Vergeetwoorden

De Volkskrant wijdde zijn Kerst- Vervolg aan ‘de jaren vijftig’; de NRC haar Zaterdags Kerst-Bijvoegsel aan ‘vergeten werelden’ - wat elkaar deels overlapte. De tijdgeest waart rond en raakt concurrerende redacteuren met hetzelfde stafje. Merkwaardig dat de NRC zelfs niet repte van Rasters onvolprezen Vergeetwoordenboek waarvan haar project een kopie is. Kwestie van fatsoen, al heb ik niets tegen het resultaat. De charme van het Vergeetwoordenboek is dat schrijvers woorden terughalen die voor lezers onmiddellijk als ‘madeleine’ werken: het ene woord lokt het andere uit.

Het geheugen blijkt een democratisch goed dat de hierarchie tussen auteur en lezer opheft: de laatste voegt, al dan niet op papier, een eigen bijlage aan dat Vergeetwoordenboek toe, terecht denkend: ‘Dat niemand daar op gekomen is!’ Petra Megens bracht ons, dank zij NRC’s oproep aan de lezer, het 'asbestplaatje’ in herinnering dat ontbrak in het Vergeetwoordenboek maar er wonderwel in zou passen. Vanwege professionele interesse las ik eerst Henri Beunders’ stuk in de Volkskrant over de Nederlandse natievorming die hij in de jaren vijftig situeert en waarbij hij de televisie een grote rol toebedeelt. Goed stuk met een verbazende passage. Sprekend van de veramerikanisering stelt hij dat die zich in het straatbeeld geleidelijk voltrok: 'In de snackbar kon je de vertrouwde patat kopen, geen hamburgers.’ Ik krab op m'n hoofd en vraag me af of Beunders uit Vlaanderen komt. Ik at m'n eerste patat als student en dat is rond 1957. Ik wil aannemen dat ik laatbloeier was (mijn gezuip startte ook pas bij 18), maar dat patat 'vertrouwd’ was lijkt me stug - trouwens, hoe vanzelfsprekend was de snackbar zelf? Mijn broer biedt hulp en weet dat zijn eerste zakje uit de Volendammer viswinkel stamde. Kort daarna ruimde de ijssalon een friteshoekje in, met als extra attractie dat op de patat een minuscuul gehaktballetje werd gevlijd. Grote portie 25 cent, kleine 15. Op de vraag of hij voor een dubbeltje frites mocht, was hij weggehoond - ach, we dragen allemaal onuitwisbare vernederingen mee.
Maar wat ik zeggen wil: patat, dat was de culturele revolutie zelf. Een bijverschijnsel van de Grote Verandering die zich na 1950 ontwikkelt en die wrikt aan 'de standsverschillen, de extremen van armoede en rijkdom, de godsdienstigheid en de ongelijkheid tussen de geslachten’, zoals Rudy Kousbroek in zijn NRC-essay schrijft. Mooi stuk waarin hij stelt dat die veranderingen zich weerspiegelen in onze gelaatsuitdrukking die onvergelijkbaar zou zijn met die uit 'de wereld van gisteren’. Laat nu het toeval willen dat we de avond tevoren Kousbroeks eigen gelaatsuitdrukkingen diepgaand hadden kunnen bestuderen in de RVU-documentaire Het meer der herinnering (Frans Hoeben en Lies Janssen) over Kousbroeks terugkeer naar zijn land van herkomst. Ja, hij was soms ontroerd en nee, het was niet sentimenteel. Het was een prachtprogramma, drijvend op Kousbroeks tegelijk uiterst subjectieve, genuanceerde, fatsoenlijke en wijze visie. Een verademing in de heisa rond het visum voor een landverrader. Alles viel weer eens samen.