijgen voor goed gedrag, of strafpunten als hij zich misdraagt.

Goed gedrag is bijvoorbeeld: vrijwilligerswerk, bloeddonatie of het kopen van Chinese producten.

Slecht gedrag is: alcohol en videogames kopen, je ouders niet bezoeken, je hond niet aan de lijn houden of door rood licht lopen.

Door het sociaal kredietsysteem zullen alle één miljard Chinese burgers zich voortaan eerlijker en betrouwbaarder gedragen, zo is het idee, en zich beter aan de heersende regels houden. Zodat er minder frictie ontstaat.

‘Wie een goed krediet heeft, zal het leven makkelijk worden gemaakt’, aldus de website China Credit. ‘Maar wie zijn krediet verliest, zal in deze maatschappij geen stap meer kunnen zetten.’ In dat geval mag je bijvoorbeeld geen gebruik meer maken van de trein of het vliegtuig, geen luxeartikelen kopen, geen bedrijf beginnen en mogen je kinderen niet meer naar de goede scholen.

Momenteel wordt er al mee geoefend. Volgens een overheidsrapport konden vorig jaar bijvoorbeeld 17,5 miljoen mensen al geen vliegticket meer kopen en nog eens 5,5 miljoen andere geen kaartje voor een hogesnelheidstrein.

Een van die mensen was de Chinese journalist Liu Hu. Nadat hij wat grappig bedoelde tweets op Twitter had geplaatst, werd hij door de rechtbank opgedragen daar zijn excuses voor te maken. Dat deed Liu Hu, maar de rechter achtte zijn excuus onoprecht. Hij werd op een lijst van onbetrouwbare mensen gezet en kan tegenwoordig niet meer met het vliegtuig reizen. Daar sta je dan met je gekke gevoel voor humor of rare guilty pleasures.

Het zijn algoritmen die het allemaal mogelijk maken, gecombineerd met beveiligingscamera’s die software hebben voor gezichtsherkenning. Nu al hangen er in China 170 miljoen beveiligingscamera’s, volgend jaar moeten dat er vierhonderd miljoen zijn. Iedere voorbijganger wordt gescand, de algoritmen identificeren het gezicht en koppelen dat gezicht automatisch aan alle andere informatie die over diegene bekend is, bijvoorbeeld afkomstig uit zijn of haar smartphone. Onlangs liet de Chinese overheid weten dat ze inmiddels ook toegang heeft tot gewiste privé-chatberichten. Schijnbaar zijn verschillende mensen al bestraft voor de inhoud ervan.

***

Of neem deze mogelijkheid, wederom uit China, wederom met dank aan algoritmen: vorig jaar meldde de krant South China Morning Post dat Chinese fabrieksarbeiders op grote schaal helmen dragen die hun hersengolven meten. De bedoeling daarvan is om disruptieve emoties als angst, woede of stress tijdig te signaleren zodat werknemers een pauze kunnen nemen. Op deze manier hebben zij, en het bedrijf, aanzienlijk minder last van vervelende gevoelens. Iedereen blijft opgewekt (1 cc, of helm, en je doet weer vrolijk mee!) en houdt het werk langer vol. Volgens de South China Morning Post wordt er al gebruik van gemaakt in elektronica-, energie- en telecommunicatiebedrijven, als ook in het leger. Meewerkende bedrijven jubelen dat het de efficiëntie en productiviteit enorm heeft vergroot.

Volgens de Israëlische historicus Yuval Noah Harari is dit slechts het begin van wat ons nog te wachten staat. Er komt een moment, schrijft hij in 21 Lessen voor de 21ste eeuw, dat de algoritmen ons werkelijk zullen kunnen doorgronden. Dat ze niet alleen weten waar we gestrest van raken of welke overtredingen we maken, maar ook wat er in onze ziel omgaat.

Nog even en algoritmen zullen zo veel informatie over ons verzameld hebben dat ze onze diepste verlangens kennen, onze grootste angsten en alle manieren waarop we rustig blijven. Het zal het moment zijn waarop de mens zijn keuzevrijheid vrijwillig aan hen afstaat, aldus Harari.

