Toneel: Anno Drenthe

Verhalen uit de geleende tijd

‹Anno Drenthe› heet de voorstelling, die eigenlijk een intieme ontmoeting is. Met negen inwoners van Drente. De jongste is 71, de oudste 89. Ze delen met ons hun levens. Vertellend, mijmerend, dansend.

Het was 1958. Ik was tien en keek met mijn net gepensioneerde lievelingsopa naar de begrafenis van paus Pius XII op de televisie. Hij zweeg, gromde hoogstens wat vanonder zijn imposante donkere snor. Na de plechtigheid haalde hij een stapel ingebonden afleveringen van de Katholieke Illustratie uit de schuur achter hun bejaardenhuisje. Ik volgde zijn grote tuiniershanden die, bladerend, naar iets op zoek waren. Het was een foto van paus Pius XII, die in wit habijt op een straat in Rome lag geknield, de armen ten hemel geheven, omgeven door priesters, militairen en gewone Romeinen. Onder de foto, uit 1944, stond: «Zijne Heiligheid Paus Pius de Twaalfde smeekt de zegen van de hemel af, teneinde te voorkomen dat de oorlogvoerende partijen het historische Rome zullen bombarderen.» Opa mompelde: «Ja, dát kon-ie wel. Maar dat andere, dát kon-ie niet.» Ik begreep hem niet en opa weigerde verder obstinaat iedere toelichting — hij had al te veel gezegd.

Toen ik, tien jaar later, voor onderwijzer studeerde, en op mijn zeer rooms-katholieke Kweekschool een boek onder ogen kreeg over de weigering van paus Pius XII zich ten overstaan van de stad en de wereld («urbi et orbi») expliciet uit te spreken tégen Hitlers holocaust, toen begreep ik dat zinnetje van opa pas. Maar het was te laat. Opa was nog meer gaan zwijgen dan hij daarvoor al deed.

Ik ben opgegroeid in een familie van boeren en tuinders, waarin het zwijgen een van de voornaamste wapens tegen ontregeling, verwarring en onttakeling was. De vele verhalen van mijn lievelingsopa, die ik hem zó graag nog had willen ontfutselen, werden door zijn «geleende tijd» ingehaald. Zijn vrouw, mijn oma, kreeg vlak na opa’s pensionering beroerte op beroerte. Het levenswerk van «mooie Bertus», zoals mijn opa in ons dorp liefkozend werd genoemd, was opeens de verzorging van zijn vrouw geworden. De enorme kracht waarmee mijn lievelingsopa mijn volumineuze «koekjestrommeloma» uit haar bed kon tillen, daar kon geen gespierde, gediplomeerde verpleger tegenop. Toen oma na bijna twintig jaar liefderijke verzorging toch nog onverwacht stierf, was opa’s missie voltooid. Binnen een half jaar ging hij alles doen wat iedere plattelandsarts een 86-jarige zou verbieden. Het was voor opa toen héél hard werken om snel de grote liefde van zijn leven achterna te reizen.

Aan die zwijgende lievelingsopa, van wie ik ook de liefde voor toneel heb geërfd, moest ik denken tijdens het kijken naar Anno Drenthe, een voorstelling, of liever: een ontmoeting, georganiseerd (geënsceneerd, geregisseerd) door Betsy Torenbos, danseres, choreografe, theatermaakster. Negen Drentse zeventig-plussers, die hun verhalen delen met ons. Ze doen een dansje, mijmeren, kijken naar op groot scherm vertoonde beelden van door hen gekoesterde landschappen, omgevingen waar ze van houden, ze doen verslag van hun dromen over een aanstaande dood, knabbelen op hun lievelingsgerecht, door een Drentse kok ter plekke bereid, luisteren naar de muziek die hun broze herinnering wakker kust. Betsy Torenbos heeft gedaan waar ik in opa’s geleende tijd niet meer aan toe ben gekomen: ze heeft deze negen mooie mensen, die de «leeftijd der sterkeren» hebben bereikt (mooie kwalificatie eigenlijk, voor mensen die fysiek zwakker worden), uitgenodigd om hun verhalen te vertellen.

Betsy Torenbos (32) komt uit Drente, bewoond door een volk dat zichzelf met een lichte ironie aanduidt als een mix van turf, jenever en achterdocht. Na haar moderne dansopleiding ging Torenbos in de zomer van 1997 naar De Amsterdamse School voor Advanced Research in Theatre Studies (Dasarts), toentertijd geleid door theatermaker, beeldend kunstenaar, voormalig directeur van Mickery, denker over kunst en cultuur, Ritsaert ten Cate. Hij duwde haar zachtjes een mooie kant op toen hij haar het advies gaf een begrafenisritueel te maken. In de verhalen van de Drentse danseres herkende Ten Cate klaarblijkelijk het onvermogen om te rouwen. Wérkelijk te rouwen — niet dat vlot afgewerkte nepritueel van drie dagen een lijk van een dierbare opbaren, dan snel die kist tien vadem diep wegspitten, en voor de rest ervan uitgaan dat de tijd alle wonden wel weer snel zal helen. Tijdens de voorbereidingen van een Dasarts-project over herinnering zag Torenbos een foto van een vrouw die Auschwitz had overleefd. Ze keek in de camera met ogen die vertelden: mijn lijf hebben jullie verwoest, maar mijn ziel hebben jullie nooit gekregen. Betsy Torenbos zag een verhaal: «Ik zoek sindsdien mensen met verborgen verhalen. De dood is het geraamte van al die verhalen.»

