Brazilië wordt verlamd door extreem-rechtse conservatieven

‘Verkracht de dochters van alle rechters’

Scheldend en tierend als doorgesnoven pubers hebben president Bolsonaro en zijn ministers- en familiekliek van Brazilië een land gemaakt waar alleen nog plaats is voor rabiaat-reactionair gedachtegoed. Een staatsgreep ligt op de loer.

Brand in het Nationaal Museum van Brazilië in Rio de Janeiro. 2 september 2018 © Buda Mendes / Getty Images

‘Ik wil dat het volk zich bewapent! Gooi de deuren naar de wapens open. Nu! Begrepen?’ roept president Jair Bolsonaro tegen zijn ministers van Justitie en Defensie. Ter plekke verzint hij nieuwe beeldspraak. ‘Die schoften van een gouverneurs neuken ons in de kont met onze aambeien erbij!’ Zijn geschreeuw klinkt als blaffen. Geen stembuiging, geen mimiek, alles op het maximum van de volumeknop. ‘Ik sta niet toe dat die hoerenzonen met hun strontdecreten tegen corona onze vrijheid blokkeren! Het is niet meer vol te houden! Ik wil het volk nu bewapend hebben. Voor onze vrijheid ga ik tot het uiterste, porra!’

Verbijsterd keek het land eind mei naar de twee uur durende videoband van zomaar een kabinetsvergadering. De band was op last van het hooggerechtshof vrijgegeven. Dit was geen bijeenkomst meer van een president met zijn ministers. Hier zat een knokploegleider met zijn bende. De krachtterm ‘porra’ betekent letterlijk ‘sperma’. In de vergadering gebruikt Bolsonaro de term 29 keer. Hij neemt steeds het woord, springt van de hak op de tak en bedreigt zijn eigen ministers als de eerste de beste motorclubbaas: ‘Ík heb jullie je ministeries gegeven. Dus ík heb de macht om in elk daarvan in te grijpen. En ik zál ingrijpen, verdomme. Als je dat niet begrijpt, maak ik nú een eind aan je, porra!’

De ministers zitten er als knikkende dashboardhondjes bij. Als ze iets zeggen doen ze doldwaze duiten in het zakje om de baas maar te laten zien hoe strijdbaar ze zijn. Zo belooft de vrouwelijke minister van Mensenrechten en Gezinszaken vijfduizend burgemeesters en gouverneurs in de gevangenis te zetten omdat ze maatregelen namen tegen de verspreiding van het coronavirus. ‘Onze waarden van God, familie en bewapening worden bedreigd, mijn president’, zegt minister Damares Alves, die zichzelf ‘hartstikke evangelisch’ noemt. Ze klaagt over ‘duizenden’ evangelische pastors die ‘verschrikkelijke’ boetes zouden hebben gekregen voor hun volle kerken. Ze gaat tekeer over de ‘honderden’ vrouwen en kinderen die ‘in boevenwagens’ zouden zijn gegooid vanwege het overtreden van isolatiemaatregelen. ‘Gelukkig heeft u hier een heel moedige minister’, zegt Alves. ‘Wij gaan ál die gouverneurs en burgemeesters oppakken. Binnenkort voorzien we de eerste arrestaties.’

Minister Alves is nog niet uitgepraat of een ander overtroeft haar. ‘Als ze mijn dochter in de boeien slaan, mijn president’, zegt de voorzitter van de volksspaarkas, ‘dan pak ik al mijn vijftien vuurwapens en moord ik.’ De grijzende minister van Onderwijs, Abraham Weintraub, gaat op de filosofische toer. Volgens hem zijn het parlement en het hooggerechtshof een ‘kanker’ die ‘weggesneden’ moet worden: ‘Ik wil een eind maken aan de hele zwijnenstal van Brasilia. Wat mij betreft gooien we iedereen in de gevangenis. Te beginnen bij die vagebonden van het hooggerechtshof.’

De videoband is een uniek historisch document. Voor het eerst zien we hoe Bolsonaro en de zijnen zich gedragen als ze ‘onder elkaar’ zijn. Het is als een standbeeld waarvan iedereen wel vermoedt dat het monsterlijk is, maar eenmaal onthuld blijkt het nog wanstaltiger dan men dacht. ‘En dan horen we hoe de president van het grootste land van Latijns-Amerika aanstuurt op een burgeroorlog’, zegt de links-liberale journalist en schrijver Fernando Gabeira. Hij is ‘onthutst en totaal geschokt’. De videoband heeft Gabeira doen omslaan. Als journalist in de jaren 1970 was hij slachtoffer van de door Bolsonaro aanbeden militaire dictatuur (1964-1985). Hij werd door zijn lever geschoten, gemarteld en gevangengezet. Maar net als veel andere Braziliaanse liberalen was Gabeira in 2019 niet al te bezorgd over het aantreden van de voormalige paratroeper als president.

