Verkiezingslessen

‘Hans, je moet echt het woord allochtonen niet meer gebruiken!’ De tegenstelling is zelden zo groot geweest. Terwijl in Amsterdam de PvdA twee zetels won, ging de PvdA in Rotterdam van achttien naar twaalf zetels. En waar extreem rechts in Amsterdam nauwelijks groeide, gingen CD en CP in Rotterdam van twee naar zes zetels. Eberhard van der Laan, PvdA-lijsttrekker in Amsterdam, en Hans Kombrink, tweede man van de PvdA in Rotterdam, steken de koppen bij elkaar.

In Amsterdam concentreerde de PvdA zich in haar campagne op werkgelegenheid en onderwijs, in Rotterdam op de stelling dat buitenlanders niet mogen worden voorgetrokken. In Amsterdam won de PvdA twee zetels (dank zij restzetels, maar dit terzijde) terwijl de CD van drie naar vier ging; in Rotterdam dook de PvdA van achttien naar twaalf zetels en sprongen CD en CP van twee naar zes zetels. Is dit het ultieme bewijs dat pogingen om extreem rechts de wind uit de zeilen te nemen door hun thema’s over te nemen, averechts werkt? Nee, vindt blijkbaar de partijtop van de PvdA, want de PvdA heeft nu ook landelijk afgesproken zich te gaan profileren tegen extreem rechts. Een wel heel bijzondere interpretatie van ‘de lessen van Rotterdam’.
Twee dagen na de verrassende gemeenteraadsverkiezingen maken Eberhard van der Laan, PvdA-lijsttrekker in Amsterdam, en Hans Kombrink, tweede man van de PvdA in Rotterdam, de balans op. Van der Laan: 'Misschien mag ik een troostrijk woord spreken, Hans?’
Kombrink: 'Graag, Eberhard.’ Van der Laan: 'Wij kennen het gevoel waar jij nou mee zit. Het is afschuwelijk, maar het heeft een groot voordeel: over vier jaar sta jij er beter voor dan wie ook. Want je bent niet alleen gedwongen je eens goed achter je oren te krabben, het verlies geeft je ook een relatieve vrijheid. Het is een loutering. Je krijgt nog een tijdje veel meer ellende - ineens merk je dat vrienden of hoge ambtenaren opeens lid zijn geworden van GroenLinks of wat dan ook, dat hebben wij allemaal meegemaakt. Maar dan ineens zie je dat mensen jullie toch weer sympathiek gaan vinden.’
Kombrink: 'Ja, ja, het verhaal van: in iedere nederlaag schuilt een overwinning.’
We zitten op neutraal terrein, in het AC-restaurant in Leiderdorp. Het mocht geen gesprek worden waarin Amsterdam Rotterdam de les ging lezen, had Van der Laan van tevoren bezworen. Maar hij komt niet uit onder de rol van grote broer wiens troost en wijze raad maar al te snel kan neigen naar neerbuigendheid en ongeduld. De Amsterdamse PvdA, meent Van der Laan, maakte vier jaar geleden precies hetzelfde mee - en is daarmee vier jaar verder dan Rotterdam.
Kombrink: 'Zal ik eerst even beginnen met onze eigen analyse?’ Hij somt op: 'In Rotterdam zaten, in tegenstelling tot Amsterdam, de naaste concurrenten van de PvdA - D66 en GroenLinks - niet in het college, waardoor ze schone handen konden houden en stemmen bij ons wegtrokken. Bovendien hadden wij steviger concurrentie van lokale lijsten. En terwijl er op de Amsterdamse PvdA-lijst een redelijk aantal migrantenstond, telde de Rotterdamse lijst er weinig. De Rotterdamse PvdA heeft de contacten met de migranten de laatste jaren slecht onderhouden. Dat heeft ons twee of meer zetels gekost, denk ik. En dan was er de verdeeldheid over Zestienhoven en de moeilijke positie van Hans Simons daarin, wat zijn geloofwaardigheid ook enigszins heeft aangetast.’ En over de winst van extreem rechts: 'Rotterdam heeft naar verhouding wat beter betaalde werknemers, hun zegt het weinig dat Janmaat in de kamer asociaal stemt, ze vinden dat juist wel best. En Rotterdam is veel minder een studentenstad, met bovendien een minder progressief type student dan Amsterdam.’
