Verkeersadders

Het kabinet stelde vorige week vast welke wegen, spoorlijnen en andere infrastructuur er de komende jaren wordt aangelegd of verbeterd. Als we de media mogen geloven, gaat het overgrote deel van het geld naar openbaar vervoer, en niet naar wegen. Dat ligt helaas wat genuanceerder. Het is precies half om half, zes miljard naar wegen en zes miljard naar openbaar vervoer, alleen krijgt het openbaar vervoer de eerste jaren voorrang.

Daarenboven zitten er drie adders onder het gras.
Eén. Voor de projecten die voorlopig op de lange baan zijn geschoven hoopt het kabinet op private financiering. Oftewel projectontwikkelaars die, in ruil voor het aanleggen van een weg, eisen dat er ook een mooi bedrijfsterrein naast komt, of eisen dat de weg toch maar door natuurgebied X gaat. De regio’s (Limburg!) zullen meer dan ooit bereid zijn die projectontwikkelaars hun zin te geven.
Twee. Om tegemoet te komen aan de boze regio’s die nog even op hun wegen moeten wachten, heeft premier Kok geopperd om het potje (twee miljard gulden) dat gereserveerd was voor onder meer geluidsschermen, te gebruiken om alsnog een deel van de wensen van die regio’s in te willigen. Want nieuwe wegen zijn belangrijker dan een beetje minder hinder, zei Kok letterlijk.
Drie. Het kabinet geeft prioriteit aan wegverbeteringen met een economische relevantie, oftewel wegen die Schiphol en de Rotterdamse haven beter bereikbaar maken. Dat klinkt logischer dan het is. Het is de hoogste tijd voor een discussie over de vraag wie er over de - met gemeenschapsgeld - aangelegde snelwegen mogen razen. Als het aan de ambtenaren op het ministerie van Verkeer ligt, zijn snelwegen er voor het economische verkeer; wie op bezoek moet bij oma, gaat maar met het openbaar vervoer, hoe afgelegen oma ook woont. Een nieuwe tweedeling dient zich aan. Maar is het dan niet logischer dat het bedrijfsleven die wegen ook maar zelf aanlegt, waardoor de overheid genoeg geld overhoudt voor echt goed openbaar vervoer? Waarmee we weer terug zijn bij adder één.