Iraakse vrouwen in Amerikaanse gevangenissen

Verkrachting betekent doodvonnis

Tal van getuigenissen wijzen erop dat in de Amerikaanse gevangenissen in Irak behalve mannen ook Iraakse vrouwen seksueel zijn misbruikt. De vreselijke waarheid is dat het er in zekere zin niet toe doet of er daadwerkelijk vrouwen zijn verkracht. Het vermoeden alleen kan een doodvonnis betekenen voor vrouwen die uit de gevangenis worden vrijgelaten.

«Wij worden verkracht als beesten. De buiken van uw vrouwen zitten vol met hun bastaardkinderen. Als jullie wapens hebben, gebruik ze dan om ons te doden in deze gevangenis. In de naam van God (3X), uw zuster, Noor.»

De brief is gedateerd 10 februari 2004, en zou zijn geschreven door een Iraakse vrouw in de gevangenis van Abu Ghraib. De volledige brief is een pagina lang; hij is getikt in klassiek Arabisch en citeert uitvoerig verzen uit de koran. Het is geen kattenbelletje dat in alle haast door een gevangene is geschreven en uit de gevangenis gesmokkeld. Het is ook lang niet de enige versie van de boodschap die in Irak circuleert, wat doet vermoeden dat het geval van zuster Noor — of zij nu werkelijk bestaat of niet — op z’n minst is gerecupereerd door de propagandamachine van het Iraakse verzet.

Maar twee dingen staan vast. Het voorbije half jaar is de gevangenis van Abu Ghraib regelmatig onder vuur genomen door het Iraakse verzet; de laatste keer gebeurde dat op 20 april, toen 22 gevangenen werden gedood en bijna honderd gewond raakten. Het is altijd een raadsel geweest waarom het Iraakse verzet precies de gevangenis zou bestoken waar de Amerikanen juist veel «veiligheidsgevangenen» opsloten, de term die wordt gebruikt voor mensen die verdacht worden van lidmaatschap van het verzet. En tal van getuigenissen, door De Groene verzameld in Irak, wijzen erop dat in de Amerikaanse gevangenissen in Irak behalve mannen wel degelijk ook Iraakse vrouwen seksueel zijn misbruikt.

Voor Amal K. Swadi, advocate in Bagdad, kwam de boodschap van de vrouw genaamd Noor niet als een verrassing. Swadi houdt zich al sinds vorig najaar bezig met de kwestie van de vrouwen in de Iraakse gevangenissen. «Het probleem was dat we telkens op een muur stootten», zegt ze. «De Amerikanen weigerden consequent elk verzoek om hen te mogen bezoeken.» Andere collega’s bleken hetzelfde probleem te hebben, en dus stelde Swadi voor om in de schoot van het advocatensyndicaat van Bagdad een werkgroep op te richten van uitsluitend vrouwelijke advocaten. Op 3 november vorig jaar klopte een groep van zeven vrouwelijke advocaten aan bij de gevangenis van Al-Karch in Bagdad. Amal Swadi: «We hadden geluk die dag. De meeste Amerikanen waren in vergadering, en de Iraakse bewakers waren zo verbouwereerd om ons te zien dat ze ons hebben binnengelaten.»

De advocaten waren geshockeerd door wat ze vervolgens vernamen: «Er zaten op dat moment vijftien vrouwen in de gevangenis. Ieder van ons heeft met één of twee gevangenen gesproken. Ik sprak met één vrouw die in oktober 2003 was gearresteerd. Ze zegt dat de soldaten haar bij aankomst in de gevangenis hebben gedwongen zich uit te kleden. Dit is een vrouw van boven de veertig. Ik denk dat ze haar vervolgens verkracht hebben, want ze weigerde plots verder te gaan. We denken dat ook de andere vrouwen zijn misbruikt. Maar ze vroegen ons daar vooral niet naar te vragen, omdat zij geen schande wilden brengen over hun families.»

Swadi kampt met hetzelfde probleem als de media in het onderzoeken van misbruik van vrouwen. De schande die is verbonden aan verkrachting is zo groot dat de slachtoffers hun leed liever in stilte verwerken. Het is in de Iraakse tribale samenleving niet ongewoon dat families hun dochter ter dood brengen na een verkrachting. Swadi: «Dat heeft niet zozeer te maken met religie als wel met traditie. Zelfs wanneer de religie het verbiedt, zullen families vaak toch proberen de vrouw te doden na een verkrachting. Dus u kunt zich voorstellen wanneer zij zwanger is van een Amerikaanse soldaat…»

De advocate doet haar best de families ervan te overtuigen dat deze vrouwen slachtoffers zijn en geen schuld dragen: «Ik werd gecontacteerd door een activiste die had opgevangen dat een vrouw gedood dreigde te worden door haar familie. Zij was vrijgelaten uit Abu Ghraib en was twee maanden zwanger. Toen we naar haar huis gingen, bleek dat verlaten. De familie was weggetrokken, en ik vrees dat ze dat hebben gedaan om de dochter stiekem te kunnen vermoorden.»

