Verklaringen over mururoa zijn lood om oud ijzer

Als democratische staten met elkaar overhoop liggen, vindt er vaak een opzienbarende kruisbestuiving tussen hun burgers plaats. Dat blijkt weer eens in het geschil tussen Frankrijk en zijn tegenvoeters Australie en Nieuw-Zeeland over de Franse atoomproeven op Mururoa. Australische en Nieuwzeelandse wetenschappers verklaren dat het gevaar van de Franse proeven te verwaarlozen is. Uiteraard geven ze niet te veel ruchtbaarheid aan hun standpunt, omdat ze anders geen boodschappen meer kunnen doen zonder te worden gelyncht. De boycot-woede die zich hier te lande nog voornamelijk richt tegen de Beaujolais primeur, leidt down-under tot hysterische taferelen, zoals het stenigen van auto’s met Franse nummerborden.

Daarentegen publiceerde Le Monde vorige week de bevindingen van Franse deskundigen waaruit zou blijken dat de Mururoa-schacht scheuren vertoont en dat voortzetting van de proeven een tweede Tsjernobyl-catastrofe kan veroorzaken. Aan welke deskundige moet ik als halfweter nu geloof hechten? Helaas bieden de verklaarde voor- en tegenstanders weinig opheldering. De verklaringen waarin de regering-Chirac zich aandient als nucleaire beschermheer van Europa zijn natuurlijk ronkende propaganda. Daarentegen heeft het protest van een Nederlandse schrijfster die zich voor het oog van de wereld van haar voordeligste kant liet zien, mij evenmin kunnen overtuigen. Om maar te zwijgen van al die goedgelovige gelegenheidsdemonstranten, die ik er altijd van verdenk dat zij hun weekends doorbrengen in een Indiaanse zweethut op de Strabrechtse heide.
Tegenstanders van de proeven wijzen triomfantelijk op de uitreiking van de Nobelprijs aan de Britse kernfysicus en tegenstander van kernwapens Joseph Rotblat en zijn Pugwash-organisatie. Maar wie Rotblats verklaringen nauwkeurig leest, komt tot de conclusie dat hij om politieke redenen tegen kernproeven is, niet op wetenschappelijke gronden. Getrouw aan het uitgangspunt van de Pugwash-conferenties gelooft hij niet eens in waardenvrije wetenschapsbeoefening, wat het standpunt van de zelfverklaarde milieubeschermers alleen maar verder ondergraaft.
De enige Franse denker van formaat die het voor zijn regering opneemt en regelmatig pleit voor een hernieuwd gaullisme onder leiding van Chirac, is de filosoof Andre Glucksmann. In een recent artikel in NRC Handelsblad geeft hij de Europese milieu- en vredesbewegingen er ongenadig van langs: ‘De pacifisten die in zo groten getale de straat op zijn gegaan om te demonstreren tegen de ontploffingen onder water, zijn in 1991 vergeten te demonstreren voor Vukovar en Dubrovnik, in 1992, 1993 en 1994 voor Sarajevo en in 1995 voor Grozny, dat in drie weken met de grond gelijk werd gemaakt. De ongerijmdheid van deze selectieve verontwaardiging ondermijnt de morele pretenties van de anti-atoomlobby. Cultuur gaat boven tuinbouw en de bescherming van het leven houdt niet op bij medelijden met het plankton.’
Als ik in deze kwestie nu eens een politiek correct standpunt zou willen innemen, dan zou ik het nog niet weten.