Van der Laan, onverstoorbaar: 'Zal ik even wat dingen uit onze analyse noemen? Wij hebben in 1990 op ons donder gehad omdat zich twee groepen van ons hadden verwijderd: de spraakmakers en de massa. De eersten verweten ons dat we ons op stelden als Brezjnev-aan-de-Amstel, en de massa vond dat we veel te weinig aandacht besteedden aan wat hen werkelijk bezighield: veiligheid en leefbaarheid. En dat ze te snel voor racist werden uitgemaakt als ze iets over buitenlanders zeiden. Doordat we minder drammen, de boel hebben opengegooid, zijn de spraakmakers weer terug. De grote groep doet ook wel weer aardig tegen de PvdA, op de markt en in die rokerige zaaltjes, maar heeft nog weinig op ons gestemd.’
Kombrink: 'Maar de ontevredenheid die wij de afgelopen maanden op ons afgevuurd kregen, richtte zich niet tegen het stadsbestuur! Er is een intense verbittering over het kabinetsbeleid, de bezuinigingen. En doordat onze lijsttrekker sterk met het Haagse is verbonden, hadden we er misschien extra last van.’ Dat heeft zich volgens Kombrink op een gevaarlijke manier gemengd met de aanwezigheid van buitenlanders: 'Het bezuinigen gaat door, en jaarlijks komen achtduizend nieuwe migranten in de stad wonen. Dus er is ook geen licht in de tunnel. Kijk, dat was het probleem dat ik had met dat interview met Van Thijn in De Groene van vorige week. Hij schetst hoe moeilijk de situatie in de grote steden is, en komt dan alleen met het verhaal over het principe van solidariteit. Maar wat betekent het concreet? Dan denk ik: Nou Van Thijn, ga jij nog maar eens een aantal keren mee, want ik zie een hele donkere hoek van problemen waar jij geen antwoord op hebt.’ Van der Laan: 'Hans, kom op, die problemen kent hij ook. Die hebben we in Amsterdam ook. Ik vind dat je iets te defensief bent. Wij zijn zelf ook een factor in dat geheel, we zijn echt niet alleen afhankelijk van Wim Kok.’ Hij wijst erop dat onvrede met het landelijke beleid toch moeilijk het verschil tussen Amsterdam en Rotterdam kan verklaren: 'Wij stonden een paar maanden geleden in de peilingen nog op acht, negen zetels. Dat was het WAO-effect. Maar ik geloof dat Kok, door de laatste maanden veel meer te praten in termen van idealen in plaats van over het financieringstekort, dat volledig heeft hersteld.’
Kombrink: 'Het gaat niet alleen om de WAO, het is veel breder. Ik vind het woord onderklasse een heel lullige term, maar er is een verdomd grote groep voor wie de boodschap die de PvdA ook de komende jaren zal brengen, weinig zeggingskracht zal hebben. Heel bitter.’
Kombrink, ooit criticaster van het kabinet-Den Uyl omdat het te weinig radicaal zou zijn, later als kamerlid en staatssecretaris de pragmaticus zelve, lijkt weer iets van zijn oude vuur terug te hebben. Al weet hij bij God niet hoe het anders moet. 'Ik zou het graag uit m'n tenen willen halen, maar ik heb de oplossingen gewoon niet. En ik zie de hele samenleving een soort onmacht vertonen.’
Van der Laan: 'Je ziet het nu door de klap te somber. Dat hoort bij de klap.’
Maar ook door een andere analyse.
Van der Laan: 'Nee, het komt door de klap.’
Ik beluister bij Kombrink dat het veranderen van het PvdA-beleid eigenlijk de enige mogelijkheid is om iets aan de malaise te doen: minder bezuinigen, meer opkomen voor uitkeringsgerechtigden en laagstbetaalden.
