Verkeerd geparkeerd er is genoeg reden om de referenda over ijburg en de noord-zuidlijn ongeldig te verklaren

ERNST BAKKER heeft zich in korte tijd kunnen ontwikkelen tot een der gehaatste bewindslieden uit de geschiedenis van de Amsterdamse stadspolitiek. Burgemeester Schelto Patijn deed weliswaar ook een forse duit in het zakje met zijn bestuurlijke onttakeling van de Koninginnedagviering (hetgeen hem kwam te staan op een aan de deuren van zijn ambtswoning rammende meute dronken geuzen), maar Bakker blijft de onbetwiste kampioen in antipopulariteit.

Dat is voornamelijk te wijten aan de omstandigheid dat deze D66-veteraan het onzalige gemeentelijke parkeerbeleid in de portefeuille geschoven kreeg. Daardoor krijgen de tienduizenden Amsterdammers die de afgelopen jaren werden getrakteerd op een wielklem steevast het immer glimlachende gelaat van deze beroepspoliticus in beeld tijdens hun nachtmerries. Bakker, cynisch genoeg om te weten dat hij er op deze wijze geen vrienden bij kreeg, bleef zich hardnekkig verweren tegen de volkswoede die tegen hem werd gemobiliseerd.
Te kwaad kreeg hij het ook wel eens. Nog vers in de herinnering ligt een optreden van Bakker tijdens een live-uitzending van de lokale tv-zender AT5 over het gemeentelijke parkeerbeleid. Daarbij legde een legioen geblondeerde matrones uit de Jordaan en de Spaarndammerbuurt de wethouder het vuur zodanig na aan de schenen, dat deze uit zijn rol schoot en bijna brullend een ode bracht aan de hogere politieke wijsheid die achter het als bovenmatig ploertig te bestempelen jaagbeleid van de parkeerdienst verscholen zou gaan. Indien de tv-presentator hem niet tijdig met klopjes op de schouders uit zijn extatische pleidooi had weten te wekken, was er geen garantie voor een veilig heenkomen van de bewindsman te geven geweest.
In een vorig leven was Bakker het brein achter de verkiezingscampagnes van D66. Historisch is zijn publicitaire stuntwerk ten behoeve van Jan Terlouw, de introverte natuurkundige van wie Bakker met een uitgekiend, op een brede massa van Margriet- en Libelle-lezeressen gericht pr-beleid een soort nationaal knuffeldier maakte, met alle electorale voordelen vandien. Bakker was de eerste campagnestrateeg in het Nederlandse politieke bedrijf die echt iets begreep van Amerikaanse mediatechnieken.
Legendarisch zijn de beschrijvingen van Bakkers stuntwerk in Paul van Engens klassieke boek De onweerstaanbare opkomst en ondergang van Jan Terlouw, met de beroemde schaapscène. (Voor de jongere lezers: Bakker en Terlouw zien tijdens een autorit door de polder een schaap spartelen in een sloot. Bakker belt onmiddellijk alle media in de directe omgeving ter aankondiging van een heroïsche reddingsactie van de D66-lijsttrekker ten behoeve van een stervend beest. Daarna wacht het duo met daadwerkelijke actie totdat de fotografen zijn gearriveerd.)
Dat was werk achter de schermen, en het leende zich veel meer voor het alleszins sociale, zonnige, jongens-van-de-gestampte-potachtige karakter van deze joviale Drent. Die aimabale kant van zijn persoonlijkheid kon Bakker in roerig Amsterdam alleen nog maar kwijt in de besloten kring van de herenclub rondom Harry Mulisch, waar hij in het kielzog van zijn trouwe kompaan Hans van Mierlo zo nu en dan ook mocht aanschuiven. Aldaar kon Bakker de Dr. Jekyll zijn die hij diep in zijn hart ook is. Voor de rest van Amsterdam bleef hij een Mr. Hyde.
HET WAS DAN OOK met een groot gevoel van opluchting dat Bakker eerder deze maand zijn vertrek uit de Amsterdamse politiek aankondigde. Volgens insiders lag er voor Bakker inmiddels een rustieke burgemeesterspost in zijn geboortestreek in het verschiet.
Aanvankelijk zag het ernaar uit dat Bakker in stijl afscheid kon nemen. Hij had weliswaar jarenlang als kop van Jut van het college van B en W gefungeerd, maar hij had het volgehouden. De Amsterdamse afdeling van D66 had weliswaar onder zijn hoede de ene mokerslag na de andere te verduren gekregen, de politieke nettoresultaten leken er niet minder om.