‘Ik dacht serieus dat onze instituties sterk genoeg waren om hem in te tomen’, zegt Gabeira in de krant Estado de São Paulo. Die hoop is nu vervlogen. ‘Kijk naar die bewapening’, zegt hij. Alleen al tussen januari en april hebben vijftigduizend mensen een vuurwapen gekocht. ‘Tijdens zijn verkiezingscampagne hield Bolsonaro nog vast aan de aberratie dat iedereen wapens moet krijgen om zich te verdedigen tegen de misdaad. Nu gaat het om het optuigen van een gewapende politieke beweging. Het bewapenen van zijn dertig procent aanhangers in rechtse volksmilities. In hemelsnaam. Waar doet dat aan denken?’ Net als anderen uit het oude establishment had Gabeira de illusie dat de militairen in de regering-Bolsonaro wel zouden matigen. ‘Maar het is omgekeerd’, zegt hij nu. ‘Bolsonaro radicaliseert de militairen.’

Tot drie keer toe zegt Bolsonaro in de vergadering dat hij hooggerechtshof en parlement door het leger kan laten sluiten. Hij noemt het leger ‘mijn strijdkrachten’ en verkruimelt de grondwet stampvoetend met de woorden: ‘Ik heb het récht, het volste recht verdomme om het leger te bevelen in te grijpen.’ Op de band zie je de militaire ministers knikken of achteloos poppetjes tekenen.

Zo hangt de dreiging van een staatsgreep nu al maanden als een verstikkende kap over het land. Een land waar nog elke dag meer dan negenduizend mensen met Covid-19 besmet worden en meer dan twaalfhonderd mensen aan het virus sterven. De teller staat inmiddels op meer dan tachtigduizend doden. Maar voor de regering bestaat het drama eenvoudig niet. ‘Nou en?’ zegt Bolsonaro. ‘Iedereen gaat een keer dood, porra.’ Op de videoband is die minachting goed te zien. Er wordt geen moment over de pandemie gesproken. De ‘moedige’ Alves waarschuwt de zoveelste nieuwe minister van Gezondheidszorg vooral tegen de ‘feministen’ die in zijn ministerie geïnfiltreerd zouden zijn: ‘Die proberen nu stiekem vrouwen met zika recht op abortus te geven. Mag straks iedereen met corona ook abortus?’ vraagt ze verontwaardigd.

Milieuminister Ricardo Salles misbruikt de coronacrisis om zijn collega’s aan te sporen te helpen de bescherming van het regenwoud in de Amazone zo snel mogelijk af te breken: ‘Laten we er nu van profiteren dat de pers gericht is op die corona, om het hele pakket erdoor te drukken.’

Bolsonaro zelf is bijna elke zondag te vinden op demonstraties van aanhangers die roepen om een staatsgreep, met hem als dictator. Half juni bestookt een gewapende pro-Bolsonaro-militie het hooggerechtshof met vuurpijlen. Een ‘voorproefje’ op het ‘echte bombardement’ dat rechters te wachten staat, zeggen de schutters: ‘Bereid je maar voor, vuile bandietenbende’, roepen ze. ‘Vanaf nu regeert het volk.’ Bolsonaro’s minister van Justitie neemt het voor de schutters op: ‘We moeten het volk begrijpen.’

Een kleine week later slaan de rechters terug. Ze laten de leiders van de militie arresteren. Eerder al lieten ze huiszoekingen doen bij gerenommeerde pro-Bolsonaro-ondernemers op verdenking van illegale financiering van het zogeheten ‘kabinet van de haat’. Dat is de haatmachine onder leiding van Bolsonaro’s zonen 01, 02 en 03 die via internet de achterban opzwepen. Politieke tegenstanders, vrouwen, homo’s en zwarte mensen worden op hun sociale media gekruisigd. Zo maakten de rechters een aantal bedreigingen aan hun eigen adres openbaar. ‘Giet benzine bij alle ingangen op het hooggerechtshof en laat ze daarbinnen levend verbranden’, riep de haatmachine op. ‘Geef ze anders allemaal een nekschot. Ook niet moeilijk.’

