Verhalen voor het slapengaan

A.S. BYATT
THE CHILDREN’S BOOK
Chatto & Windus, 617 blz., € 18,95

Aan welke eisen moet een geloofwaardige historische roman minimaal voldoen? Volstaan vage schetsen van decor en het noemen van enkele typische tijdgebonden gebruiksvoorwerpen? En hoe zit het met de dialogen? Stel, een roman speelt zich af in de negentiende eeuw: de romans uit die periode zijn zo gebonden aan eisen van literaire redelijkheid en zedelijkheid dat ze geen betrouwbare bron opleveren voor authentiek taalgebruik. Allemaal praktische problemen voor schrijvers, maar gelukkig weten de besten onder hen dat alle geschiedenis fictie is en dat authenticiteit schuilt in de overtuiging van hun stijl.
In haar nieuwe roman The Children’s Book is A.S. Byatt (1936) minder begaan met haar stijl dan met haar uitputtende pogingen de lezer op een feitelijke manier van een tijd te doordringen. Het boek speelt zich af tussen 1895 en 1919 en dat zullen we weten ook. Geen huis kan worden betreden, geen persoon ontmoet, geen land kan worden bezocht, geen jurk gedragen, geen kopje bekeken, geen maaltijd kan worden gegeten zonder een uitvoerige beschrijving. En zoals dat gaat: als alles belangrijk is, is niets belangrijk. De roman lijkt daarin op de saaie klassieker Middlemarch (1871) van George Eliot (1819-1880). Om haar historische wereld nog meer kracht bij te zetten laat Byatt bovendien elke figuur van naam uit die tijd opdraven: Rupert Brooke, Auguste Rodin, keizer Wilhelm II, Oscar Wilde, H.G. Wells, William Morris, J.M. Barrie, George Bernard Shaw, enzovoort. Haar vermoeiende eruditie verhult haar mechanische stijl, die moeite heeft het treffende woord te vinden, en evenmin in staat is de indringende passage te formuleren die de worsteling van haar personages ontsluit.
Byatt neemt ook een risico door fragmenten proza en poëzie van haar schrijvende protagonisten op te nemen. John Irving (1942) doet het effectief met het korte verhaal The Pension Grillparzer in zijn roman The World According to Garp (1978); Paul Auster (1947) laat in zijn oeuvre personages regelmatig prachtige elliptische verhalen opdissen die rimpelloos opgaan in zijn plots. Maar de flarden van de sprookjes van schrijfster en moeder Olive en de verzen van gevallen soldaat Julian zijn voor de hand liggende analogieën en onnodige uitweidingen.
The Children’s Book draait om twee kinderrijke families: de rijke en aanlokkelijke Wellwoods, verzameld op landgoed Todefright, en de bohémienachtige Fludds, wonend in Purchase House. Daaromheen vliegen nog de Cains en de Methleys. Zoals het een soap betaamt vormt sociale claustrofobie het hart van Byatts verhaal. De families loeren alleen naar elkaar, met eindeloze dwarsverbanden en relaties tot gevolg. Belangrijkste outsider is Philip Warren, de arbeidersjongen met een talent voor keramiek. Helaas is hij de spreekwoordelijke pure ziel die nogal opzichtig contrasteert met alle morele hypocrisie om hem heen. De boeiendste personages van het boek zitten diep verstopt in de brij, maar ze zijn er wel. Neem deze korte verschijning van de grondlegger van de padvinderij Lord Baden Powell: ‘He constructed camps for boy scouts and was moved by photographs of naked boys bathing. One of his interests was watching executions – he would travel many miles, and cross frontiers, to be present at them.’
Byatt is ook succesvol met haar schildering van suffragettes. Plotseling heeft ze haar beschrijvingsdrang beteugeld en ontstaan krachtige, ironieloze portretten van sterke vrouwen. Emmeline Pankhurst (1858-1928), bijvoorbeeld, die op de beschuldiging dat zij een ‘wicked old woman’ zou zijn, antwoordde: ‘We do not intend you should be pleased.’ De historische figuren winnen het in hun puntiger opvoering van Byatts fictionele karakters. Haar banale en kabbelende verhaal over families die elkaar beminnen en bedriegen voelt niet tijdgebonden, ankert zich maar niet in de beoogde epoche. De historische bijrollen zijn vermakelijk, maar verdienen hun eigen boeken.
Het is ook jammer dat Byatt de Eerste Wereldoorlog als een soort postscriptum presenteert, want de loopgraven leveren de krachtigste hoofdstukken op. De zinnen worden compacter, de bladspiegel valt uiteen in kortere alinea’s – Byatt brengt behendig de dood in stelling. Zelfs het voorspelbare effect van de oorlog op haar mannelijke personages, wie overleeft en wie niet, kan haar grimmige proza niet verzachten. Net als in een Hollywoodfilm is het geen verrassing dat de zonen sterven die eerder maar kleine of minder sympathieke rollen vervulden. Natuurlijk keert upper class-Charles, na een dramatische vermissing, terug bij zijn taaie en bescheiden working class-liefje, Elsie. En uiteraard overleeft noble savage Philip de oorlog.
The Children’s Book is dik genoeg om ambitie uit te stralen en meanderend genoeg om ongeteste noties over diepzinnigheid te bevestigen. De roman is bovendien Engels genoeg voor een duidelijk verschil met de vorige winnaar. Maar daar is dan ook alles mee gezegd.