Ze maakte naar aanleiding van die ene foto een installatie met geluid en videobeelden, She and Me, die werd gezien door Michael Stolhofer van de Salzburger Festspiele. Hij vroeg haar die verborgen verhalen te komen regisseren in Salzburg. Anno MM heette die voorstelling, het jaartal van Memento Mori, gedenk te sterven. De voorstelling had succes, of liever: ze werd gezien, men herkende dat de verhalen van de broze mensen die de leeftijd der sterkeren hebben bereikt, de verhalen van de mensen die eindelijk naar binnen durven te kijken en het gevondene met publiek willen delen, belangrijk zijn.

Zo ontstond Anno Drenthe. Betsy Torenbos ging terug naar haar eigen turfmolm, naar Drente, zocht tientallen Drenten op, interviewde hen langdurig, koos uiteindelijk voor deze negen. Als we binnenkomen zit een van hen er al: Lydia Stroobach (80, Meppel). Ze haalt herinneringen op aan haar oma, toen Lydia zeven was, en de oma 93. Terwijl Lydia Stroobach kijkt naar de foto van haar oma horen wij haar herinneringen op een geluidstape. Ze beweegt zacht in haar schommelstoel, naast het kleine draaitoneel. Dan zet ze de foto van haar oma op het draaitoneel. De foto draait weg. Haar medespelers komen één voor één op uit het publiek, nemen plaats op zetels, stoelen, krukjes. Ze zijn zo geplaatst dat ze elkaar constant kunnen aankijken. En wij, die rondom het draaitoneel op drie tribunes hebben plaatsgenomen, zien hen ook constant. Want het draaitoneel blijft vrijwel de hele voorstelling door draaien, piepend en kreunend, echo van hun stramme gewrichten.

Van Margje Kuper (89, Assen), de oudste van de negen, krijgen we herinneringen te horen over haar verjaardag. Aaltje Kors (de jongste, 71, uit Annen — ook de geboorteplaats van regisseur Betsy Torenbos) laat zien dat dansen in haar lijf zit en er nooit meer uit gaat. Ze danst in het zand op het draaitoneel en nodigt anderen ook uit tot een kwetsbaar bewegen. Dansen doet ook Ans Hasselbach (73, Eelde). Of nee, dansen, dat is het woord niet. Ze voert een ritueel uit, herinnering aan een oorlogsbombardement omgezet in bewegingen, omdat de woorden haar zijn ontglipt. Jan Dik (86, Eelde) dist levendige turfstekersverhalen op en komt langs zijn neus weg met een kleine geschiedenis over de oorlog. «Ik zei, ik heb nog even naar Radio Oranje geluisterd. De baas keek me aan en zei tegen mij: zoiets moet je niet verder vertellen, vandaag je vriend, morgen je vijand. De volgende week riepen ze hem op om in te vallen als landwachter. Hij bleek een NSB’er te zijn. Ik zag hem lopen met het geweer op de schouder. Toch vond ik het geweldig dat hij mij had gewaarschuwd.» Piet Kleerebezem (81, Assen) brengt uiteindelijk de dood dichterbij: «Je droomt dat je de volgende dag zal sterven. Zo maar, ineens. Dan is alles voor jou voltooid. En toch zal er niets af zijn.» Memento Mori.

Het theater in Hoogeveen waar zich dit alles afspeelt, heet De Tamboer. We zitten met zijn allen op het grote toneel, achter het brandscherm («toneel op toneel» heet dat in het jargon van de programmeurs). De vijf kwartier die Anno Drenthe duurt, glijden langzaam voorbij, zoals de tijd die lang niet alle wonden heelt. Aan de betrekkelijkheid van die tijd worden we slechts herinnerd door de piepjes uit de magnetron van kok Roel Kuper, die tijdens de voorstelling, die geen voorstelling is maar een ontmoeting, kleine hapjes bereidt voor de negen spelers, die na vijf kwartier knabbelend op die lekkere hapjes, en nippend aan een jenevertje, als het ware in het publiek oplossen.

Tijdens het applaus dacht ik aan mijn lievelingsopa die «mooie Bertus» werd genoemd. En aan de geweldige verhalen die ik hem in zijn «geleende tijd» nog had willen ontfutselen.

Nog te zien in Theater De Tamboer, Hoogeveen, op 21, 22 en 23 oktober. Daarna in ieder geval ook nog te zien in Assen.

Inlichtingen: www.detamboer.nl.