In andere berichten zet het kabinet van de haat aan tot het ‘verkrachten en vermoorden van de dochters van alle rechters’. Namen, adressen en scholen van de meisjes worden erbij geleverd. ‘Wij zijn in het bezit van hoog kaliber wapens’, luidt weer een andere bedreiging, deze keer persoonlijk verstuurd aan een van de rechters. ‘Je kunt je niet meer verbergen, hond. We zullen jullie parasieten van de staat op het openbare plein fusilleren.’ Voor het woonhuis van diezelfde rechter ging eerder een bom af. Na een politie-inval bij een van de haatgroepen werden behalve wapens ook gedetailleerde reisschema’s, vluchtnummers en aankomsttijden van rechters gevonden.

Bolsonaro ziet er geen kwaad in. Integendeel. Er gaat geen dag voorbij of hij staat de democratie naar het leven. Steeds opnieuw bekijk ik de band. De minister van Toerisme die de beschermde kustlijn onder Rio vol casino’s en bordelen voor buitenlanders wil bouwen. De minister van Onderwijs die roept: ‘Ik haat het woord indiaanse volken en zigeunervolken! Er is hier maar één volk en dat zijn wij.’ En ten slotte Bolsonaro die meer dan dertig jaar na de val de Berlijnse Muur nog steeds gelooft dat de ‘rode dictatuur’ in Brazilië voor de deur staat: ‘Beter sterven dan leven in onvrijheid’, zweept hij zijn ministers op. ‘Alleen een gewapend volk beschermt zich tegen de slavernij.’

Bolsonaro verkruimelt de grondwet met de woorden: ‘Ik heb het volste recht verdomme om het leger te bevelen in te grijpen’

Wat vertelt deze band ons eigenlijk? Wat is de ideologie van deze mensen, hun plan? Wat staat Brazilië te wachten? Ik moet terugdenken aan die duistere avond van 2 september 2018. We zitten met een paar vrienden aan tafel. Het is nog een kleine twee maanden tot aan de verkiezingen en Bolsonaro staat voor het eerst op winst. Hoe heeft deze extreem-rechtse backbencher zich kunnen ontpoppen van de paljas van de Kamer tot een serieuze presidentskandidaat? Wie wees vroeger niet schouderophalend naar zijn voorhoofd als de ‘geachte afgevaardigde’ weer eens de president wilde ‘executeren’ of de directeur van de centrale bank midden in de Kamer wilde ophangen en door parlementariërs met de zweep wilde laten aftuigen, brullend: ‘Want ik ben voor martelen! Net als de rest van het volk.’

Dertig jaar lang zat Bolsonaro in de politiek. Maar in al die tijd was hij niet in staat geweest ook maar drie wetsontwerpen op zijn naam te zetten. Zijn enige ‘verdienste’ was dat hij zijn zonen 01, 02 en 03 ook in de politiek zette. Zo bouwde hij een kleine dynastie op, gericht op het legaal en illegaal binnen schrapen van zoveel mogelijk overheidsgeld voor de eigen familieclan. En nu brengt hij opeens miljoenen aanhangers op de been ‘tegen de corruptie en de oude politiek’. Waar hij komt wordt hij op de schouders gehesen. Overal brullen de mensen de campagneleus die hij zelf met zijn zonen heeft bedacht: ‘Brazilië boven alles, God boven allen.’

‘Er staat iets te gebeuren wat niet meer terug te draaien is’, zegt Paulo Jorge die avond aan tafel. ‘Maar wat dan precies?’ vraagt Cristiane dringend. Ineens beginnen onze telefoontjes te bliepen. ‘Brand! Het Nationaal Museum staat in brand!’ Iemand zet de tv aan. Een loeiende vlammenzee slaat door het dak van het gebouw dat ooit het woonhuis van de grootste slavenhandelaar van Rio was. Het donker wordt verscheurd door sirenes. De lucht boven de stad kleurt rood. Felgele vlammen razen achter de statige ramen van het gebouw waarin de hele krankzinnige geschiedenis van Brazilië is samengebald.

