Buitenland

Verkiezingen stelen

Het onvoorstelbare is gebeurd: een groot land heeft vrije verkiezingen in een ander, soeverein land in zijn voordeel omgebogen.

Een mooie openingszin voor een column. Dramatisch. Maar zou het echt voor het eerst zijn? Gezien de reacties op de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen zou je het wel denken. Het is een aantrekkelijke gedachte, en levend in een keurig land als Nederland zou je nog best kunnen denken dat het waar is. Dat verkiezingen een heilig gebied zijn, verheven boven internationale manipulatie, zeker in de liberale democratieën van het Westen. Helaas, de wereld steekt anders in elkaar.

In werkelijkheid is de geschiedenis van buitenlandse inmenging in verkiezingen zo lang en het aantal voorbeelden zo groot dat politicologen zich zijn gaan toeleggen op statistische analyse van dit fenomeen. Afgelopen zomer verscheen bijvoorbeeld When the Great Power Gets a Vote, een studie van de Amerikaanse politicoloog Dov Levin. Alleen al met de gedocumenteerde gevallen van verkiezingsmanipulatie door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie/Rusland tussen 1946 en 2000 vulde Levin een database met 117 gevallen.

Allemaal door Rusland zeker? Zeker niet: de VS namen er 81 voor hun rekening, oftewel zeventig procent. Allemaal in bananenrepublieken dan? Ook niet: de VS waren druk in landen als Laos en Sri Lanka, maar ook in Japan, Israël, West-Duitsland. Veertig procent van de interventies vond plaats in landen die we kwalificeren als ‘vrije democratie’. Italië onderging maar liefst acht maal Amerikaanse inmenging en vier maal Russische. Berucht was 1948, toen de Amerikanen koffers met geld sjouwden naar de christen-democraten en de Italiaanse kiezers dreigden met allerlei onheil. Ook Chili in 1970, toen Allende won, is een berucht voorbeeld.

De Verenigde Staten kregen in de voorbije verkiezingen een koekje van eigen deeg

Levin gooit openlijke en clandestiene inmenging bij elkaar en concludeert dat openlijke beïnvloeding het effectiefst is. Rusland concentreerde zich vooral op Europa, terwijl de VS hun inmenging eerlijk verdeelden over Europa, Azië en Latijns-Amerika. De VS hielden er soms een moordend tempo op na: in de jaren vijftig roerden ze gemiddeld in tweeënhalve verkiezing per jaar. Na de Koude Oorlog nam de frequentie wel af, zij het maar een beetje. Levin concludeert, onweerlegbaar: ‘Grote machten zetten regelmatig verkiezingsinterventies in als belangrijk instrument voor buitenlands beleid.’ Wie dat leest, ontkomt niet aan de gedachte: de Verenigde Staten kregen in de voorbije verkiezingen een koekje van eigen deeg.

Als het zo vaak gebeurt, zou je denken dat het effectief is. Ja, concludeert Levin: inmenging in verkiezingen levert ‘significante’ resultaten op en ‘heeft frequent de identiteit van de winnaar bepaald’. Daar zitten een paar cruciale verkiezingen bij. Volgens Levins statistische model won Willy Brandt de West-Duitse verkiezingen van 1972 door steun van de Sovjet-Unie. In 1992 beslisten de VS de verkiezingen in Israël. De rechtse hardliner Yitzhak Shamir werd toen vervangen door Yitzhak Rabin en zijn vredesproces. Ook de verkiezingen in Servië van 2000, die Milošević de kop kostten, zijn volgens Levin ‘gewonnen’ door de VS.

Het stelen van verkiezingen hoeft trouwens niet moeilijk te zijn. De Amerikaanse nieuwssite Politico baarde deze zomer opzien met het artikel How to Hack an Election in 7 Minutes, waarin een Princeton-professor in een handomdraai een kiescomputer hackte die in verschillende staten werd gebruikt.

Het hoeft ook niet peperduur te zijn. Vorige lente schokte persbureau Bloomberg Latijns-Amerika met Confessions of a Political Hacker. In het verhaal beschreef de Colombiaan Andrés Sepúlveda hoe hij een decennium lang verkiezingen had beïnvloed in negen landen. Een starterspakket, twaalfduizend dollar per maand, omvatte het hacken van telefoons, opzetten van valse websites en sturen van massa-e-mails; het premium-pakket behelste digitale interceptie, aanval, kraken van geheime berichten en meer. Na een geslaagde operatie, zoals in Mexico in 2012, bewerkte Sepúlveda alle gebruikte hardware met boren, hamers, magnetrons en shredders en zocht hij een nieuwe klus. Gevraagd of hij dacht dat de Amerikaanse verkiezingen werden gemanipuleerd, antwoordde hij: ‘Ja, honderd procent zeker.’ Hij heeft ongetwijfeld gelijk. En het pijnlijkste is: er is niets nieuws onder de zon.