De experimenten met de referenda waren fel bekritiseerd, maar ze hadden het gewenste resultaat opgeleverd: de nieuwe wijk IJburg had een nipte meerderheid veroverd, en - wellicht nog belangrijker - ook de Noord-Zuidlijn had groen licht gekregen, al had bijna niemand de moeite genomen om de gang naar de stembus te maken. Tot twee keer toe had Bakker alle zeilen moeten bijzetten, en tot twee keer toe kon hij een overwinning melden - een overwinning met de hakken over de sloot, maar toch een overwinning. Bij toekomstige sollicitaties zou Bakker hebben kunnen schermen met heel sterke staaltjes van publicitaire powerplay. In de politieke hel van Mokum, waar zoals bekend tot voor kort geen plantsoen kon worden aangeharkt zonder demonstraties van tientallen wijkcomités en actiegroepen, had Bakker het tot tweemaal toe voor elkaar gekregen dat het electoraat akkoord ging met megaprojecten. Onder regie van Bakker had de gemeente een slijtageslag in de media met de natuurminnaars van Pieter Winsemius met als inzet het behoud van het IJmeer, in haar voordeel weten te beslechten. En terwijl een boekhoudkundige bloedraad onder leiding van Arie van der Zwan net had uitgerekend dat het Gemeentelijk Vervoerbedrijf zodanig astronomische verliezen had kunnen lijden dat er financieel gezien een technische knock-out in het spel was, kreeg Bakker het voor elkaar dat er per referendum groen licht werd gegeven voor de aanleg van een nieuw metronet, ten bedrage van een slordige twee miljard gulden. Het was alsof een hoogbejaarde in de terminale fase van een dodelijke ziekte alsnog een tweede hypotheek losgepeuterd kreeg bij de bank.
Politiek gesproken waren het enorme prestaties, die dan ook alleen tot stand hadden kunnen komen dankzij een grootscheeps mediamobiliseringsprogramma. In het bewerken van de publieke opinie ging Bakker zo ver dat hij zwaaiend met de geldbuidel zelfs immer dissident gestemde tv-piraten op de lokale kabel als Rabotnik TV in het pro-IJburg en pro-Noord-Zuidlijnkamp wist te krijgen.
HET ZAG ER kortom naar uit dat Bakker zowaar een bestuurlijke revolutie op gang had gekregen in de meest onregeerbare stad van het land. Ondanks vers in het geheugen liggende financiële drama’s rondom de Stopera en het GVB had hij Amsterdam tot twee keer toe in een nieuw financieel avontuur weten te storten. Het referendum - de heilige koe van D66 die door de rest van Paars als een ‘bestuurlijk monstrum’ werd beschouwd - bleek tegen alle verwachtingen in 'bestuurlijke dynamiek’ te genereren.
Vooral het jawoord voor de Noord-Zuidlijn was een geschenk uit de hemel. Eigenlijk had niemand verwacht dat Bakker dit plan erdoorheen zou kunnen jassen. Natuurlijk, tegen een metrolijn naar het geïsoleerde stadsdeel in Noord had bijna niemand wat, maar het plan om die lijn helemaal onder het centrum van Amsterdam door te trekken, zodat de binnenstad tot halverwege het volgende millennium een grote troosteloze bouwput zou zijn, met als risico dat de hele grachtengordel zou wegzinken in de nieuw te graven gaten, dat was echt een staaltje van wat met een groots eufemisme 'politieke moed’ wordt genoemd. Het hart van Mokum is uiteindelijk niet groter dan een dorp en valt per tram of bus uitstekend te bereiken. Er een metrolijn onder leggen was werkelijk het meest onzinnige en geldverslindende plan dat een politicus kon bedenken. Twee miljard uitgeven om per metro die anderhalve kilometer van de Bijenkorf naar de V&D te komen, ja, dat getuigde van werkelijk visionaire politiek. Gelouterde politici in Amsterdam dachten met huiver terug aan de metrorellen rondom de Nieuwmarkt.
Maar Bakker redde het. Zijn grote geniale vondst was het om het electoraat te overdonderen met een alles-in-éénplan. Wie voor dat metrolijntje naar Noord was, moest ook voor de aanleg van het gehele metronet onder het centrum zijn. Een bestuurlijke agenda waarvoor in een vroeger tijdperk enige tientallen decennia zouden moeten worden uitgetrokken, werd er nu in een avondje tv-democratie doorheen gedrukt.
