Kunst

Verheven ongenaakbaar

Kunst: K.P.C. de Bazel

Er staan twee merkwaardige foto’s in een recent verschenen boek over de architect en interieurontwerper K.P.C. de Bazel (1869-1923). Op beide zit hij, «en famille», aan een door hemzelf ontworpen tafel. De drie oudste van zijn vier dochters zijn geposeerd verdiept in een boek of handwerkje, terwijl de jongste als een ledenpop bij pa op schoot ligt. De Bazel zelf hangt ietwat onderuit, en hij en zijn vrouw zijn de enigen die in de lens kijken. Het is een tafereel van diepe troosteloosheid, geen spoor van bruisend huiselijk leven. Vooral de mismoedige blik van De Bazel blijft bij. Zijn hele leven was hij, theosoof en vrijmetselaar, op zoek naar een «hoger weten», maar als hij al iets gevonden heeft, dan bepaald niet Nietzsches «fröhliche Wissenschaft».
Misschien ook is het alleen maar intense vermoeidheid die uit die blik spreekt. De Bazel overleed vrij vroeg, op zijn 54ste, en liet een omvangrijk oeuvre na van villa’s, herenhuizen en talloze meubel- en interieurontwerpen. Om dat tot stand te brengen, moet hij, die een zwakke gezondheid had, gewerkt hebben als een ploegpaard.

De tentoonstelling K.P.C de Bazel – Ontwerper voor de elite die nu in het Haags Gemeentemuseum is te zien, beperkt zich tot de meubels en interieurs. Een esthetisch genoegen, maar het bijbehorende boek, geschreven door Yvonne Brentjens, is zeker zo interessant. Niet alleen analyseert zij elk spijltje en stijltje van De Bazels meubelen, maar ze geeft ook een beeld van de levensvormen in de betere kringen aan het begin van de vorige eeuw en van de relatie tussen een ontwerper en zijn verwende cliëntèle. De komische noot ontbreekt niet, in de vorm van de chique dame die alleen een handdoekenrekje door de architect wilde laten ontwerpen. De Bazel was zo gek niet, of hij deed het.

Het is een verzonken wereld, waaruit hij zijn klanten betrok, het Nederlands patriciaat. Een ritseling van dubbele namen trekt voorbij, tot en met koningin Wilhelmina, afgewisseld door een enkele industrieel. Mensen die op comfort en stijl gesteld waren en iets «klassiek moderns» zochten, vertrouwd en toch nieuw.

De meubels vertonen historische invloeden (het oude Egypte, het Empire, de achttiende eeuw) en zijn tegelijk, op een onbenoembare manier, eigen. «Tijdloos» wordt wel gezegd, maar dat is niet helemaal juist. Door hun aard en bestemming, grote salons in grote huizen, markeren ze een duidelijk eindpunt in een sociale en artistieke ontwikkeling. Ze vormen de nabloei van een grote traditie, die ergens in de eerste helft van de twintigste eeuw afsterft.

Kostbare stukken zijn het, ingehouden voornaam en voorbeeldig gemaakt uit dure houtsoorten, met inlegwerk en beslag, alles tot op de laatste millimeter doordacht. De Bazel ontwierp «op systeem», met behulp van vooraf bepaalde modulen, uitgewerkt aan de hand van een gecompliceerd samenstel van meetkundige figuren. Het geeft zijn stoelen, tafels, kasten iets verheven ongenaakbaars, wars van alle toevalligheid. Een strenge monumentaliteit die vooral in zijn kasten tot uitdrukking komt. Ze doen aan gebouwen denken, met plint, gevel en daklijst, zoals omgekeerd zijn laatste grote bouwwerk, De Nederlandsche Handel-Maatschappij aan de Amsterdamse Vijzelstraat, de associatie oproept met een immens buffet. Bij De Bazel niet de mondaine elegantie van een Hoffmann, het grillig-fantasievolle van Voysey, om twee tijdgenoten te noemen die voor vergelijkbare opdrachtgevers vergelijkbare opdrachten uitvoerden. Hier regeert onverbiddelijke ernst.

Aandoenlijk is dan wel dat hij in zijn meubelen soms (theosofische) symboliek verwerkte. Ingelegde cirkeltjes en vierkantjes verwijzen in vorm en getal naar esoterische wijsheden, waarvan de belangrijkste lijkt dat het stoffelijke niets is en dat wij moeten streven naar het hogere, onstoffelijke. Meubels dus als een vermaan, die hun eigen bestaansrecht ter discussie stellen. Zou het iets verklaren van de moedeloze blik op genoemde foto’s? Hij, die het materiële afwees, was in zijn loopbaan gedwongen het leven van hen die het betalen konden te stofferen.

K.P.C. de Bazel – Ontwerper voor de elite

Tot en met 11 juni in het

Gemeentemuseum Den Haag,

van 4 juli tot en met 15 oktober in het Drents Museum, Assen