MUZIEKTHEATER Sneeuwwitje

VERGRIJSDWERGEN

Meteen als we de zaal binnenkomen wordt een toon gezet. Muzikanten, toneelspelers, zangers en technici kijken (rug zaal) naar een voorouderlijk klein televisieschermpje waarop de Disney-versie van het sprookje wordt vertoond. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die nooit heb gezien. Deze eerste avondvullende tekenfilm uit 1937 bereikte met de traagheid van een lavastroom pas in 1958 onze dorpsbioscoop, toen ik net tussen het stadium van Laurel & Hardy en de eerste kleurenversie van Tarzan in hing. Tekenfilms waren voor luierdragers. Tijdens mijn onderwijzersopleiding was alles wat alleen al naar Disney rook zwaar verdacht en pedagogisch onverantwoord. Bij gebrek aan nakroost is het er daarna nooit meer van gekomen. Waarom ik vanaf rij zeven in de Koninklijke Schouwburg dan toch die film herkende? Aan de zwiepende zwarte mantel van de stiefmoeder natuurlijk, en die tevreden hummend hompelende Efteling-tuinkabouters, die tot het culturele erfgoed van ieder ex-kind zijn gaan behoren. Als het publiek zit wordt de televisie opgeruimd met de geruststellende nonchalance waaruit spreekt: zó doen we dit sprookje vanmiddag effe niet. Voor een romantische hervertelling zijn ze bij Jeugdtheater Sonnevanck veel te spirituele theatermakers, voor ironie geven ze ook niet thuis, omdat ze gewoon erg veel om hun publiek geven.
Deze Sneeuwwitje is er een met veel hoezo’s en waaroms in de vertelling, die overigens zonder enige vorm van moralisme of commentaar tegen de hoofd- en bijplots van het sprookje aanschuren. Zo is de vertrouwde verhouding van de titelheldin tot haar stiefmoeder (Heilige-Maria-in-de-dop versus een takkewijf) grondig door de verbeeldingsschrijfmachine van librettist Sophie Kassies gehaald, aan de hand van de simpele vraag: hoe komen die mensen zo raar? Zo is de rol van de stiefmoeder geschreven (en zo wordt ze ook gespeeld en gezongen door Fanny Alofs) als een vrouw die slecht tegen ouder worden kan, en daar heb je er nogal wat van, ook zónder die zwierig zwiepende mantels. En Sneeuwwitje (Jessica Manuputty) is hier een puberende bakvis die met een gouden lepel in haar mond is geboren en die niet kan wachten tot ze de mooiste van het land is. Als ze bij de dwergen gewoon de vaat moet doen naast ander licht huishoudelijk werk laat ze alles uit haar bepoederde handjes vallen.
Trouwens, die dwergen van Rosa Sonnevanck, die kom je in de Efteling echt niet tegen, je vindt ze in koude stations met een pak daklozenkranten in hun aftandse wanten of in verzorgingstehuizen. Het zijn vergrijsdwergen, ze hebben last van winderigheid en jeuk op plekken waar je niet publiekelijk moet krabben, ze zijn een tikkie grof in de bek en ook anderszins vrij schaamteloos. Alle beschikbare mannen (ook musici en technici) spelen die dwergen, onder aanvoering van de hilarisch acterende raskomedianten Julian Goldsman en Herman van Baar, die ook in andere rollen laten zien dat ze een hoop in huis hebben. De muziek van Jens Joneleit is een feest voor het oor omdat ze helemaal niet behaagziek of fluwelig is, maar juist een beetje anarchistisch, tegen-de-haren-in-strijk-muziek, tikje atonaal en daarin precies aansluitend bij de kronkellijnen in het verhaal. De twee hoofdrolvertolksters zijn zangeressen die ook kunnen acteren. En dat is weer de verdienste van regisseur fiora Verbrugge. Zij heeft met haar Duitse collega Andrea Gronemeyer (Sneeuwwitje is een Nederlands/Duitse coproductie) een voorstelling afgeleverd waar je niet alleen blij maar ook opgetogen uit komt: dat je een vertrouwd verhaal zo rijk kunt hervertellen – feest is het! En: kinderen, neem gerust je
(groot)ouders mee.

Sneeuwwitje door Jeugdtheater Sonnevanck, tournee t/m 7 februari. 053-4315400, jeugdtheater@sonnevanck.nl