Worstelende Wetenschap #6

Vergis je niet: bewuste fraude is een serieus probleem in de wetenschap

Medisch fysioloog Marcel van der Heyden spoort fraude op in wetenschappelijke artikelen. Hij begrijpt wel waarom reviewers manipulaties over het hoofd zien: ze zijn er simpelweg niet op getraind. Daarom ontwikkelde hij een e-module.

Marcel van der Heyden fronst zijn wenkbrauwen. Het is het najaar van 2014 en hij leest een pas verschenen artikel in het vakblad Journal of Cardiovascular Pharmacology. Het gaat over de invloed van het medicijn zacopride op de hartspier bij ratten – een onderwerp verwant aan zijn eigen onderzoek. Maar al snel bekruipt hem het gevoel dat er iets geks is met het artikel. Meerdere zogenaamde ‘figuren’, de microscopiefoto’s en andere afbeeldingen met resultaten, lijken verdacht veel op elkaar.

En dat is niet de bedoeling. Op zich komen figuren, de basis van het wetenschappelijke bewijs, altijd in paren. Resultaten bij een ‘experimentele groep’ – de groep die het te testen medicijn toegediend heeft gekregen – worden afgezet tegen de resultaten bij een ‘controlegroep’, de groep die een placebo heeft gekregen. Maar wat ziet het oplettend oog van Van der Heyden? De verschillende plaatjes zijn steeds dezelfde, alleen een klein beetje verschoven, gedraaid of ingezoomd. De onderzoekers lijken dezelfde plaatjes steeds opnieuw gebruikt te hebben. Het is dus de vraag of het experiment wel bij de twee verschillende groepen is uitgevoerd.

Met het uitgeprinte artikel en een pen in de hand loopt hij naar de kamer verderop op de gang, waar een aantal jonge collega’s achter hun computers zitten te werken. ‘Kijk eens wat ik nou heb’, zegt hij. Met zijn pen wijst hij naar de plaatjes. Hij legt het voor de neus van een van de promovendi, de anderen verzamelen zich om hen heen. Ook zij beginnen te wijzen. Hier is overduidelijk geen sprake van één dubieus plaatje. ‘Volgens mij hebben we beet.’

Marcel van der Heyden is een bedachtzame, ietwat schuchtere vijftiger. Als associate professor op de afdeling medische fysiologie in het UMC Utrecht heeft hij zijn plek gevonden om te doen wat hij het liefst doet: fundamenteel onderzoek doen, promovendi en stagiairs begeleiden en onderwijs geven. Maar hij maakt zich wel zorgen over zijn vak, vertelt hij in zijn werkkamer.

Die zorgen zijn voor een groot deel het gevolg van een bezigheid – hobby wil hij het niet noemen – die hij de afgelopen jaren naast zijn werk ontwikkelde: het opsporen van fraude in wetenschappelijke artikelen.

Bij fraude denken we al snel aan fantasten als Diederik Stapel, die hele experimenten uit hun duim zuigen. Maar in het biomedisch onderzoek draait fraude veelal om iets anders: het met behulp van Photoshop of knip- en plakwerk manipuleren van de resultaten van DNA- of eiwit-analyses, microscopieplaatjes en andere bewijsvoering waarop wetenschappelijke publicaties drijven.

Lang werd gedacht dat zulke manipulaties zeldzaam zijn, maar helaas blijkt de realiteit weerbarstiger. In een publicatie die in 2016 verscheen in mBio schreven een aantal fraudejagers dat bijna vier procent van de biomedische publicaties die ze screenden manipulaties bevatte, waarvan er bij zeker de helft sterke aanwijzingen waren voor bewuste fraude.

Veel van die gemanipuleerde artikelen staan nog gewoon in de wetenschappelijke literatuur. En als ze al worden teruggetrokken, gebeurt dit zelden onder het kopje ‘fraude’. ‘Wat je heel vaak hoort als verklaring, is dat er “een foutje is gemaakt”. Een goed verstaander snapt wel wat er dan aan de hand is, maar toch’, zegt Van der Heyden.

Hij denkt wel dat bij de hoofdmoot van de dubieuze figuren geen sprake is van pure fraude, maar van het net even tweaken van die laatste paar resultaten, om ze ‘mooier’ te maken of om die ene reviewer te overtuigen die om extra bewijzen vroeg.

Ook als er daadwerkelijk is gefraudeerd, kan dat maar heel zelden echt aangetoond worden. ‘Daarvoor heb je de ruwe onderzoeksresultaten nodig. Bij een verdenking is de redactie van een tijdschrift afhankelijk van het onderzoek dat wordt uitgevoerd door het instituut van de beschuldigde onderzoeker zelf, en hoe daar de lijntjes lopen.’

Bijna altijd komt het er in de verklaringen op neer dat de promovendus het heeft gedaan. ‘Maar uit onze voorbeelden blijkt dat de fraude vaak door verschillende promovendi binnen één groep is uitgevoerd. Dat doet dus iets anders vermoeden, namelijk dat dit soort praktijken deel uitmaken van de labcultuur.’

Verschillende landelijke onderzoeksorganisaties en instituten zoals de National Institutes of Health in de Verenigde Staten werken wel met integriteitsbureaus, maar zoiets als een onafhankelijk strafhof voor wetenschapsfraude is er niet. Van der Heyden betwijfelt of dat echt meerwaarde zou hebben: ‘In dat geval weet je al helemaal niet hoe lang zaken zullen gaan lopen. Uiteindelijk is het vooral belangrijk dat de frauduleuze resultaten verdwijnen uit de literatuur.’

