De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

De titanenstrijd van Syriza

‘Vergeving is ver weg’

Tweeënhalve maand na haar verkiezingsoverwinning heeft Syriza weinig kunnen waarmaken van haar beloftes het Griekse volk te bevrijden van Europa’s financiële dictaat. De partij verliest aan populariteit en raakt verdeeld.

Medium griek

De opdracht van het Griekse volk aan Syriza was eenduidig: breng de bezuinigingspolitiek ten einde. Vol bravoure vlogen premier Alexis Tsipras en minister van Financiën Yanis Varoufakis langs de hoofdsteden; triomf was aanstaande, want de cijfers en het straatbeeld wezen op het ongelijk van de trojka.

Tsipras verkeek zich alleen op de dogma’s in Europa én in Syriza zelf. Hem wacht een duivels dilemma: willigt hij de Berlijnse eisen in, dan slaat Syriza’s linkervleugel aan het muiten. Zweert hij trouw aan zijn partijlijn, dan blijft de miljardensteun uit Europa weg. Vorige week keurden de geldschieters de hervormingslijst uit Athene af, de hand is nog op de knip. Lang kan de impasse niet meer duren, Tsipras waarschuwt al dat de steun weldra ‘post mortem’ zal zijn en vordert geld van de waterschappen en de Atheense metro: op 9 april verlangt het imf 450 miljoen euro terug.

Alle dromen die Syriza koestert, zijn gebonden aan die ene wens: kwijtschelding van schuld en vrijstelling van het rigide begrotingsregime. Geld dat binnenkomt, gaat per ommegaande naar de schuldeisers, naar afbetaling van lening en rente, naar banken. Investeren of armoede tegengaan is zo ondoenlijk.

In de Duitse, Nederlandse en Finse politiek en pers klinkt ‘vermoeidheid’ over Athene door, ‘het geduld is op’, ‘de Grieken nemen ons bij de neus’. In Griekse ogen is het Berlijn dat chanteert en dreigt met bankroet, zodat ‘wij weer tekenen voor wat ons enkel ellende bracht’.

Het draait om meer dan geld, het leven zelf staat op het spel. Struin een tijdje door morsige wijken in Athene en in ieder huis hoor je verhalen over gebrek en depressie. In de weken na de stembusgang van eind januari steunden vier op de vijf Grieken het ‘heroïsche’ verzet van Tsipras en Varoufakis, nu nog twee op de drie.

De staatsschuld van 180 procent is oneigenlijk, zegt journalist Nikos Konstandaras, maar om die weg te strepen moet men Athene welgezind zijn. ‘En dat duurt nog een poos, vrees ik. Een begin is: steeds herhalen dat slechts een tiende van de 233 miljard euro in Griekenland belandde, dat destijds de banken niet mochten omvallen, en dat Duitsland en Frankrijk zo zichzélf veiligstelden. Oud-premier Papandreou tekende met het mes op de keel, voor een programma dat niet op Griekenland was toegesneden en dat nooit is bijgesteld. Alles verdwijnt in een groot zwart gat.’

Door de Irodou Attikoustraat marcheert een peloton soldaten, met blauwe baretten en geschouderde geweren, in de schaduw van rijen mandarijnenboompjes. In de neoklassieke regeringsvilla Maximos zwermen opgewonden employés rond. Omringd door sculpturen plegen ze telefoontjes en blussen ze brandjes, er is een land te redden.

De deur zwaait open. Opgetogen drentelt Tsipras naast Nikos Pappas het werkvertrek van de laatste uit. Jarenlang liepen de twee samen door de schoolgangen. De premier wees zijn jeugdvriend aan als minister van Staat, zijn eerste vertrouweling. In woord en gebaar verbeeldt Pappas de partij: joviaal en jong, ongeschoren, dasloos en in spijkerbroek. ‘Zelfs ík ben verbaasd over de branie van Alexis’, vertelt Pappas in de chique salon. ‘Zonder aarzeling blijft hij almaar de waarheid over Griekenland vertellen. Dat vereist moed.’

Had de trojka van Europese Commissie, Europese Centrale Bank (ecb) en Internationaal Monetair Fonds (imf) niet ‘finaal gefaald’, vervolgt Pappas, dan zat hij hier niet. ‘De vorige premier, Antonis Samaras, sprak van een Grieks glorieverhaal, van bedwongen misère, beëindigde recessie. Dwaas was dat. Wij noemen de toestand zoals hij is: een humanitaire crisis.’

De avond voordat het nieuwe Griekse parlement zijn eerste wet aannam, om de allerarmsten voedselbonnen en elektriciteit te verschaffen, ontving Tsipras een brief van de Europese Commissie. Herroep de wet, beval deze: geef je tweehonderd miljoen euro uit, dan ben je niet zuinig. Pappas schimpt: ‘Zulke macht uitoefenen bij de zaak die ons het nauwst aan het hart ligt, om zo’n bedrag, is kleinzielig en triest.’ De wet kwam er alsnog en niet veel later kende Jean-Claude Juncker, Tsipras’ naaste bondgenoot in Europa, Griekenland twee miljard aan sociale bijstand toe.