In 1808 deed de slavenhandelaar het paleis cadeau aan de koning van Portugal die op de vlucht was voor Napoleon. Hier verhief Dom João, als enige Europese vorst ooit, een kolonie tot centrum van een wereldrijk. Dertien jaar later werd het gebouw de ‘keizerlijke residentie’ van een onafhankelijk Brazilië. João’s rokkenjagende zoon Pedro weigerde terug te keren naar zijn vader in Portugal. Dus riep een 24-jarige Portugese kroonprins, gezeten op een muilezel op de terugweg van zijn minnares, de onafhankelijkheid van Brazilië uit zodat hij kon blijven. Daarna kroonde hij zich tot keizer. In 1888 tekende de kleindochter van Pedro in ditzelfde paleis het decreet waarmee Brazilië de slavernij afschafte, als allerlaatste land van de Amerika’s, na vijf miljoen mensen uit Afrika te hebben ontvoerd, een wereldrecord, en samen met al hun afstammelingen tot bezit te hebben gemaakt.

Als dappere zwarte mummies staan de gevelbeelden in de likkende vlammenzee. Machteloos kijken we toe hoe dak na dak, verdieping na verdieping van het grootste natuurhistorische en antropologische museum van Zuid-Amerika instort. Na zes uur is de brand nog steeds niet meester. Vijf miljoen opgezette insecten en bijna tweeduizend vogelsoorten: weg! De bandopnamen van tientallen uitgestorven inheemse talen: verpulverd! De schedel van Luzia, de oudste mens van het continent die hier is gevonden, en twintig miljoen andere objecten: vernietigd. Voor altijd verloren.

‘Dit was de genesis van jullie land, van mijn land, begrijpen jullie dat?’ zegt onderdirecteur Luiz Duarte de volgende dag tegen een groep journalisten. Met gebalde vuisten staat hij tussen de rokende puinhopen. Roet op zijn kleren en in zijn gezicht. Zijn ogen rood van het slaapgebrek. Langzaam draait hij zich om naar het smeulende karkas. ‘Hiermee is het geheugen van ons land gewist’, zegt hij.

President Jair Bolsonaro voor zijn verblijf, het Palácio da Alvorada © Bruna Prado / Getty Images

Ik ruik alleen de brandlucht. Verder is alles hermetisch afgeschermd door een hoge muur van golfplaat. Het is vlak voor de corona-uitbraak. Ik zoek de professor antropologie Adriana Lopes op in haar kelder achter de verkoolde resten van het museum. 25 jaar lang was het museum haar werkplek. Nu zit ze hier opgepropt in het donker met vijftien mensen en één computer. Maandenlang zocht ze met de andere wetenschappers tussen het puin. ‘Van onze bibliotheek is niets meer over. Van de rest hebben we een kleine twintig procent kunnen redden.’ Eigenlijk, zegt Adriana, was de nacht van de brand een macabere vooruitwijzing naar alles wat er nu in het Brazilië van Bolsonaro gebeurt. ‘Tempels van cultuur en wetenschap worden in de as gelegd, terwijl er een vuur van haat, racisme en archaïsch machismo wordt opgestookt.’ Gedachteloos plukt ze aan haar zeegroene nagels. ‘Cultuuroorlog noemen ze dat.’

Adriana vertelt hoe al onder de linkse regering van Dilma Rousseff de bezuinigingen op het museum begonnen. Totdat, in het jaar van de brand, het onderhoudsbudget was teruggeschroefd naar een ridicule dertienduizend dollar per jaar. ‘Wij en het museumpersoneel betaalden de schoonmaakploeg uit eigen zak.’ Hele zalen waren gesloten vanwege lekkages en invasies van houtworm. De elektriciteit haperde. Er was geen blussysteem. Wel waren er rookdetectoren, maar die deden het niet. ‘Het was een aangekondigde ramp’, zegt Adriana.

‘Was de opmars van rechts en Bolsonaro dat dan niet?’ wil ik weten. ‘Had men dat niet veel eerder kunnen zien en tegenhouden? En draagt de linkse Arbeiderspartij van Lula en Dilma geen verantwoordelijkheid door te zijn meegegaan in de corruptie van de oude politiek?’ Adriana drukt een vuist tegen haar voorhoofd. ‘Sinds de brand denk ik daar elke dag aan. Ik weet het niet’, verzucht ze. ‘Feit is dat rechts in 2016 voor het eerst uit de kast kwam met de impeachmentprocedure tegen Dilma.’