Om dat doel te bereiken was ieder middel geoorloofd. Bakker schermde met financiële garanties van het rijk waar voor de rest niemand van had gehoord, dreigde met een economische leegloop van de gehele stad als men hem geen carte blanche zou geven, trok een pokerface zodra iemand wat zei over mogelijke budgetoverschrijdingen, en tegen de tijd dat het grote publiek zich begon te realiseren tegen welke draconische, alles opslorpende staaltjes van bestuurlijke megalomanie het eigenlijk ja had gezegd, was het al te laat. Bakker benutte de mogelijkheden van het referendum als Blitzkrieg-instrument tegen second thoughts ten volle. Hij kreeg zijn zin op de wijze waarop hij ooit Jan Terlouw aan de man had gebracht: van uur tot uur improviserend, werkend met publicitaire readymades, altijd loerend op een fatale misstap van de tegenstander.
In laatstgenoemde categorie waren er kansen te over. Zo schermden de tegenstanders van de Noord-Zuidlijn met de meest paranoïde verhalen over de structurele onveiligheid van de gemiddelde metrohal, zodat Bakker deze in een klap kon bijzetten in de galerij van al te benauwde geesten die hun heil beter konden zoeken in Zeewolde.
MAAR HET kaartenhuis dat Bakker had opgebouwd, stortte nog sneller in dan hij het had weten op te bouwen. De presentatie van de landelijke begroting, verleden week op prinsjesdag, onthulde wat er werkelijk waar was van alle 'spijkerharde’ financiële toezeggingen waar Bakker zich de afgelopen maanden in de polemieken rondom de referenda op had beroepen.
Niets dus. Minister Jorritsma van Verkeer bleek zich nul komma nul te kunnen herinneren van de miljarden die ze aan Bakker zou hebben beloofd, niet voor de Noord-Zuidlijn, niet voor de zogenoemde IJ-rail, het spoor waarmee het nieuw aan te leggen IJburg met de rest van Amsterdam zou worden verbonden. Bakker en zijn collega Duco Stadig van Financiën deden nog op prinsjesdag een brief op poten aan het kabinet toekomen, waarin zij aangaven 'ernstig geschokt’ te zijn en minister Jorritsma van 'woordbreuk’ beschuldigden. Navraag leert dat de garanties die Bakker c.s. uit de mond van de bewindsvrouwe hadden opgetekend, in werkelijkheid uitspraken tussen neus en lippen in de wandelgangen betroffen, in de trant van: 'Gaat u vooral zo door’. Na een marathon van koortsachtig telefonisch overleg kregen Bakker en Stadig een soort financiële poedelprijs van het kabinet. Zij krijgen wat geld toegezegd voor 'bestuurlijke continuïteit’. In de praktijk gaat het om een som die moet verhinderen dat zij geen al te flagrant gezichtsverlies lijden.
MAAR DE SCHADE is al geleden. In principe betekent het nieuws van prinsjesdag dat de Amsterdamse kiezers tot tweemaal toe voor jandoedel naar het referendumhokje zijn gestapt. Daarnaast blijken zij hun stem nu ook op basis van de verkeerde informatie te hebben uitgebracht. Er is genoeg reden om de referenda over IJburg en de Noord-Zuidlijn ongeldig te verklaren. Op basis van de nu bekende informatie zouden die nipte meerderheden die het college van B en W binnenhaalde, ongetwijfeld verloren gaan. Helemaal nu het Amsterdamse gemeentebestuur blijkbaar van plan is om ondanks de tegenwerking van het kabinet toch door te zetten. 'De gemeente Amsterdam zal het maken van plannen voor de Noord-Zuidlijn en de IJ-rail voorlopig zelf betalen’, meldt Het Parool. 'De voorbereiding van beide projecten wordt voortgezet ondanks het uitblijven van zekerheid over wie de rekening, meer dan 2,5 miljard gulden, uiteindelijk betaalt.’
Iedereen met een ook maar rudimentair ontwikkelde kennis over de wetmatigheden van Mokums politiek bedrijf weet dan gelijk waar het op uitdraait: een schuldenlast in de orde van grootte van een gemiddeld derde-wereldland en zoveel bezuinigingen dat een rondrijdende tram in de binnenstad uiteindelijk een toeristenattractie zal worden. Wat jammer toch dat er nog steeds geen klem is ontwikkeld tegen verkeerd geparkeerde politici!