Volgens de historicus Antonis Liakos krijgt de geschiedenis vorm door ‘onbedoelde gevolgen’. Eerst leefden zijn linkse idealen op in gevangenschap onder de junta van Papadopoulos een halve eeuw geleden, en nu weer om de ‘krenking’ van zijn land. ‘De vernedering is moeilijk te verdragen’, vertelt de publieke intellectueel vanaf een bruinleren sofa in de universiteitssociëteit. ‘Urenlang wachten in een ziekenhuis, waar artsen en medicijnen niet altijd voorhanden zijn, dat is droevig en onnodig. De trojka dwong ons te snijden in álles, de samenleving op losse schroeven te zetten. Dat mondde niet uit in een florerend investeringsklimaat, maar in een catastrofe.’

Het linkse karakter van Syriza is onbepaald, meent Liakos. ‘Socialisme is het niet. Ik noem het zelf “de economie van menselijke behoefte”. De humanitaire crisis is Syriza’s beginpunt, maar er zit een strop om onze nek. Zelfs ecb-chef Mario Draghi bedrijft politiek tegen Athene, dat lijkt me zijn rol niet.’ Tsipras zei eind februari een anti-Griekse as te zien, aangevoerd door Madrid en Lissabon. ‘Samenzwering is een groot woord’, vindt Liakos, ‘maar het is in hun belang meedogenloos te zijn, om de eigen werkwijze niet te ondergraven. Solidariteit, en helemaal vergeving, is ver weg.’

‘Dijsselbloem en Schäuble denken dat geen énkele Griekse regering beloftes nakomt’

Yanis Varoufakis kent hij uit Sydney, waar ze samen doceerden. ‘Hij is scherpzinnig’, zegt Liakos, ‘een man van grote cultuur én van buitensporig narcisme. Maar hij spreekt niet de taal van de Europese politiek, zijn metaforen en weidse gebaren vinden geen weerklank. De trojka misbruikt de technische details om niet naar de lange termijn te kijken; dan krijgt Varoufakis gelijk. Zijn voorstel om schuld aan groei vast te haken is ingenieus en goed, maar men zwijgt het dood.’

In haar werkkamer aan het Syntagmaplein drinkt Olga Gerovasili ijskoffie. Aan de wand hangt een omslag van het tijdschrift Time met een portret van Angela Merkel als ‘Frau Europa’. ‘Och’, vergoelijkt haar assistent, ‘wij oordelen over gedachten, niet over mensen.’ Tot in de nacht had het parlement, waar Gerovasili woordvoeder van Syriza is, over de hervormingslijst geredetwist. Ze blijft er welgemoed onder, al vinden ‘de instituties’ – zoals de trojka onlangs is hernoemd – de Griekse ideeën nog steeds ‘te vaag, te onvolledig’. Bestrijding van corruptie en belastingontduiking is ‘niet afdoende’.

Moeizaam gaat het zeker, zegt Gerovasili, ‘maar nu leveren we tenminste eigen suggesties aan’. Dat de trojka per e-mail beleid afdwong, door ministeries dwaalde, wekte in Athene diepe weerzin. Syriza plaatst ‘de instituties’ deze dagen in het Hilton Hotel, waar ze af en toe een kasboek langsbrengt. ‘Eén ding is duidelijk: deze regering bezuinigt niet langer. We moeten de economie aanslingeren, ontwikkelen, niet aldoor mensen hun congé geven. Een “Duits Europa” leidt hier tot teloorgang.’ Wel weet Syriza dat de oplossing in Europese kring ligt, vervolgt Gerovasili. ‘We willen een afspraak, echt waar, maar als je geen botsing riskeert, dan onderhandel je niet.’

Staatsminister Pappas denkt er hetzelfde over: ‘Qua pensioen- en arbeidszaken en privatiseringen verschilt onze visie van de Brusselse, en dat hoort geen obstakel te vormen; Europa moet een tolerante unie zijn. Kritiek op onze lijst komt van mensen die niet beseffen dat in Athene een ommezwaai plaats had, zij denken nog in de termen van de trojka.’

Regels zijn regels, hoort hij steeds. ‘Maar de trojka stelde geen régel op, ze maakte ad hoc een programma. Je kunt dat verbreken of veranderen – wij doen het laatste, in overleg.’ Twijfel kent Pappas niet: ‘Europa moet zich realiseren: wij zijn hier om te blijven.’ Evenwel is er het gerucht dat Varoufakis vlug zal aftreden, de eurogroep zou zijn omgangsvorm verfoeien. ‘Komische nonsens. Laat de dagbladen eens schrijven over zijn denkwijze, niet over zijn gedrag en kleding – die ik overigens prachtig vind.’