Een bonte verzameling groepen profileerde zich opeens op internet en op straat. Ze noemden zichzelf ‘conservatief’, ‘nieuw rechts’, ‘integralistisch’ of ‘monarchistisch’. Zo richtte een nazaat van keizer Dom Pedro de conservatieve beweging Word Wakker Brazilië op. Gezeten voor een verwassen vlag uit het oude keizerrijk ontvouwde zijne koninklijke ex-hoogheid het programma: voor algemeen wapenbezit en tegen ‘massademocratie’. ‘Radicaal tégen’ openbaar onderwijs, gezondheidszorg en pensioenvoorziening. Voor het afschaffen van de ‘dictatoriale’ grondwet van 1988. De democratische grondwet van Brazilië die na de val van de militaire dictatuur tot stand kwam, zou het product zijn van een ‘communistische agenda van geïnfiltreerde cultuur-marxisten’.

Adriana herinnert zich nog precies hoe zo’n monarchistische groep hen de dag na de brand met hun vlaggenstokken kwam intimideren. ‘Wat ze gemeen hebben is hun blinde haat tegen links en iedereen die niet wit is’, zegt Adriana. ‘Ze denken dat de meerderheid van eerzame en rechtschapen – lees blanke en mannelijke – burgers gehersenspoeld wordt door een wereldomspannend complot van links. De indoctrinatie vindt vooral plaats via de instituties van de wetenschap, het onderwijs, de cultuur en de pers. Daartegen moet een culturele oorlog worden ontketend die deze instituties tot de grond toe afbreekt. Of afbrandt, zo je wilt.’ Adriana lacht haar aanstekelijke lach. ‘Nu is het probleem dat in Brazilië de witten noch de mannen in de meerderheid zijn’, zegt ze. ‘Hun culturele oorlog betekent dus ook dat ze de geschiedenis moeten herschrijven.’
Als we in de lage zon door het park naar de uitgang lopen, draaien we ons nog even om. Daar staat het museum. Afgebrand, ingepakt en met golfplaat aan het oog onttrokken. Het gebouw dat het geheugen van het land in zich droeg. Adriana vertelt hoe ze hoop put uit de gedachte dat Brazilië een diepgewortelde cultuur van overlevers heeft. ‘Mensen die in staat zijn te midden van geweld en pijn mooie dingen te maken.’ Ze denkt aan de samba en de capoeira, de door slaven beoefende vechtsport vermomd als dans die inmiddels over de hele wereld populair is. ‘De rechtse revolutie zal de slavernij en de gevolgen voor onze samenleving bagatelliseren. Ze zullen de inheemse volken van hun eigen cultuur en aanspraken ontdoen. Maar uiteindelijk stuiten ze op de realiteit. Die kan niet zomaar weg worden geïdeologiseerd.’

We nemen afscheid. Toch blijft er iets knagen. Ik heb het idee dat er meer is dan de nieuwe rechtse cultuurrevolutie. Die woedt tenslotte ook in Europa en de VS. Als ik later het essay over de ‘bolsonaristische cultuuroorlog’ van professor João Cezar de Castro Rocha van de universiteit van Rio lees, vallen de puzzelstukjes op hun plaats. In zijn onderzoek stelt Rocha dat de cultuuroorlog behalve elementen van de internationale rechtse beweging ook een specifiek Braziliaanse basis heeft. ‘De mentaliteit van Bolsonaro is gevormd door dat deel van het leger dat het eind van de militaire dictatuur nooit heeft geaccepteerd’, schrijft Rocha. In 1985 werd de gruwel van de martelkelders openbaar gemaakt in het boek Nunca mais, ‘nooit meer’. Het zwartboek over de misdaden van de dictatuur werd zo vaak gelezen dat het in Brazilië kortweg ‘het boek’ ging heten.

Dat Brazilië al tienduizend jaar het grondgebied van een inheemse bevolking was, wordt door de rechtse goeroe Olavo de Carvalho afgedaan als ‘gelul!’

Als reactie hierop werkte een groep militairen tot na de val van de Berlijnse Muur aan een lijvig tegenboek over het ‘aanhoudende gevaar van links’. In een letterlijke omkering van het Portugese woord livro voor boek, noemden ze hun revisionistische werkje Orvil. Daarin wordt de geschiedenis van Brazilië sinds de komst van de Sovjet-Unie beschreven als een onafgebroken poging van links om een ‘dictatuur van het proletariaat’ te vestigen. De militaire coup van 1964 met zijn martelwetten was de ‘redding van de democratie’. Dezelfde omkering die Bolsonaro en zijn militaire kompanen nu weer gebruiken.