Want waarom zelf nog beslissen als algoritmen dat zoveel beter kunnen? Tegen die tijd weten algoritmen immers waar je gelukkig van wordt. Zij weten niet alleen welk boek je wilt lezen, of welke muziek je wilt horen, maar ook welke studie het best bij je past. Welke baan het meest geschikt voor je is. Welke geliefde een beter mens van je maakt. Dankzij algoritmen zul je geen missers meer maken, geen jaren meer verliezen door een verkeerde keuze, alles is alleen nog maar goed en niets doet pijn. Voor Harari is het een ultiem schrikbeeld, want in het maken van keuzes, schrijft hij, schuilt nu juist onze menselijkheid. Alle grote verhalen zijn gebaseerd op het maken van een keuze, en het drama dat daarmee gepaard gaat. Linksaf of rechtsaf, gaan of blijven, er zijn of niet? We weten wie we zijn door de keuzes die we maken en de fouten die we daarbij begaan. Het zijn de fouten die ons vergevingsgezindheid leren, naar onszelf en naar anderen toe. We leren ervan wat we wel willen. En dat het nooit te laat is om opnieuw te beginnen. Ontneem de mens zijn keuzes, schrijft Harari, en je ontneemt hem zijn menselijkheid.

***

En toch, dacht ik terwijl ik weer eens naar Tribute luisterde, wie zegt dat zo’n beste keuze bestaat? Harari lijkt ervan uit te gaan dat de mens kenbaar is, alsof hij in het bezit is van een essentie of kern die te doorgronden valt. Precies zoals dat telkens de onuitgesproken aanname is als het over algoritmen gaat.

‘Facebook kent je beter dan je moeder!’ jubelden de media een aantal jaar geleden nadat onderzoek van Cambridge en Stanford had uitgewezen dat de Facebook-algoritmen slechts 150 likes nodig hadden om een betere inschatting van iemands persoonlijkheid te maken dan vrienden en familie konden.

Maar over welke persoonlijkheid hadden ze het hier? Wat was het dat gemeten werd?

Dat de mens steeds weer faalt en de verkeerde keuzes maakt, maakt van de mens een mens

Ieder mens is een gelaagd en versplinterd persoon, een vat vol tegenstrijdigheden. Er is geen kern. Iemand houdt van Samuel Beckett en van bami. Houdt wel van Jay Z en niet van Jay Z. Kan Shout van Tears for Fears een verschrikkelijk nummer vinden, maar er qua bloeddruk en dopamine waarschijnlijk uitermate goed op reageren dankzij de fantastische herinneringen aan dat nummer tijdens een paddenstoelentrip die ze, oké ik, ooit had.

En dat zijn alleen nog de oppervlakkige voorkeuren, die relatief makkelijk zijn. Daaronder gaat het oneindig door.

De menselijke hersenen hebben evenveel cellen als er in ons sterrenstelsel sterren zijn: honderd miljard. De connecties die al die cellen maken, alle grillige manieren waarop ze elkaar beïnvloeden, alle vreemde associaties die daaruit voortkomen, liggen niet vast. Iemand kan slordig én netjes zijn, temperamentvol én rustig, emotioneel én rationeel, introvert én extravert. Iemand kan schoonheid scheppen en toch in staat zijn tot de grootst denkbare kwaadaardigheid, omdat alles van context afhangt, bijna niemand in elke situatie hetzelfde is en verschillende mensen verschillende dingen oproepen.

Als die Cambridge- en Stanford-onderzoekers het hebben over je moeder, welke moeder bedoelen ze dan? Je moeder weet waarschijnlijk niet welke muziek je dagelijks luistert of hoe je graag seks hebt. Maar ze heeft wel ooit je luiers verschoond. Ze kent je nog uit een periode die jij je niet eens kunt herinneren. Ze weet hoe ze je rustig kon krijgen, ze kent bepaalde regels uit je lievelingsboek nog steeds uit haar hoofd, ze heeft eindeloos naar je gekeken terwijl je in de zandbak zat. Andersom weet jij waarschijnlijk niet van al die keren dat ze dronken op de bar heeft gedanst, maar de manier waarop je haar aankeek als ze je ’s ochtends wakker maakte, is zoals niemand haar ooit aangekeken heeft.

Iedereen ziet iets anders in elkaar, iedereen wekt iets anders bij elkaar op, elke band is uniek. Geen mens is een eiland, hét individu bestaat niet.