Bij de conservatieve kwaliteitskrant Kathimerini kijkt Nikos Konstandaras uit op Piraeus, grijze zee en grijze lucht. In Syriza ziet hij een mozaïek van groepjes en meningen. Vergaderen duurt er een eeuwigheid, weet de adjunct-hoofdredacteur. ‘Niet het land, maar Syriza zelf is onregeerbaar. Openlijk spreekt men elkaar tegen. De linkervleugel, onder de hoede van energieminister Panagiotis Lafazanis, bestaat uit stijfkoppen. Die zijtak, een derde van het partijcomité en veertig parlementariërs, vormt Tsipras’ grootste obstakel; voor hen is elke concessie ondenkbaar, liever verlaten ze de eurozone. Tsipras toont zich een voorman, de Grieken geloven en vertrouwen hem als hij zegt dat een Europees compromis het land nu behoedt en dat met geduld de dwingelandij zal verdwijnen. Maar Lafazanis’ trots staat in de weg.’

Inmiddels ‘bloeit de lente’ tussen Moskou en Athene. Tsipras wil graag weer groente en fruit naar het beknotte Rusland uitvoeren, en ging er dit weekend op staatsbezoek. Sergej Lavrov, de Russische buitenlandminister, zou een verzoek om geld ‘met goede wil’ bekijken – altijd raast de hoop om bijstand uit het orthodoxe broederland door de Griekse straten en kranten, maar altijd blijft die uit.

Volgens Pavlos Tsimas, columnist bij het linkse dagblad Ta Nea, durft de marxist Lafazanis deze regering niet te ondermijnen. ‘Hij roept, ligt dwars, schrijft epistels vol kritiek, en stemt ten slotte met Tsipras mee.’ Syriza heeft de kans om echte hervormingen door te voeren, daarover zijn de journalisten het eens. De partij staat los van het cliëntelisme – met een schoon blazoen en vrije handen. Konstandaras: ‘Zuiver eerst de belastingdienst en ambtenarij. En vecht vooral de corruptie aan, politiek en zakenwereld zijn verstrengeld in een dodelijke dans.’ Binnenlands neigt Syriza naar oud links; alle voorspoed verwacht ze van de staat, weet Tsimas. Even is hij stil, schudt dan zijn hoofd en zegt een beetje beduusd: ‘Eigenlijk zie ik nog niets van bestuur. Terwijl je geen dag mag verliezen.’

Bij Syriza kent Gerovasili het verwijt. ‘We staan de armen terzijde en sluiten immigrantenkamp Amygdaleza. Doen we meer, dan heet dat “eenzijdig handelen”, en dat is kennelijk niet toegestaan.’

Door eigen toedoen was Griekenland ziek, en de trojka schreef ons een giftig medicijn voor, schetst Pavlos Tsimas. ‘En nu willen Dijsselbloem en Schäuble geen vergelijk treffen, want ze denken dat geen énkele Griekse regering beloftes nakomt. Het was ook altijd de Griekse politiek, niet de bankenwereld, die blaam trof en tot in de vezels verdorven was. Maar Tsipras is terecht beledigd: Ik ben een eerlijke man, beschuldig míj niet, ik ben níeuwe politiek. Berlijn ziet het niet, en dat is ontstellend. Alsof alleen Athene dient te veranderen en niet die onnozele Duitse kijk op ons.’

Niettemin vloog Tsipras ter verzoening naar Berlijn en bewees er lippendienst aan alles waar de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble voor staat. ‘De premier weet dat Duitsland weerspannig is’, zegt Tsimas, ‘hij moest wel.’ Intussen lopen de banken leeg en ligt de economie stil; de Grieken sparen voor mogelijk onheil. Syriza stelt dat er voor deze week nog zeker geld is, maar de keuze tussen brood en geloof nadert. Nog éven onder toezicht leven, en daarna weer ademen, dat zal Tsipras naar verwachting verklaren. In terugkeer naar de drachme ziet hij niets. Een bron in regeringskringen zegt dat Syriza met meer eisen instemt, zolang het niet als een ‘blamage’ oogt. En ook Europa faalt bij een Grieks uittreden – tot dusverre vond men op het laatste uur altijd een uitweg.

Had Syriza het Europese toneel wat galanter betreden, dan was de nabije toekomst niet zo broos, zegt Konstandaras. ‘Tsipras en Varoufakis voerden geen dialoog maar een woordenstrijd, dat vaagde de minieme goede wil bij Berlijn weg. Syriza vond zichzelf moreel superieur en dacht met weliswaar juiste argumenten de Duitsers om te praten. Maar ze vergat dat de ander ook een opvatting heeft en dat voor Schäuble ideologie, geld en reputatie tellen.’


Beeld: Yanis Varoufakis (links) en staatsminister Nikos Pappas (rechts) luisteren naar Alexis Tsipras vlak voor de aanname van de nieuwe wet om de allerarmsten voedselbonnen en elektriciteit te verschaffen. Athene, 18 maart (Petros Giannakouris / AP / HH)