Dit jaar werd de dag van de staatsgreep met groot militair vertoon als ‘overwinning’ gevierd. De martelingen, de executies en het uitroeien van meer dan achtduizend indianen worden gerechtvaardigd met de militaire doctrine van ‘nationale veiligheid’. Rocha beschrijft dit als ‘het idee dat het leger het recht heeft de intérne vijand te elimineren om het vaderland tegen een búitenlandse vijand te beschermen’. Tijdens de Koude Oorlog lijkt daar nog enige logica in te zitten. Het verklaart ook Bolsonaro’s schijnbaar idiote opmerking tegen zijn ministers op de videoband: ‘Jullie zouden vandaag nog voor twintig dollar per maand suikerriet staan te kappen als het leger tijdens de dictatuur de vijand toen niet had uitgeschakeld.’ Maar waar komt een ‘aanhoudend communistisch complot’ vandaan ná de val van de Muur?

Orvil haalt de linkse filosoof Herbert Marcuse erbij om aan te tonen dat het communisme sinds de val van de Muur nog veel gevaarlijker is geworden. Links probeert niet meer met revoluties en wapens aan de macht te komen, maar via verkiezingen. Precies zoals de sociaal-democraten Lula en Dilma. ‘Door infiltratie in vooral de culturele instituties proberen cultuur-marxisten de mentaliteit klaar te stomen voor de komst van niet alleen een nationaal, maar een wereldomspannend communisme’, beschrijft Rocha de Orvil-redenering. Het verklaart de paranoia en het complotdenken. Het verklaart waarom een overijverige minister van Buitenlandse Zaken in de ministerraad spreekt over het ‘communo-virus’.

Volgens minister Ernesto Araújo is het coronavirus een samenzwering om via ‘geglobaliseerde instituties’ als de Wereldgezondheidsorganisatie een ‘planetaire communistische wereldorde’ op te leggen. ‘De communistische nachtmerrie komt steeds dichterbij’, waarschuwde Araújo in de ministerraad. Weer knikten de militaire ministers. ‘Logisch’, zegt Rocha. ‘Dankzij Orvil zit dit soort delirium ook diep in het dna van de militairen.’ Bolsonaro en zijn militaire ministers noemen zichzelf conservatief. ‘Maar hun held is niet voor niets kolonel Brilhante Ustra.’ Ustra was de baas van het grootste martelcentrum van Brazilië. Hij genoot ervan politieke gevangenen zelf elektrische schokken toe te brengen, met ijzeren staven te bewerken en levende ratten in geslachtsdelen te stoppen. ‘Vraag je leraar maar het boek van de grote patriot Brilhante Ustra te kopen’, zei Bolsonaro onlangs nog tegen een groep schoolkinderen. ‘Daar staat alle waarheid in die je moet weten.’

‘Welkom, welkom.’ Lenig veert Eduardo (36) over het podium. Hij omarmt de Braziliaanse vlag zoals hij het Donald Trump met de Amerikaanse vlag zag doen. De zaal barst los in applaus en gejoel. Eduardo is zoon nummer 03 van Bolsonaro. Op de video is te zien hoe hij de rol van ceremoniemeester speelt op de grote ‘conservatieve conferentie’ die hij in São Paulo heeft georganiseerd. Fijngesneden pak strak om de biceps, hippe puntschoenen. Onder het jasje de onafscheidelijke revolver die hij dankzij een vluchtig baantje bij de federale politie altijd mag dragen. ‘De vrouwen hier vertonen gelukkig geen harige oksels’, lolbroekt hij. ‘En niemand die hier op de vloer schijt om het vervolgens inheemse of negerkunst te noemen, wel?’ Het publiek ligt krom van het lachen.

Ze zijn allemaal komen opdagen, de ideologen van de Bolsonaro-beweging, hier ook wel ‘hormonaal rechts’ genoemd. Een baantje als ambassadeur in de VS ging helaas aan de neus van Eduardo voorbij. Zijn vader vond hem uitermate geschikt: ‘De jongen heeft daar hamburgers gebakken!’ Behalve dat het kipnuggets waren liet ook zijn Engels te wensen over. ‘Als dat Engels is, dan spreek ik het ook. Op ambassadeursniveau’, grapte een tv-presentator. De man werd de volgende dag ontslagen. Maar door druk van de militaire vleugel in de regering kreeg 03 de baan uiteindelijk niet. Sindsdien is Eduardo het openbare gezicht van het haatkabinet van zijn vader. ‘We moeten de zweep pakken en de knuppel doen neerkomen op wie wankelt in zijn geloof’, zegt de eerste spreker op Eduardo’s conferentie. ‘Haat is positief. We hebben alle redenen om te haten.’

