Verkeerd gedaan, mooi zo film

Ik ben ruim een week onderweg op mijn jaarlijkse winterreis door de Duitstalige ruimte. Niet alles wat ik zag, Wenen, München of onooglijke plaatsen als Hof, is de moeite waard om over naar huis te schrijven. Maar de cineasten kunnen er verrassen.

Veel filmmakers maken wat er van hen verwacht wordt, maar voor een bericht is het afwijkende en nieuwe toch prettiger. Als het zich tenminste onder woorden laat brengen.
Zo is het nog niet eens zo eenvoudig om aan te geven wat nu het bijzondere is aan het werk van de Weense cineast Gustav Deutsch. Deutsch werkt op kleine schaal, in een heel eigen tempo en met een meer dan eigen werkwijze aan een verfijnd filmisch oeuvre. Uit stukjes gevonden materiaal stelt hij op een ogenschijnlijk droge manier nieuwe films samen. Net als Peter Greenaway is hij dol op de schijnbaar mathematische ordening binnen zijn films, met genummerde hoofdstukken en binnen die hoofdstukken weer een onderverdeling met genummerde paragrafen. Het geeft de films zogenaamd een strak raamwerk, maar in feite creëert Deutsch op deze manier een maximale vrijheid voor associaties, zijsprongen en vooral ironie. Hij kent het ware geheim van droge humor. Hij vindt die humor op plaatsen waar je hem niet verwacht. Zo blijken oudere, voor wetenschappelijke doeleinden gemaakte films vol met rariteiten te zitten als je er met de ogen van Deutsch naar kunt kijken.
Voor Film Ist, zijn nieuwste film, groef Deutsch menig fascinerend fragment op uit weinig geraadpleegde archieven of hij kocht ze op de rommelmarkt. Niet veel mensen zijn overtuigd van de cultuurhistorische waarde van de weinig esthetische wetenschappelijke films. Het is niet moeilijk om je voor te stellen wat er gebeurt met filmmateriaal dat door iedereen wordt ervaren als lelijk, achterhaald en waardeloos. Totdat een Deutsch er zijn schaar in zet en met zijn eigenzinnige herordening laat zien wat een rijkdom aan beelden deze films bevatten.
Vrij evident bestaat die rijkdom uit politieke en sociaal-culturele inzichten die door Deutsch op een sluwe manier via een esthetische omweg worden benaderd. Hij stelt geen vragen bij bizarre proeven op mensen en dieren en levert al helemaal geen commentaar. Zogenaamd beperkt hij zich tot de pure filmische werking van tijd, ruimte, licht en donker, maar het geheim zit in het onuitgesprokene van de ordelijke willekeur. Filmmateriaal dat altijd bedoeld was om helder en serieus te zijn, werd daardoor duister, grimmig en vooral humoristisch.
Van Deutsch’ in Hamburg werkende landgenoot Herbert Brödl had ik slechts een vage voorstelling. Die is met de merkwaardige, sprookjesachtige film Früchtchen, am Äquator ist alles möglich veranderd in een helder en vrolijk beeld. Het uitgangspunt van zijn film is bizar en zijn werkwijze lijkt onmogelijk. Hij liet in Hamburg een vergroting van een tropische vrucht bouwen en verscheepte die in een container naar het voor de kust van West-Afrika gelegen Sao Tomé. Op dat vergeten eiland op de evenaar kreeg de vrucht een wonderlijke hoofdrol in een speelfilm waarin de verdere rollen werden gespeeld door eilandbewoners. En het resultaat is geen politiek correct of incorrect amateurtheater, maar een wonderlijk visuele film. Het is nauwelijks voor te stellen hoe Brödl de WDR kon overtuigen om dit riskante avontuur te bekostigen, zoals het ook nauwelijks voorstelbaar is hoe hij het eiland en zijn bewoners zo naar zijn hand kon zetten dat ze opgingen in een wonderbaarlijke, filmische droom. Een warme tropische verrassing tijdens mijn Midden-Europese winterreis.
Ook in Oostenrijk en Duitsland doen dus niet alle cineasten wat er van ze wordt verwacht. Deutsch graaide verkeerde filmpjes uit vuilnisemmers en verknipte en verplakte ze tot een diep-ironische collage. Brödl reisde met de verkeerde bagage af naar de verkeerde vakantiebestemming en kwam terug met een gedroomde film. Twee kleine wonderen om over naar huis te schrijven.

  • Het Filmmuseum in Amsterdam belooft op 14 november een bijzondere avond te organiseren rondom het fenomeen filmsterren. Dat lijkt op het eerste gezicht voor een filmmuseum helemaal niet bijzonder, maar de bijzonderheid schuilt in de diversiteit en originaliteit van de benaderingen. Het programma is veelbelovend. Het is een eenmalige gebeurtenis, dus we moeten maar aannemen dat het Filmmuseum met Never Mind the Gap III: Stars in the Sky zijn belofte waarmaakt.