Economie

Vergeten les

De slachting op het politieke middenveld gaat ongenadig voort. In de laatste peilingen haalt Verdonk 19, Wilders 12 en de SP 18 zetels. De afkeer van de middenpartijen heeft diep wortel geschoten in het electoraat. Hoe komt het toch dat Nederland sinds Fortuyn politiek zo op drift is? Naast immigratie en de rol van de islam was het belangrijkste thema van Fortuyn het niet-functioneren van de publieke sector. Sinds 2002 hebben politieke partijen de tijd gehad om daarover na te denken. Helaas heeft dat niet veel meer opgeleverd dan ‘geef de professional de ruimte’, ‘verminder regels’ en ‘verminder het aantal rijksambtenaren’. Op zichzelf is daar niet veel mis mee. Maar het wezenlijke probleem is niet opgelost.

Jan Marijnissen zegt dat het neoliberale gedachtegoed de oorzaak is van alle problemen in de wereld. Dat is een grove versimpeling, maar hij heeft, net als Fortuyn, wel een punt. In de jaren tachtig en negentig is een waterhoofd van zelfstandige bestuursorganen ontstaan in de publieke en semi-publieke sectoren. Deze organen zijn op afstand van de overheid gezet met het idee dat marktwerking en liberalisering bevorderlijk is voor de efficiëntie van de publieke dienstverlening. En jawel, ze spelen nu massaal bedrijfje, om minister Plasterk te citeren.

Maar er kan nauwelijks gesproken worden van echte marktwerking, bijvoorbeeld in de zorg of het onderwijs. Veel (semi-)publieke instellingen zijn monopolies geworden die niet blootstaan aan de tucht van de markt. Je ziet schaalvergroting en fusies. Die helpen de efficiency-voordelen van de markt om zeep, omdat de concurrentie steeds zwakker wordt. Bovendien wordt geen verantwoording meer afgelegd aan de overheid. Er ontstaat, kortom, een onafzienbaar niemandsland waarin managers en bestuurders ongehinderd door staat of markt hun gang kunnen gaan.

Is het dan gek dat de bureaucratie uitdijt in het onderwijs, de politie en de gezondheidszorg? Is het zo vreemd dat de salarissen van bestuurders almaar stijgen? Wekt het verwondering dat de ombudsman klaagt over publieksonvriendelijkheid van uitvoeringsinstanties? Is het raar dat politieke vertegenwoordigers als door adders gebeten reageren als deze zaken aan de kaak worden gesteld?

Nederland is een insider-outsider-land geworden. Niet alleen op de arbeidsmarkt of de huizenmarkt, maar op vrijwel alle plekken in het publieke en semi-publieke domein: scholen en universiteiten, ziekenhuizen, uitvoeringsdiensten sociale zekerheid en nutsbedrijven. De belangrijkste beslissingen in Nederland worden achter gesloten deuren genomen, geadviseerd en ondersteund door planbureaus en wetenschappelijke adviesraden. Geen beslissing komt tot stand zonder brede instemming van de belangenvertegenwoordigers op het maatschappelijke middenveld. Niet voor niets positioneren onze populisten zich daarom als outsiders. Het meest nijpende probleem van het Nederlandse polderoverleg is dat de democratische legitimering van genomen beslissingen de facto ontbreekt. De regering moet weliswaar de jure verantwoording afleggen in de Kamer, maar dat gebeurt onvoldoende. Coalitiebelangen geven vrijwel altijd de doorslag. De kamer stelt zich onvoldoende dualistisch op.

Burgers zijn het zat bestuurd te worden door een in zichzelf gekeerde kaste van politici, bestuurders en managers in (semi-)publieke instellingen. Vrijwel niemand legt voldoende verantwoording af. Ingrijpende beslissingen gaan over de hoofden van burgers heen, zonder dat die het gevoel hebben te kunnen bijsturen.

d66 stelde ruim veertig jaar geleden de correcte diagnose. De samenleving is ingrijpend veranderd door de individualisering, secularisering, emancipatie van werknemers en vrouwen en noem maar op. Daar horen ook nieuwe democratische structuren bij. Maar bij voortduring is het verkeerde medicijn toegediend. Het probleem zit niet bij gebrek aan democratie aan de vraagkant van de politieke markt: de kiezers. Het probleem zit bij het aanbod: de politieke instituties. Nederland heeft, gechargeerd gesteld, nog steeds politieke instituties die gebaseerd zijn op een verzuild Nederland van bijna honderd jaar geleden.

De bezem moet door het openbaar bestuur. Dát is de vergeten les van Fortuyn. De aanbodkant van de politieke markt moet worden gedemocratiseerd. Overleg in de politieke besluitvorming is prima, maar dan wel met iedereen en niet alleen met de gevestigde belangen. Zolang cda, PvdA, vvd en d66 geassocieerd blijven met de kaste van zichzelf benoemende en controlerende bestuurders, zullen Marijnissen, Verdonk en Wilders blijven hameren op de Haagse kaasstolp.