Perquin

Verhaal

‘Ga je straks mee, een kop koffie drinken?’ Het is zondagmiddag, ik ben moe en verhit na een halve dag gedichten lezen, vragen beantwoorden en grappen maken. In de zaal is het nog warm en schemerig. Hier en daar zijn programmaboekjes op de grond achtergelaten. Een man van de techniek is al bezig kabels uit te rollen: vanavond komt er een band spelen. Alleen Leuke Man, die tijdens mijn voordracht zulke indringende blikken wierp, is blijven dralen bij de deur, net zo lang tot we alleen overbleven.

‘Of een glas wijn natuurlijk’, vult hij nu aan. Hij lacht. Het is een echte Leuke Mannen Lach, zie ik.

Even denk ik aan de gesprekken die ik vroeger met vrienden voerde. Over de manier waarop het hele leven overhoop gegooid kon worden door een bus later te nemen, een briefje op te rapen, een telefoontje te plegen. Alles, vonden we toen, hing van toeval aan elkaar. Het had geen zin je te concentreren op wat er gebeurde - het ging in het leven nu juist om wat er niet gebeurde. Wij zagen dat, in tegenstelling tot onze ouders, haarscherp in. Het leven viel niet te plannen, zeiden wij. Wat ze ook probeerden, met hun eisen en agenda’s. Deze trein in plaats van de volgende? Ratsj. Daar gaat een avontuur dat je nooit zult beleven. Links afslaan in plaats van rechts? Ratsj. Weer een stel pagina’s uit je biografie gescheurd. Die winkel in? Ratsj. Niet naar dat feestje? Ratsj.

Leuke Man kijkt me aan. Ik bloos, voel ik. 'Er wordt thuis op me gewacht’, zeg ik dan. Hij knikt. Even vang ik een glimp op van ons verhaal. Het begint hier in dit donkere zaaltje en kronkelt dan de straten van de stad door, naar een café. Er staat een fles wijn op tafel. Daar zitten we, diep in gesprek. We lachen ergens om. Er volgen stiltes, lange blikken opzij. Een eerste, semi-toevallige aanraking. 'Ik kan dus beter mijn trein gaan halen’, zeg ik. Leuke Man begrijpt het volkomen. Natuurlijk. Geen punt. Wanneer hij de zaal uit loopt kijkt hij nog één keer om. Ratsj.