Waar Van der Heyden zich nog het meest over verbaast, is dat dit soort gemanipuleerde resultaten überhaupt gepubliceerd worden. Reviewers zien het dus echt niet. Hij begrijpt wel waardoor dat komt: ze zijn er simpelweg niet op getraind. ‘Tegen collega’s die reviewen zeg ik altijd: “Let erop, want als je direct al iets iets ziet scheelt het je drie uur werk.” Met een getraind oog vind je altijd binnen een uur een geval.’ Hij laat een artikel zien op zijn laptop. ‘Dit voorbeeld had ik na 21 minuten te pakken.’

Het artikel van de Chinese collega’s was zo overduidelijk gemanipuleerd dat Van der Heyden, zoals hij vaker deed, een gedetailleerd rapport opstelde en naar de redactie van het tijdschrift stuurde. Die vroeg de onderzoekers om opheldering. In eerste instantie hielden de onderzoekers nog vol dat er iets mis was gegaan bij het uploaden van één van de afbeeldingen, maar tevergeefs. In het voorjaar van 2015 trokken de auteurs het artikel onder druk van de redactie terug.

Contact met de Chinese onderzoekers zelf heeft Van der Heyden niet gehad. Die weg bewandelt hij nooit. ‘Het is net als op straat. Je kunt erop af stappen of je kunt de politie bellen. Ik kies ervoor de politie te bellen. Ik moet zelf ook nog publiceren, wil niet al te veel vijanden maken.’

Waarom hij dan niet anoniem opereert, zoals sommige klokkenluiders in de wetenschap doen? ‘Dat vind ik te ver gaan. Als je zoiets doet, moet je het met open vizier doen. Ik vind dat dat bij mijn werk hoort. Bovendien ben ik door mijn vaste aanstelling relatief safe.’

Hij gaat dus voorlopig door met speuren, al heeft hij zijn focus wel wat verlegd. ‘Op een gegeven moment heb ik besloten dat het dweilen met de kraan open is. Daarom ben ik het gaan inbouwen in het onderwijs dat ik aan studenten geneeskunde en biomedische wetenschappen geef.’

Hij ontwikkelde een e-module waarin hij artikelen met gemanipuleerde resultaten behandelt. Het artikel dat hij komende week gaat bespreken, is nog te vinden in de literatuur. ‘We hebben het bewust nog niet gemeld, dat doen we na volgende week. Dan voelt het voor de studenten nog écht. Hij wijst naar de plaatjes op zijn scherm: ‘Kijk, dit figuur is hetzelfde als dit, en dit als dit. Deze is deze, maar dan omgedraaid.’

Eerst laat hij de studenten speuren naar de manipulaties, en ze moeten een fictieve brief schrijven aan de tijdschriftredactie waarin ze die overtuigen dat het artikel niet deugt. Daarna toont hij wat hij gevonden had. ‘We hopen dat ze er oog voor krijgen en dat ze beseffen dat ze niet alles wat ze in de wetenschappelijke literatuur lezen domweg moeten aannemen. En dat dit soort gedrag echt niet kan, natuurlijk.’

Het bewustzijn onder wetenschappers neemt gelukkig toe. Tien jaar geleden deed Van der Heyden dit soort meldingen ook. ‘Bemoei je er niet mee’, kreeg hij toen te horen. Het is veel werk voor tijdschriftredacties, ze hebben er de capaciteit niet voor en fraude schaadt natuurlijk ook hun reputatie. Inmiddels hebben ze door dat die houding niet houdbaar is. Tijdschrift Nature publiceerde eind juni een editorial waarin werd opgeroepen om het geknoei een halt toe te roepen. Een aantal tijdschriften trainen hun reviewers al, of ze zetten software in om de fraude op te sporen – al is die nog niet feilloos.

Naar aanleiding van het artikel in het Journal of Cardiovascular Pharmacology publiceerde Van der Heyden samen met een van zijn collega’s een artikel in hetzelfde vakblad, waarin ze de casus reconstrueren. In het artikel sommen ze op wat wetenschappers, tijdschriftredacteuren, reviewers en andere lezers kunnen doen tegen fraude, zoals het opvragen van de ruwe onderzoeksgegevens, het niet direct beschuldigen van fraude maar wijzen op onvolkomenheden en het creëren van een werkomgeving waarin het normaal is dat collega’s elkaar aanspreken op hun gedrag.

Daarmee hoopt hij zijn steentje bij te dragen, al heeft hij niet de illusie dat de fraude snel zal zijn uitgebannen. Zolang het publiceren van opzienbarende resultaten beloond blijft worden, zullen onderzoekers in de verleiding komen. ‘Wat ik zo frustrerend vind, is dat een deel van de auteurs hun artikel een paar maanden nadat het was teruggetrokken elders weer heeft weten te publiceren. Ze gebruikten andere figuren, maar komen tot dezelfde conclusie.’

Of hij daar nog achteraan is gegaan? Hij zucht. ‘Nee. Het is verschenen in een Chinees tijdschrift en ik wil de carrière van mijn Chinese promovendi niet schaden. Dat wringt wel een beetje, ja.’

Even is hij stil.

‘Het kan wel zijn dat ik over een tijdje een commentaar stuur naar de uitgever van het tijdschrift.’


Tips en reacties via devrieze@groene.nl. Hier vind je de Facebook-pagina. En discussieer mee via de Facebook-groep Worstelende Wetenschap.