H.J.A. Hofland

Verkiezingen in sprookjesland

In de Tweede Kamer worden voorbereidingen getroffen om de Nederlandse troepen langer in Irak te laten blijven, tot na maart. In Al Muttanah kunnen ze ons nog niet missen. We kunnen de Japanners die daar in de buurt zitten niet in de steek laten. Als we nu zouden weggaan, zou straks het Nederlandse bedrijfsleven geen rol kunnen spelen bij de wederopbouw. En Colin Powell heeft onlangs zelf gezegd dat Washington de Europese landen wil betrekken bij de politiek in de regio van Irak. Dat zijn de belangrijkste argumenten van de heren Verhagen (CDA) en Van Baalen (VVD) om de aanwezigheid van 1300 Nederlandse soldaten een half jaar te verlengen.

Het is het volgende traject op het dwaalspoor dat we consequent volgen sinds de regering besloot deze oorlog te steunen, eerst politiek, en na het veronderstelde einde van de vijandelijkheden door troepen te sturen. Dit nieuwe traject zou moeten beginnen in maart, ruim nadat er een legitieme, democratisch gekozen regering in Bagdad is geïnstalleerd. De datum van de verkiezingen, 30 januari, is de dag waarop dit mirakel zich zal moeten voltrekken. In Den Haag wordt het als solide genoeg beschouwd om als grondslag te dienen voor het vervolg van een van de belangrijkste hoofdstukken van onze buitenlandse politiek.

Sinds het door president Bush afgekondigde einde van de «grote operaties», op 1 mei 2003, is het in Irak een steeds grotere chaos geworden. Vóór die datum zijn 109 Amerikanen gesneuveld, daarna 935. Het aantal Irakezen dat in de loop van de bevrijding het leven heeft verloren, wordt conservatief geschat op 17.158, en maximaal op honderdduizend. Geen mens kan op tienduizend zeggen welk getal de werkelijkheid het dichtst benadert. Dat zegt iets over het administratieve beheer van het land. Over Fallujah, de stad van ongeveer driehonderdduizend inwoners, hebben we sinds de herovering door de Amerikanen in november bijna niets meer gehoord. De helft schijnt nog steeds op de vlucht te zijn. Als het om de aandacht van de wereld gaat, kun je beter door een tsunami worden getroffen.

Nederlandse verslaggeving over het dagelijks leven is schaars. Maar gelukkig is er buitenlandse televisie en zijn er de journalisten van The New York Times, de Washington Post en een paar Britse kranten. Voor de Tweede Kamer aan het debat over de verlenging van onze aanwezigheid begint, zouden de afgevaardigden het uitvoerige artikel in The Economist van deze week moeten lezen. Het blad was overtuigd voorstander van de oorlog, en houdt het nog steeds voor verstandig dat Bush ermee begonnen is. De Britten van Blair zijn de beste vrienden van de Amerikanen van Bush. The Economist staat er middenin. Tegelijkertijd heeft het een reputatie te verliezen. Zelden heb ik een vernietigender verhaal over de techniek van de Amerikaanse bezetting gelezen.

Na de triomf van de eerste mei ging het om het winnen van «the hearts and minds». Met 150.000 soldaten in de beste conditie, met de beste training en de beste bewapening wordt eerder het tegendeel bereikt. In drie pagina’s wordt voorbeeldig beschreven hoe dat komt. «Er is maar één verkeersregel in Ramadi. Als de Amerikanen naderen, zoeken de Irakezen een goed heenkomen. Lawaai van claxons, het gieren van banden. Het lokale verkeer wijkt aan de kant als een colonne humvees met mariniers tegen de rijrichting in door de straat raast. De niet zo jonge chauffeur van een oude taxi heeft het niet goed begrepen. De koepels met machinegeweren draaien in zijn richting. Een opgewonden sergeant schreeuwt: Back this bitch up, motherfucker!»

De Amerikaanse bezetters gedragen zich als bedreigde Übermenschen. Dat ze zich bedreigd voelen valt te verklaren. En Übermensch zullen ze niet willen zijn, maar in de langzamerhand gegroeide toestand, van bevrijding via chaos naar bezetting met chaos, gaat het vanzelf. Als je in een volstrekt vreemde cultuur terecht bent gekomen, en langzamerhand iedere Irakees tot een of andere vorm van verzet kan behoren, in ieder geval elk moment kan ontploffen, ben je eerder geneigd het zekere voor het onzekere te nemen en er tien buiten gevecht te stellen, ook al blijken die later onschuldig te zijn. Zo ontstaat de klassieke escalatie die in The Economist gedetailleerd wordt beschreven. Wie er beelden bij wil hebben, geef ik de raad het boek van de voor Newsweek werkende Nederlandse fotograaf Geert van Kesteren te kopen, Why Mister, Why?, met in een paar honderd foto’s het gezicht van de bezetting.

De Nederlanders in Al Muttanah doen het heel anders. Dat is mooi. Maar dat Den Haag of Europa enige invloed zou kunnen hebben op het systeem van vergissingen dat de Amerikanen in Irak hebben aangericht, is een sprookje van Colin Powell. Dat op 30 januari democratisch een legitieme regering zal worden gekozen, is het volgende sprookje. Blijven we daar, dan zijn we deelgenoot van het wanbeheer, getiteld de Sprookjes van President Bush.