Kombrink: 'Ja. Wat objectief gezien niet gemakkelijk is, want natuurlijk zie ik het belang van het verlagen van het financieringstekort en van lastenverlichting om arbeid aan de onderkant goedkoper te maken. Maar een algehele lastenverlichting dient dat doel niet en betekent wel meer bezuinigen. En vergeet niet dat verdomd grote groepen alleen de ellendekant van dit beleid meemaken, omdat ze toch geen uitzicht meer hebben op een baan.’
Van der Laan: 'Ik wil op dit moment niet zo naar het kabinet wijzen, en ik zou ook tegen jou willen zeggen: concentreer je nou op de dingen waar je nu in Rotterdam wel wat over te zeggen hebt.’
Kombrink: 'Er is in Rotterdam de afgelopen jaren knalhard getrokken aan de sociale vernieuwing, aan veiligheid, iets op gang brengen in die buurten, en met redelijk succes. Maar in de verkiezingsuitslag is daar dus weinig van terug te vinden.’
Het viel me tijdens uw campagne, en ook nu weer, op dat u migranten niet helemaal als gegeven lijkt te beschouwen. Het lijkt alsof u meegaat in het idee dat wanneer die buitenlanders er niet waren, er genoeg woningen en banen zouden zijn.
Kombrink: 'Ik verwoord de beleving van de Rotterdammers. Voor hen gaat zoiets als “Medelanders en Nederlanders samen Rotterdammers” nog lang niet op.’ Van der Laan: 'Ik praat een beetje als krantelezer en dan vind ik dat de manier waarop de discussies in Rotterdam over migranten werden gehouden, erg geforceerd was. Dat wekt de indruk dat er nog geen evenwicht in zit. Een half jaar is te kort, en daardoor gebeurde het geforceerd.’
Kombrink lijkt zich deemoedig neer te leggen bij zijn nieuwe rol: 'Waar zit het gebrek aan evenwicht in jouw ogen?’
Van der Laan: 'Wij hebben in Amsterdam het laatste half jaar het standpunt betrokken dat we niet meer in termen van problemen praten als het om buitenlanders gaat. En kennelijk kon dat, de mensen accepteren dat. Ik denk dat dat weer die voorsprong is. Vier jaar geleden kregen wij op onze flikker van mensen die zeiden: “Jullie knuffelen dood, subsidie hier, voorrang daar.” Nu is dat veel minder een item. De modale Amsterdammer vindt het normaal dat je zegt: “Wij trekken echt niemand voor, maar wie extra hulp nodig heeft moet die kunnen krijgen.” Kombrink: 'Ik kan alleen maar constateren, Eberhard, dat dat verhaal van gelijke behandeling en bestrijding van achterstandssituaties bij velen in Rotterdam niet de steun heeft. Dus of het ligt in Amsterdam anders, of je bent daar wat te optimistisch over. Mijn bevinding is dat de CD- en CP-achtige opvattingen worden gedragen door meer dan de helft van de bevolking in onze regio. Ik heb het niet voor niets over een veenbrand.’
De vraag is niet hoe groot de aanhang voor extreem rechts is, maar hoe je als politiek bijdraagt aan meer tolerantie, hoe je de veenbrand dooft.
Van der Laan: 'Ik zeg het even heel schematisch hoor, maar als de politiek op een gegeven moment op vijf punten een kloof ontdekt met de mensen om wie het allemaal gaat, hoef je die mensen niet op al die vijf punten gelijk te geven. Heel vaak hebben mensen maar op een punt gelijk. Wat wij in 1990 gedwongen waren te doen - en wat jullie nu moeten doen - is je van al die vijf punten afvragen of je dichterbij kunt komen. En dan kan het best zijn dat je mensen op twee of drie, of als het heel fout zit op vier punten tegemoet moet komen, maar dat je dan bij dat vijfde punt een heel duidelijke streep kunt trekken. En dat is dus het punt over de buitenlanders. Het eerste punt kan verpaupering zijn, of straatvuil. Neem ze serieus op die dingen, en dan nemen ze jou weer serieus op dat laatste.’