De ministers van de ideologische vleugel van de regering zijn er ook. Daar is de ‘hartstikke evangelische’ minister van Mensenrechten. Ze kan haar tranen niet bedwingen: ‘Eindelijk is God aan de macht.’ Weintraub van Onderwijs varieert voor de verandering op Hitlers Mein Kampf. Hij vervangt het woord ‘joden’ door ‘communisten’. ‘De communisten bezitten alle financiële instellingen, alle kranten, alle bedrijven en de monopolies’, waarschuwt Weintraub. Zelf is hij inmiddels hard bezig de cultuur-marxisten te verjagen uit de ‘madrassa’s van indoctrinatie’ die de openbare scholen en universiteiten zijn. Zo wijst hij tegenwoordig zelf de rectors van de universiteiten aan, in plaats van ze door collega’s te laten voordragen. De nieuw aangewezen rector van de universiteit van São Paulo kreeg de post omdat hij het ‘kwalijk’ vond dat ‘wetenschap alleen door wetenschappers bezet wordt’. Onder zijn nieuwe leiding waait nu het ‘parfum van Christus’ door de collegezalen. Zijn meest verkochte boek heet Jezus als coach. Verder belooft Weintraub met de militaire politie de ‘enorme wietplantages’ te slechten die volgens hem op de universiteiten gehouden worden. Ook sluit hij de universiteitslaboratoria die, als in een spannende Breaking Bad-aflevering, gebruikt zouden worden ‘voor de productie van chemische drugs’. Seksuele voorlichting op scholen is afgeschaft omdat het ‘pornografie voor minderjarigen’ is. ‘Nu op naar de volgende stap van gescheiden jongens- en meisjesscholen’, sluit Eduardo 03 opgewekt af. ‘We hebben een strategie van permanente mobilisatie nodig, mensen’, zweept hij de zaal op. ‘Zoals Olavo zegt: we mogen niet stoppen, ons nooit terugtrekken uit de oorlog.’

Olavo de Carvalho is de rechtse goeroe die de hersens bestuurt van de zonen 01, 02 en 03, het haatkabinet en de ideologische vleugel van de regering. Hij is een zeventigjarige, permanent vloekende en met geweren zwaaiende sterrenwichelaar die zichzelf ‘de enige intellectueel van Brazilië’ noemt. Toen de linkse Lula in 2003 aan de macht kwam ‘vluchtte’ de astroloog naar Amerika. Sindsdien onderricht hij zijn leerlingen vanuit zijn ranch in Virginia via internet in complottheorieën, platte-aarde-wanen en haatzaaien. De Olavo-adepten en de militairen botsen continu met elkaar. Zo werkten 01, 02 en 03 al na drie maanden de boezemvriend en militaire rechterhand van pa Bolsonaro uit de regering. Omgekeerd moest de Olavo-getrouwe Weintraub onlangs wijken voor een evangelische pastor die beter valt bij de militairen. De prediker vindt dat je kinderen moet opvoeden ‘met pijn’.

Toch is er weinig verschil tussen de militaire Orvil-doctrine en de theorieën van de sterrenwichelaar. Beide geloven dat een ‘communistisch complot’ de wereld aan het overnemen is. Alleen vindt Olavo de militairen ‘stinkende schijters die het verdienen in hun kont geneukt te worden’, omdat ze niet fel genoeg ‘oorlog voeren tegen de ideeën’. Al tijdens de militaire dictatuur hadden ze ‘de ballen niet om de vijand tot het bot uit te roeien’. Nu zitten we met de gebakken peren: cultuur-marxisten die de hoofden van de mensheid volpompen met ‘vernietigende ideeën als solidariteit en een seculiere wereldstaat’. Tot overmaat van ramp praten de militairen met internationale organisaties als de EU en de VN, waar het wereldomspannende complot nu juist zijn beslag krijgt. ‘Driedubbel overgehaalde strontzakken’, is het oordeel van Olavo.

