Ia Genberg verliest nergens de controle © Garcia QuiQue / EPA / ANP

‘We leven zoveel levens binnen in ons leven, kleinere levens met mensen die komen en gaan, vrienden die verdwijnen, kinderen die opgroeien, en ik begrijp nooit welk van mijn levens nou eigenlijk het kader vormt’, zegt de verteller van Ia Genbergs roman De details. Ze staat voor haar boekenkast, met hoge koorts, en plukt er op goed geluk een boek uit. Het is De New York-trilogie van Paul Auster, met op de titelpagina de inscriptie van een ex-geliefde, Johanna, die het boek ooit voor haar kocht. Het is het begin van een tuimelende vlucht terug de tijd in, waarin de verteller, nu ergens in de vijftig, als in een koortsdroom momenten en mensen laat passeren die haar zijn bijgebleven en die ieder op hun eigen manier diepe sporen achterlieten.

Vier portretten – Johanna, Niki, Alejandro en Birgitte – aan elkaar gekoppeld door Genbergs sprankelende, licht ironische toon (in een mooie, levendige vertaling van Janny Middelbeek-Oortgiesen) en het feit dat haar verteller aan huis is gekluisterd en nergens naartoe kan behalve in haar gedachten. In een interview vertelde Genberg, die met dit boek een groot succes behaalde in haar thuisland Zweden, dat het idee voor De details ontstond tijdens de beginmaanden van de pandemie, toen ze zelf met hoge koorts thuis zat en net als iedereen was aangewezen op herinneringen om aan de isolatie te ontsnappen. De pandemie wordt in het boek niet genoemd; het vormt de achtergrond voor Genbergs bespiegelingen over tijd, het belang van andere mensen, en hoe ‘jezelf worden’ nooit losstaat van degenen die je tegenkomt of van wie je houdt.

Koorts, dus, als een vreemd soort stilstand, alsof je door de tijd heen valt. Voor Genbergs verteller is het prima toeven bij 38 graden (‘de grens van waanzin’, zegt ze, ligt bij 39). Als je koorts hebt worden de ‘geplooide eigenschappen van de tijd’ ineens zichtbaar, waardoor je zomaar dicht naast je eigen ik van jaren geleden kan staan. Het is een tijdspanne ‘waar gedaantes uit het verleden toegang hebben zonder als spoken over te komen’ en het creëert een ‘lome disintegratie, met dunne muren’ tussen Genbergs verteller en de wereld.

Het is net als wanneer je verliefd bent en versmelt met de ander, oplost in diens aanwezigheid, lichaam, levenswijze. Genbergs verteller, die waarschijnlijk ook om die reden naamloos is, past zich aan aan haar omgeving, wordt zichzelf door de manier waarop ze zich tot anderen verhoudt. ‘Het ik’, zegt ze, ‘of het zogenaamde “ik”, is niets anders dan dat: residuen van de mensen tegen wie we aanwrijven. Ik was dol op Johanna’s woorden en gebaren en lijfde ze in, opzettelijk of niet. Waarschijnlijk is dat de kern van de relaties die we hebben, en waarschijnlijk is dat de reden dat ze, in zekere zin, nooit ophouden.’

Bij Genberg ligt het zwaartepunt elders – niet op het ‘ik’ of de liefde

Alleen in huis, opgesloten en geïsoleerd, voert Genbergs verteller gesprekken met mensen lang nadat zij uit haar leven zijn verdwenen. Wat boven komt drijven zijn de details. Dertig jaar later zijn het de allerkleinste dingen die haar nog helder voor de geest staan: Johanna’s plotselinge kilheid, bijvoorbeeld, die haar een ‘onmenselijke temperatuur’ gaf, de ‘troebele, zelfgemaakte wijn’ die zij en Niki dronken op het dakterras van hun studentenwoning in de jaren negentig, de rimpels rond de mondhoeken van Alejandro ‘die zich tot parenthesen voortplantten wanneer hij glimlachte’, en de nervositeit van Birgitte, als ‘een schaduw die elke dag op de achtergrond van haar leven meeademde’. Het is prachtig hoe Genberg de details opvoert als in een symfonie, een verrassende cadens creëert en toch geen enkel moment de controle verliest over haar verhaal. Want hoe rijg je al die details tot een geheel?

In dit opzicht is De details een commentaar op literaire vorm, het idee dat een strakke spanningsboog een verhaal moet voortstuwen; voorwaarts, voorwaarts, tot er iets, of iemand, een climax bereikt. Misschien, denkt Genbergs verteller, omringd door die koortsige slinger van fragmentjes, ‘kan ik de totaliteit op die manier weergeven, door middel van de mensen die zonder rangorde via mijn gelaat naar binnen en buiten zwerven. Geen “begin” en geen “einde”, geen speciale chronologie, uitsluitend de momenten en wat in die momenten ontstaat.’

De details gaat ook over literatuur en schrijverschap. Mijmerend voor het kleine blauwe boekenkastje denkt de verteller aan de relaties die ze had met ‘mannen en vrouwen die van literatuur hielden maar die niet wilden lezen wat ik schreef, of die dat wel wilden maar er niets van begrepen, of er wel wat van begrepen maar niets zinnigs te zeggen hadden, of niet begrepen waarom ik eigenlijk probeerde te schrijven, …’ Paul Auster, Birgitta Trotzig, Milan Kundera, Robert Musil, Göran Tunström, allemaal zijn ze deel van de constante dialoog tussen Genberg en haar geliefdes. Toen ze jong was, zegt ze, ‘doolde [ik] rond tussen de genres, imiteerde anderen en probeerde datgene naar mijn hand te zetten wat ik tegenwoordig nog steeds naar mijn hand probeer te zetten: de wandeling van de gedachte vanuit mijn hoofd naar het papier’.

Hier lijkt De details op het werk van Rachel Cusk en Claire-Louise Bennett, die ook de totstandkoming van vrouwelijk schrijverschap portretteren en klassieke vertelvormen loslaten. Je wordt wie je bent vanwege de mensen om je heen, zoals in Cusks Contouren. Je kunt je autobiografie schrijven door middel van de boeken die je leest, zoals in Bennetts Kassa 19. Genberg doet iets interessants met het zelfonderzoek van haar verteller door een opvallende constante te creëren: haar beste vriendin, Sally, die in alle vier de verhalen een rol speelt. ‘Aan het begin van onze vriendschap hadden we onderzocht of we mogelijk verliefd op elkaar waren’, staat er, ‘maar dat was snel gezakt om plaats te maken voor iets veel duurzamers: een jarenlang gesprek dat bleef doorgaan, een ware liefde zonder bezitsdrang, een versterkend verbond bij elke nieuwe omstandigheid in onze respectievelijke levens.’

Vriendschap is het kader waarbinnen al het andere plaatsvindt. Bij Genberg ligt het zwaartepunt elders – niet op het ‘ik’ of de romantische liefde – en dit maakt De details anders, verrassend, én queer. Terwijl Johanna de verteller maant om het verleden nu eindelijke eens los te laten, is het Sally die haar ziet voor wie ze is, namelijk een schrijver, iemand die het verleden juist níet kan loslaten. ‘Vergeten’, zegt Sally tegen haar, ‘is nooit echt jouw ding geweest’. Gelukkig maar – anders was dit schitterende boek er nooit geweest. 