Kombrink: 'Het zou kunnen dat door de rol van Hans Simons en mij in de campagne een soort antipsychologie op gang is gekomen. Maar die veenbrand is niet begonnen doordat wij in de stad kwamen. En ik ben ook veel mensen tegengekomen die zeiden dat ze juist weer PvdA gingen stemmen om dat er eindelijk door de politiek over wordt gepraat.’
Er zijn problemen en er zijn buitenlanders, en waar het om gaat is dat jullie, vanuit de PvdA-Rotterdam, het verband tussen die twee zaken op z'n minst niet hebben ontkend. En wellicht zelfs bevestigd. De PvdA in Amsterdam deed dat vier jaar geleden misschien ook, maar is inmiddels zeer beducht voor het koppelen van problemen aan buitenlanders en vice versa.
Van der Laan knikt hevig. Kombrink: 'Maar vanuit de microwereld van mensen is dat verband er gewoon. Als in de Tarwebuurt een Marokkaanse jeugdgang de buurt onveilig maakt…’
Dan heet dat in Amsterdam criminaliteit, terwijl u dat het te lang ontkende probleem van buitenlanders noemt.
Kombrink: 'Ik verwerp het verwijt dat wij om kiezers te winnen een soort kopie van de CD zouden zijn geworden. Ons verhaal is principieel anders dan dat van extreem rechts. Het is gelijke behandeling, integratie, achterstandsbestrijding.’
Van der Laan: 'Hans, wij hebben van onderwijs in de campagne een heel groot punt gemaakt. En een van mijn voorbeelden was een school in de Indische buurt, waar in de hoogste groep - kinderen van elf, twaalf jaar - een op de drie kinderen al in aanraking was geweest met de politie, en dan gaat het niet om dingen zoals wij die vroeger ook deden. Dat zullen misschien wel voor een groot deel nieuwe Amsterdammertjes geweest zijn, om ons goede eufemisme te gebruiken. Natuurlijk zijn er dan mensen die denken: lul, zeg nou gewoon dat het om buitenlandse kinderen gaat. Maar ik wil me dat zelfs niet afvragen, het is niet nodig voor mijn verhaal hoe we godverdomme dat onderwijs weer op het eerste plan kunnen krijgen. Dus we gaan die ouders erbij betrekken, we gaan streng optreden tegen spijbelen, het onderwijs zelf verbeteren.’
Kombrink: 'Maar jij hoeft het verband met buitenlanders ook niet te leggen, dat doen de mensen zelf.’
Van der Laan: 'Ik heb een keer met m'n mond vol tanden gestaan, de afgelopen drie maanden. Dat was toen er in de Hudsonstraat een slager van ongeveer zestig jaar op buitenlanders schold. Islamieten kopen geen vlees bij een Hollandse slager, want dat is niet rein. Dus voor die man was er een honderd procent causale relatie tussen het achteruitgaan van zijn winklel en de veranderende bevolkingssamenstelling. Twintig jaar geleden ging de kolenboer over de kop, maar niemand dacht eraan de politiek er de schuld van te geven dat er aardgas was gekomen. Maar goed, tegen deze man kun je dus niet zeggen dat het met buitenlanders niks te maken heeft. Je kunt hem niks anders bieden dan op die andere vier punten je stinkende best te doen.’
Kombrink: 'We zouden eigenlijk een experiment moeten uithalen. Jij een tijdje in het Rotterdamse, ik in het Amsterdamse.’ Is een belangrijk verschil tussen Amsterdam en Rotterdam, ook als het gaat om die veenbrand, niet het verschil tussen de burgemeesters, Peper en Van Thijn?
Kombrink: 'Peper heeft, in ieder geval lange tijd, in de stad niet zo'n goede naam gehad. Heeft ook in z'n persoonlijk functioneren twee, drie jaar geleden in een dip gezeten. Het gaat het laatste jaar beduidend beter, maar z'n sociale functioneren is niet z'n sterkste punt. Hij is meer een denker, niet iemand die gemakkelijk in de omgang is met een zeer brede categorie mensen. Bram Peper heeft zich met het migrantenvraagstuk en met die tolerantie niet zo expliciet beziggehouden.’
