Groen

Verjaardag

Op een dak aan de Amstel, bij vrienden L. en S. L. is jarig, S. is de daktuinier. Er werd witte wijn geschonken, honderden halsbandparkieten vlogen over, op weg naar het Oosterpark, waar ze slapen, een merel kwam de jarige toezingen op de punt van het dakhuisje en twee duiven maakten ruzie, omdat één van de duiven de huisduif is die gevoerd wordt en de andere een vuile indringer was. Toen het donker werd, ging vriend S. op jacht naar lapsnuitkevers. ‘Hoe weet je nou dat het lapsnuitkevers zijn?’ vroeg ik. ‘Uit het verdelgingsboekje’, zei hij. ‘Ach natuurlijk, het verdelgingsboekje.’ Al snel had hij er twee te pakken, die hij op een schoon etensbordje zette. Hij drukte er één dood. ‘Hoor je het kraken?’ vroeg hij. Ja, we hoorden het allemaal kraken en ook waren we het met hem eens dat de kevers er nogal prehistorisch uitzagen. Om eventuele verontwaardiging de kop in te drukken zei het feestvarken: ‘Tja, wat hebben die beestjes nou eigenlijk voor nut?’ Daar werd diep over nagedacht, er ging nog een fles wijn open. Toen vroeg iemand: ‘Wat heb jij eigenlijk voor nut?’ Ook dat vereiste weer enig denkwerk. Na een tijdje kwam het antwoord: ‘Geen.’ Daarna probeerden we het feestvarken met ongeveer twaalf duimen fijn te drukken, maar hij wilde niet kraken. ‘Dat is dus je nut’, zei de meest filosofisch ingestelde verjaardagsgast. ‘Je bent groter en door ons niet fijn te drukken.’ Blij trokken we nog een fles frisse, koele witte wijn open.
Nu staat er naast mijn toetsenbord een glazen potje met vijf lapsnuitkevers, omdat ik vriend S. vroeg ze voor me te bewaren. Ik weet niet waarom. ‘Het is een erg sloom dier dat niet snel kan rennen en niet kan vliegen’, lees ik op Wikipedia, terwijl ik op een vraag (‘Hoe komen die beesten hier?’) had gezegd dat kevers vliegen en zo op de plaats van bestemming aankomen. Ze zitten heel stil. Ik denk dat ik ze morgen tussen de wilgen langs het water uit ga zetten, dan kunnen de larven de wilgenwortels opvreten en krijg ik mooi vrij waterzicht.