***

Harari vindt dat we de strijd moeten aanbinden met algoritmen, omdat ze ons aantasten in ons meest wezenlijke kenmerk – onze keuzevrijheid. Om die vrijheid te behouden, stelt hij, en het van algoritmen te winnen zal de mens zich daarom moeten verbeteren. Via onderzoek moeten we de mens slimmer en compassievoller maken, minder inhalig, minder hatelijk en hem meer zijn natuurlijke impulsen laten onderdrukken.

We moeten, aldus Harari, uitvinden waar in ons brein alle knoppen zitten zodat we die beter kunnen afstellen en de mens als soort kunnen optimaliseren.

Een geüpgradede versie als het ware: mens 2.0. Of anders gezegd, meer als de algoritmen zelf en minder menselijk.

Alsof niet alles in de hedendaagse samenleving daar al op is gericht. Om een betere, slimmere versie te worden van onszelf in deze survival of the fittest die het leven geworden is.

Dit is waar het werkelijke gevaar in schuilt. Wat ons bedreigt is niet de techniek, maar het idee dat de mens zelf een stuk techniek is. Een machine die voorspelbaar en kenbaar is, en daarom altijd te verbeteren en optimaliseren valt. Een machine die ernaar verlangt een betere machine te worden. Die zijn lichaam glad, zuiver en steriel wil houden, zijn ziel positief en opgewekt, die geen imperfectie meer verdraagt, die kwetsbaarheid minacht, die zich vastpint met allerlei selftracking apps, als een dot on the screen, die zich met allerlei zelfhulpboeken in een vierkant gat probeert te duwen, omdat hij zich probeert aan te passen aan de wereld zoals hij is, omdat hij niet meer gelooft dat het nog anders kan, en zo keurig in het gelid als een gemartelde slaaf van de tijd voortmarcheert.

Het gevaar is, met andere woorden, dat we vergeten te dansen. Harari wil de strijd met algoritmen aanbinden door van de mens nog meer een machine te maken dan nu al gebeurt, maar de enige manier om die strijd te winnen is door te dansen. Alleen dan valt er te ontsnappen aan de rechtlijnigheid van technologie.

Wie danst, beweegt zich immers onvoorspelbaar. Die twerkt, heft een vuist omhoog, doet de robot, een gabberpasje en als het zo’n avond is misschien nog de rups. Het dansende lichaam schudt de schaamte van zich af, het vergeet alles wat nog moet en hoort en kan, en geeft zich in plaats daarvan over. Het dansende lichaam is niet vast te pinnen, het heeft geen vaste vorm, geen kern, maar stuitert zwetend op en neer. Wie danst is vrij.

***

Wat maakt van de mens een mens? Dat is de vraag waar het steeds op neerkomt. Misschien is het inderdaad zijn keuzevrijheid, misschien is het zijn verbeeldingskracht, zijn besef van sterfelijkheid, zijn besef van tijd of zijn vermogen tot taal. Maar onder al die verschillende antwoorden ligt een verbindende factor. En dat is dat de mens steeds weer faalt. Hij maakt verkeerde keuzes. Zijn verbeelding reikt niet ver genoeg. Hij kan zich geen toekomst meer voorstellen, alleen nog het einde van de wereld. Hij verbreekt beloftes. Zijn woorden worden niet begrepen. Hij sterft.

Iemand speelt het beste nummer ter wereld en vergeet dat vervolgens.

Elke dag opnieuw schieten we te kort, doen we domme dingen en maken we fouten. We weten hoe het leven zou kunnen zijn, wie we zelf zouden kunnen zijn, en toch lukt het ons niet om daaraan te voldoen. We verlangen naar het hoogste en worden naar beneden getrokken door het laagste. In die discrepantie, ergens tussen droom en mislukking, bewegen we ons. Wetende dat de realiteit het nooit zal halen bij de fantasie.

En toch blijven we het proberen.

‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.’ Doorgaans wordt dit gedicht van Samuel Beckett gezien als een aansporing om net zo lang door te gaan tot iets lukt, maar ik interpreteer het anders. Lukken gaat het namelijk nooit. De schoonheid ligt in de mislukking. In de onvolkomenheid van elke poging en van elk resultaat. Dat is wat van de mens een mens maakt: falen. Dansen, struikelen, vallen, en daar dan een ode aan brengen. Als het even kan in stijl.

Dit is een voorpublicatie uit Zelfverwoestingsboek: Waarom we meer stinken, drinken, bloeden, branden & dansen van Marian Donner, dat volgende week verschijnt. Uitgeverij Das Mag, € 18,99