Intussen richt hormonaal rechts met zijn cultuuroorlog een slagveld aan. Bolsonaro houdt zijn ‘jongens’ altijd de hand boven het hoofd in de ruzies met de militairen. Zelf heeft hij niets met cultuur. Een boek is voor hem ‘een ophoping van geschreven letters’. Hij vindt het prima dat Olavo-aanhangers schrijvers als Kafka en Braziliaanse grootheden als Machado de Assis uit bibliotheken verwijderen. Dat professoren het land uit moeten vluchten omdat het rechtse haatkabinet van zijn zonen hen en hun families bedreigt. Belangrijke instituten, zoals de stichting voor de bescherming van de zwarte cultuur, worden door Olavo-adepten in hun tegendeel veranderd. Volgens de nieuw benoemde directeur moet de zwarte beweging juist ‘uitgeschakeld’ worden. De slavernij was bovendien ‘heilzaam’. De veel te jonge nieuwe directeur van de nationale bibliotheek zegt dat de aarde plat is en meent dat ‘die ronde-aarde-denkers geen enkel bewijs van het tegendeel leveren’. Grote films, zoals die over de zwarte verzetsheld Marighella, worden met bureaucratische trucs verboden. Net als de financiering van de sociale wetenschappen. Stap voor stap wordt het land afgebroken.

Verschillende inheemse families leven rond het afgebrande Nationaal Museum. Ze willen het gebouw gebruiken als het eerste inheemse academisch instituut in Rio de Janeiro. 2018 © Carl de Souza / AFP / ANP

Bolsonaro zelf kan de cultuuroorlog weinig schelen. Voor hem geldt: als niets zijn streven naar absolute macht maar in de weg staat. Controleorganen zoals boswachters en de kinderbescherming heeft hij lamgelegd. ‘Ik verscheur het statuut van het kind’, riep Bolsonaro vorig jaar al. ‘En ik haal alle organen leeg waarin zogenaamde wetenschappers en maatschappelijke organisaties zitten.’ De raden voor onderwijs, cultuur en openbare veiligheid zijn inmiddels gestript. Een kleine zevenduizend militairen zitten op hoge regeringsposten. Zo stort er telkens weer een stukje van het gebouw van de rechtsstaat in.

Intussen zit hormonaal rechts niet stil. TV Escola was het meest informatieve openbare televisiekanaal van Brazilië. Totdat er begin dit jaar een verhuiswagen voorreed en alle medewerkers met hun spullen op staat werden gezet. Brasil Paralelo heet het Olavo-getrouwe productiebedrijf dat nu de programma’s verzorgt. Verbijsterd kijk ik naar de documentaire De laatste kruistocht, waarin de Braziliaanse kolonisatie wordt witgewassen. Middeleeuwse kruisridders worden plotseling verheven tot de ‘aartsvaders van Brazilië’. Opeens stamt Portugal af van de militaire Orde van de Tempeliers. ‘Eeuwenlang veroverden de tempeliers het land heroïsch op de Moren. Hun afstammelingen toonden later hetzelfde heldendom in de expansie op zee.’

Anders dan de Hollanders, die in Brazilië ‘puur op financieel gewin uit waren’, zouden de Portugezen het enorme land alleen bezet hebben ‘om beschaving en christendom te brengen’. Brazilië werd ook niet per ongeluk ontdekt. Nee. ‘Het waren de extreme moed en het doorzettingsvermogen van de erfgenamen van de grote christelijke strijders die wisten dat ze het gezegende land zouden vinden.’ Dat Brazilië al tienduizend jaar het grondgebied van een inheemse bevolking van miljoenen mensen was, wordt in de documentaire door Olavo de Carvalho persoonlijk afgedaan als ‘gelul!’ ‘Die inboorlingen hadden geen benul van bezit. Wat voor waarde heeft een eigendomsbewijs nou voor een indiaan?’ buldert hij kettingrokend vanuit zijn fauteuil. ‘Ze hebben niet eens een alfabet!’ Op dezelfde manier wordt het drama van de slavernij behandeld. De stelling is: ‘Braziliaanse slavernij heeft niets met racisme te maken.’ Dat wordt onderbouwd door de leugen: ‘Slaven bezaten hier zelf ook slaven.’ De bandeirantes, de witte slavenjagers en indianenvangers, daarentegen zijn ‘helden die hun leven waagden in de wouden van de hoge Amazone tot het diepe zuiden om Brazilië zijn taal, godsdienst en nationale identiteit te brengen’.

Na de afbraak van de rechtsstaat probeert rechts nu het spookpaleis van een gemythologiseerd verleden op te bouwen. Ze zijn begonnen de geschiedenis te herschrijven. Op YouTube galopperen al een hoop witte mannen rond, uitgedost als kruisridders, die roepen: ‘Patriotten! Ik kom van ver met een heilige missie! Volg mij tegen de communisten en de verraders van het vaderland!’