Laaghangende oordelen

Verhipping bij de SGP

Medium franca treur sgp

De SGP groeit. Zelfs in het goddeloze Amsterdam kun je bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op de sgp stemmen. Decennialang bleef de partij stabiel op twee zetels in de Tweede Kamer, maar bij de laatste landelijke verkiezingen hadden ze er ineens drie, en volgens peilingen ligt een vierde in het verschiet.

Misschien is er een effect van een relatief hoog geboortecijfer. Maar ook niet-refo’s weten de partij inmiddels te vinden. De sgp is bezig te veranderen, opener te worden, of zoals dat binnen de zuil heet: ‘wereldgelijkvormiger’. Vroeger was de sgp een getuigenispartij. Het ging hen niet om politieke macht maar om een doorleefd bijbels geluid in de politiek.

Inmiddels is de partij onverbloemd uit op groei. Er wordt gemikt op katholieken, joden, evangelischen en rechtse islamcritici. Daartoe verpakken ze negatieve opvattingen ten aanzien van abortus en euthanasie handig in een positief jasje: ze zijn nu vóór het leven. Hun standpunt ten aanzien van vrouwen op de kieslijst moesten ze in 2013 van de rechter herzien. Maar nu het dan toch moet, is de sgp op dat punt onverwacht pragmatisch. De nieuwe lijsttrekker in Amsterdam, Paula Schot, is een modern uitziende vrouw van wie verwacht wordt dat ze kiezers aanspreekt en de media haalt, onder meer als jongste lijsttrekker ooit. Die opzet lukte, ze stond onmiddellijk, met foto, in alle kranten.

Intern is de wereldgelijkvormigheid van de sgp nog wel omstreden. Vrouwen op kieslijsten, voorman Kees van der Staaij op televisie. Er is een oude garde die zich zorgen maakt. Want het motto was altijd: wel in de wereld, maar niet ván de wereld. Maar iedereen ziet die wereldgelijkvormigheid terug in de hele refo-zuil, met name bij jongeren, geïnformeerde mediaconsumenten dankzij het internet. Het hippere imago van de sgp heeft ook als doel de eigen jeugd voor de partij te behouden.

Maar waarom zou je enerzijds met alles wat niet-reformatorisch is mee willen doen, en anderzijds toch in de zuil willen blijven?

Vandaag de dag kun je refo zijn, én modern en op de hoogte

Refo-jongeren voelen zich onderdeel van de grote reformatorische familie, want hun hele sociale leven speelt zich af binnen de zuil. Tegelijkertijd schamen ze zich ook voor hun anderszijn. Dat was in mijn tijd ook. Je wil niet achterlijk genoemd worden, je wil er niet ouderwets uitzien en je wil juist wel weten wat er in de wereld te koop is. Dat was toen onmogelijk, alle informatie kwam alleen via reformatorisch onderwijs en het Reformatorisch Dagblad, maar inmiddels is er internet en daarmee ook tv, en H&M en Zara hangen vol hippe rokjes. Tegenwoordig kun je refo zijn, én modern en op de hoogte. De jonge refo is trots wanneer sgp’er Kees van der Staaij scoort in een debat, en schaamt zich als de partij in het nieuws komt om iets wereldvreemds.

Wie op de hoogte is, weet ook dat het bijbelse scheppingsverhaal als historische waarheid geen goede papieren heeft. Dat er gegronde redenen zijn om aan de echtheid van wonderen te twijfelen, de opstanding van Jezus. Hoe kan het dan dat deze jongeren dat toch blijven geloven?

Mogelijk omdat ze de Bijbelse Waarheid toch het best vinden klinken. Wie accepteert nu graag dat hij zijn hele leven in een mythe heeft geloofd? Voorspellers van het einde der tijden houden er ook niet mee op als blijkt dat ze ernaast hebben gezeten. Daarnaast leven refo’s altijd al in een spagaat. Zij moeten dealen met het aloude onderscheid tussen enerzijds gewone refo’s en anderzijds het groepje ‘ware gelovigen’ onder hen. Beide groepen krijgen een reformatorische opvoeding, gaan ’s zondags twee keer anderhalf uur naar de kerk, belijden het geloof, maar de gewone refo’s missen de verinnerlijking die de ware gelovigen wel hebben, dankzij hun ‘wedergeboorte’ of ‘bekering’. De ervaring van wedergeboorte wil elke refo graag meemaken (omdat de zaligheid in het hiernamaals ervan afhangt), maar alleen God kan die geven. Als Hij je niet uitverkoren heeft, dan zal Hij je niet bekeren. En als dat wel zo is, dan gaat je bekering ‘dwars door alles heen’, ook al leef je in de zonde (al zul je dan onmiddellijk met je zondige gewoonten breken).

Dus ja, dan kun je ’s zondags in de kerk zitten en horen hoe je het ware leven moet leven. En de rest van de week leven alsof dat geloof er eigenlijk niet is. Dat je bijbelse wereldbeeld niet wankelt, komt doordat eventuele twijfels te duiden zijn als gevolgen van je onbekeerde staat.

Toch wordt dit verschil tussen leer en leven binnen de zuil wel als problematisch ervaren, blijkens opiniestukken over de vraag of je als refo bepaalde websites wel mag bezoeken. De hersteld hervormde predikant Van den Brink vindt dat niet de goede vragen. Hij stelde onlangs tijdens een lezing op de reformatorische pabo, het Driestar College in Gouda, dat leraren die zelf de wedergeboorte nog missen niet voor de klas zouden moeten mogen staan. Anders gaat het alleen nog maar om gedragsregels, want die gelden voor iedereen, bekeerd of onbekeerd. Juist docenten zouden het leven met de Heere moeten voorleven.

Die redenering kan een refo ook doortrekken naar het plotselinge pragmatisme bij de sgp. Getuigen is moeilijk als je gelooft dat je zelf niet wedergeboren bent, maar iedereen kan zich inzetten voor concrete punten als zondagsheiliging en het verbieden van prostitutie.