Verhalenhandschoen

Steims Tijdmachine, zo heet de nieuwe serie concerten met live elektronische muziek in het pand aan de Amsterdamse Achtergracht. In het eerste concert vorige week speelde echter niet zozeer tijd als wel plaats een rol. Een zekere exotische oosterse flirt kon het concert niet ontzegd worden, zoals het buitengewoon raadselachtige optreden van de Amerikanen David Wessel en Matthew Wright.

Of liever gezegd: quasi-mystiek. Want uiteindelijk bleek het stuk D-Jex1 vooral een hoog siliconengehalte te hebben. Als een pilaarheilige nam Matthew Wright plaats op een luidsprekerbox, met op zijn schoot het zogenaamde Wacom-tablet. Dit is een soort tekenbord dat fungeert als interface om de geluiden in de computer aan te sturen en - in real time - te bewerken.
De eerste teleurstelling is dat de lijnen die over het tablet gemaakt worden, maar zeer ten dele corresponderen met het geluid dat je hoort. Ten tweede verwacht je dat de tekeningen ergens op een scherm geprojecteerd worden en een visuele meerwaarde vormen. Niets van dat al.
Dit was niet onoverkomelijk geweest als Wright meeslepende muziek had gemaakt, maar in plaats daarvan kreeg het publiek een grote vuilnisemmer losse samples over zich uitgestort. De zelfingenomenheid van de performer bleek ten slotte uit de (eindeloze) lengte van het optreden; op een willekeurig moment zette hij er een bijzonder slordige punt achter.
Wat een contrast met zijn compagnon David Wessel, die daarna een prachtig, ingetogen solo-optreden deed. Wessel beperkte zich in Ngai Pha Yul juist tot één soort materiaal, de authentieke zang van de Tibetaanse musicus Tsering Wangmo. Ook al was het een wat koddig gezicht om deze oudere Amerikaan in lotushouding achter de Thunder-controller (een interactief instrument in de vorm van een trom) te zien zitten, eigenlijk symboliseerde het ook mooi de confrontatie tussen een eeuwenoude zangtraditie en de allergeavanceerdste apparatuur met David Wessel in de rol van intermediair. Met enorme precisie en groot raffinement ontwierp hij een suggestieve compositie.
Het intrigerendst was echter het optreden van Laetitia Sonami, een van de kunstenaars die al jaren gezichtsbepalend is voor Steim. Zoals een ander met z'n viool vergroeid is, zo drukt Sonami zich uit via haar handschoen, een elegante dunne handschoen tot aan de elleboog die bezaaid is met draden, sensoren en elektronische plaatjes. De sensoren maken dat de kleinste hand- of vingerbeweging het geluid in de computer beïnvloedt, en theatraal leidt dit tot een subtiele choreografie voor de handen en armen. Niet alleen is dit instrument heel persoonlijk, ook heeft Sonami in de loop der jaren een heel eigen genre ontwikkeld, waarin taal en muziek prachtig met elkaar verstrengeld zijn.
Met haar kalme sonore stem vertelt ze verhalen (in de beste narratieve traditie van kunstenaars als Robert Ashley) terwijl ze zichzelf met haar handschoen begeleidt. Op een volkomen onderkoelde toon doet ze de meest dramatische en bevreemdende situaties uit de doeken. Veelal handelen ze over een ‘she’ die verhaalt over liefde, seks, dood, ontrouw, ziekte, verlies en vervreemding.
Bij de versie van What Happened III had Laetitia Sonami stem en computer uitgebreid met videobeelden, eerst (live) van haar eigen pratende mond, dan van abstracte kleurrijke beelden en een zwart-witte kever. In She Came Again ligt de nadruk veel meer op de muziek die is doorsneden met tekstfragmenten. Sonami gebruikt hier puur synthetische klanken die ze op een zeer muzikale manier uiteentrekt, stapelt en doorwerkt.
De kracht van haar optreden ligt echter minstens evenzeer in haar sterke uitstraling: haar grote concentratie en dwingende presence houden het publiek aan haar lippen gekluisterd.