Van der Laan: 'Ik ken Peper niet, maar Amsterdam is gewoon de stad van de Februaristaking en dat heeft Ed. van Thijn tot in z'n vezels in zich, hij is zeg maar een wandelende dokwerker. Voor Amsterdammers was Van Thijn het signaal van: wel even uitkijken.’
Kombrink: 'Maar ik leg de verantwoordelijkheid voor wat ik de veenbrand noem toch meer bij de politiek gekozenen. Ik denk dat mensen bij ons jarenlang niet meer met de PvdA hebben kunnen praten. Die PvdA zag ook de instituties niet om met die mensen in contact te komen. Het kader was gedemoraliseerd door de WAO, en door een reorganisatie functioneerden er tot en met afgelopen zomer geen afdelingen op buurtniveau.’
Van der Laan: 'Ik realiseer me steeds meer hoeveel we te danken hebben aan de stadsdeelraden. Daardoor zijn al die mensen die in de PvdA actief waren, met hun neus op de onlustgevoelens gedrukt. Ze schrikken minder snel maar doen ook minder snel onbezonnen uitspraken. De stadsdeelvoorzitters gingen er gewoon op af als er een relletje was en zeiden: “En nou jij en jij, hier komen en met elkaar praten.” Door de stadsdeelraden heb je de combinatie van luisteren en snel belangrijke verbeteringen kunnen aanbrengen, zoals schone straten.’
Van der Laan vervolgt: 'Hans, je moet echt de woorden autochtonen en allochtonen niet meer gebruiken. Het is zo stigmatiserend! Wij hebben het over oude en nieuwe Amsterdammers. En dan zeggen we: of je nou uit Drenthe komt of uit Marokko, dat maakt geen pest uit, je moet allebei je dochters naar school sturen. En je moet niet vergeten dat bewoners in traditionele wijken vaak ook moeite hebben met de komst van andere nieuwe Amsterdammers, zoals studenten. Half Feyenoord bestaat toch uit Surinamers die - dat wil ik als Amsterdammer best zeggen - de sterren van de hemel spelen. Op dat niveau van beelden ligt het.’
Kombrink: 'Nee, dat is mij te kunstmatig. Nagenoeg iedereen die in Rotterdam woont heeft het over migranten, allochtonen, buitenlanders. Door die woorden zelf niet meer in de mond te nemen, voorkom je echt niet dat mensen het op die manier zien. Je maakt de kloof alleen maar groter, alsof je het over een heel andere werkelijkheid hebt. Bovendien zijn er toch heel veel problemen die je niet onder een algemene noemer kunt bestrijden.’
Van der Laan: 'Op het niveau van de politie kan het heel verantwoord zijn om een Marokkaan in te huren - dat noemen ze de cultuursleutels - als je weet dat een belangrijk deel van de criminaliteit door Marokkanen wordt gepleegd. En natuurlijk hebben wij ook nieuwkomersbeleid, taalcursussen. Maar op politiek niveau hoef je die stap naar nationaliteit of herkomst helemaal niet te maken. Het gaat erom jezelf, als politiek, een norm te stellen. Je kunt jezelf als norm stellen dat het niet interessant is om te weten waar iemand vandaan komt. Maar misschien dat jullie veenbrand al zo ver gevorderd is dat ze je alleen al om dat woord “nieuwe” of “oude Rotterdammer” je nek willen afsnijden, dus misschien heeft het met onze voorsprong te maken.’ Kombrink, fel: 'Maar ik hoef mezelf geen norm te stellen, met die normen zit het geloof ik wel goed.’
Wat gaat u straks, als wethouder, als eerste doen?
Kombrink: 'Nog intensiever onveiligheid bestrijden. De onveiligheid is ook de migranten zelf - ho, nu moet ik weer even de term migranten vermijden - de onveiligheid is alle Rotterdammers een doorn in het oog.’
Van der Laan: 'Hartstikke goed Hans, dat gaat snel!’