Hoofdcommentaar

Verhagen nam een wijs besluit

En zo gebeurde afgelopen maandag in Genève wat werd gevreesd. Voorspelbaar haalde de Iraanse president Ahmadinejad – die eerder al de holocaust een mythe noemde en pleitte voor de vernietiging van Israël – in zijn toespraak voor de VN-conferentie tegen racisme venijnig uit naar de joodse staat. De vorming van Israël, betoogde hij, had ‘een heel volk ontheemd onder het voorwendsel van het joodse lijden’. Sterker: ‘Om de verschrikkelijke gevolgen van racisme in Europa te compenseren, hebben ze geholpen om het meest wrede en racistische regime in Palestina aan de macht te brengen.’ Even voorspelbaar riepen demonstranten ‘racist! racist!’ en beenden tientallen westerse diplomaten verontwaardigd de zaal uit. Volgens nagekomen berichten had Ahmadinejad in zijn speech ook nog de holocaust als ‘twijfelachtig’ willen omschrijven. VN-baas Ban Ki-moon heeft hem daar op het nippertje van weerhouden.
Alleen al vanwege deze voorspelbare onverkwikkelijkheden is het een wijs besluit van minister Verhagen om, net als de VS, Duitsland, Italië, Polen, Nieuw-Zeeland, Australië, Canada en Israël zelf, het feestje van deze VN-top aan zich voorbij te laten gaan. De vorige VN-conferentie tegen racisme, die in september 2001 werd gehouden in Durban, Zuid-Afrika, was een pijnlijke vertoning, die alleen niet zo’n grote plaats in ons geheugen inneemt omdat een paar dagen later de aanslagen op de Twin Towers plaatsvonden. Maar toen, in Durban, ontaardde de mondiale groepstherapie die alle mensen als broeders had moeten verenigen in een antiwesterse jamboree. Zionisme werd veroordeeld als de actuele vorm van nazisme en apartheid, en van het Westen werden herstelbetalingen geëist voor de slachtoffers van de koloniale onderdrukking en slavernij. Israël en Amerika verlieten de top uit protest. De soep werd niet zo heet gegeten als hij werd opgediend, want de westerse landen die tot het einde bleven – waaronder Nederland – wisten van de slotverklaring een gematigd, maar vaag document te maken. Onevenwichtig was het nog steeds, want ‘de benarde toestand van het Palestijnse volk onder vreemde bezetting’ is het enige dat met naam en toenaam wordt vermeld.
Had Verhagen dan toch moeten gaan, om opnieuw een goede invloed uit te oefenen? In de conceptslotverklaring voor de huidige top die er, na maanden onderhandelen, ligt, staan weliswaar geen expliciete verwijzingen meer naar Israël, maar al in de eerste paragraaf wordt de Durban-verklaring uit 2001 bevestigd. Maar belangrijker: behalve om Israël, dat zo veel strenger beoordeeld wordt dan al die niet-westerse landen waar de mensenrechten fors geschonden worden, gaat het op de top om religiekritiek. De moslimlanden hebben vergeefs geijverd om het ‘belasteren van religies’, en dan vooral de islam, te verbieden. De slotverklaring veroordeelt nog steeds ‘de minachtende stereotyperingen van mensen op grond van hun religie’ en rept van ‘zorg’ over de ‘recente toename’ van het aanzetten tot haat tegen religieuze minderheden. Verhagen stelt terecht dat ‘een aantal landen dat zelf nog heel wat te doen heeft op het gebied van mensenrechten de top misbruikt om religie boven de rechten van de mens te stellen’.
De Franse filosoof Pascal Bruckner, die opriep tot een boycot van de conferentie, zei het kort en krachtig: ‘Antiracisme bij de VN is verworden tot een ideologie van totalitaire regimes die haar voor hun eigen belang gebruiken.’ De oplossing van de regering-Obama is daarom zo slecht nog niet: zij liet verstek gaan op de racismetop, maar zal proberen om de VS een zetel te laten krijgen in de VN-Mensenrechtenraad. Zolang landen als Cuba, China, Saoedi-Arabië en Pakistan daarin de dienst uitmaken, wordt het ook niets op een conferentie waar het om mensenrechten draait.