In een ophefmakend artikel in The Guardian wordt op gezag van Huda Shaker al-Nuami, een professor aan de Universiteit van Bagdad, gesteld dat de vrouw in kwestie «zuster Noor» was. Maar Amal Swadi, die in tegenstelling tot Al-Nuami met veel vrouwelijke gevangenen heeft gesproken, brengt het incident geenszins in verband met Noor, wier bestaan geenszins is bewezen. Het Guardian-artikel stelt ook dat het interne Abu Ghraib-rapport van generaal Antonio Taguba heeft bevestigd dat de brief van Noor «over de hele lijn correct was». In werkelijkheid staat er in het Taguba-rapport alleen dat «een mannelijke MP seks heeft bedreven met een vrouwelijke gevangene», en dat «foto’s en video-opnamen zijn gemaakt van naakte mannelijke en vrouwelijke gevangenen».

Er wordt veel onzin verteld over het misbruik van vrouwen in Iraakse gevangenissen. De journalist die in Bagdad naar een sensa tioneel verhaal op zoek is, kan volstaan met een bezoekje aan de Prisoners and Captives Union. Daar zal voorzitter Mohamed Adham Al-Hamad desgevraagd vertellen dat «honderden vrouwen zijn verkracht in de gevangenissen», «dat negentig procent van hen zwanger is» en «dat negentig procent van hen vermoord is door hun familie, zelfmoord heeft gepleegd of in de prostitutie is beland». Al-Hamad geeft ook een concreet voorbeeld van drie jonge zussen van een familie in Baquba die door de Amerikanen waren gearresteerd en maanden later hoogzwanger weer afgeleverd. De drie zussen werden door hun broers vermoord, aldus Al-Hamad. Al-Hamad is niet in Baquba geweest, en heeft er ook niemand naartoe gestuurd, «maar iemand van onze organisatie woont daar in de buurt en heeft het horen vertellen». Al-Hamad wint geen punten met zijn vervelende gewoonte om telkens wanneer een journalist op bezoek komt een map te voorschijn te halen met prachtige kleurenfoto’s van groepsverkrachting van Iraakse vrouwen door Amerikaanse soldaten. Het zijn de foto’s die al maanden op internet circuleren, en die The Boston Globe in verlegenheid hebben gebracht toen de krant ze in mei publiceerde. De volledige serie is te bekijken op de pornowebsite www.sexinwar.com — «Slechts 14,95 euro voor een proefabonnement van drie dagen!»

Amal Swadi zegt dat ze zich zeer bewust is van de manier waarop geruchten in Irak soms tot absolute waarheid worden verheven: «Als advocate moet ik onderscheid maken tussen de geruchten en de feiten.» Ze geeft toe dat ze bij het begin van haar onderzoek het er zelf moeilijk mee had om te geloven dat dit soort zaken echt gebeurde: «Maar na mijn gesprekken met de vrouwelijke gevangenen geloof ik dat deze geruchten waar zijn.»

Het voorlopig sterkste bewijs dat er inderdaad vrouwen zijn misbruikt, komt uit de mond van mannelijke gevangenen uit Abu Ghraib. De Groene sprak in Irak met drie ex-gevangenen die in het notoire celblok 1A hebben gezeten in de periode waarin de nu wereldberoemde foto’s zijn gemaakt. Alledrie zijn ze erg vertrouwd met de namen die de wereldopinie de voorbije maanden heeft leren kennen: Charles Graner, Lynndie England, Sabrina Harman, Ivan Frederick… Ze hebben aan den lijve ondervonden wat in het Taguba-rapport staat omschreven.

Eén van de ex-gevangenen is Saddam Salah al-Rawi (29), een gewezen lid van Saddams inlichtingenapparaat. In 1999 belandde hij al eens in Abu Ghraib, als gevolg van zijn deelname aan een mislukte militaire putsch tegen het Saddam-regime. In december 2003, zegt Al-Rawi, was hij getuige van de verkrachting door een Amerikaanse MP van een Iraakse vrouwelijke gevangene vanuit zijn cel nummer 42 in celblok 1A: «Hij heeft haar uitgekleed en verkracht. Gedurende de verkrachting was hij voortdurend aan het schreeuwen en de vrouw aan het slaan.»

De vrouw, aldus Al-Rawi, was afkomstig uit Basra en haar broer zat in cel 49. «Hij is in een hoek van zijn cel gekropen en is stilletjes beginnen te wenen.» De verkrachting vond plaats voor de ogen van de meeste mannelijke gevangenen in celblok 1A, die de hele tijd aan de tralies rukten en «Allahu Akbar» riepen. De soldaat in kwestie, zegt Al-Rawi, heette «Schneider» of «Snider».

Twee andere ex-gevangenen, Ali Shelal Abbas (31) en Jalil Mehdi Mahmoud (42), waren «oorgetuigen» van de verkrachting. Beiden zijn afkomstig uit Abu Ghraib zelf. Ali Shelal Abbas is de imam van een moskee vlak bij de gevangenis. Hij werd gearresteerd toen hij op verzoek van een familie bij de Amerikanen ging informeren naar een eerder opgepakte buurtbewoner. «De vrouw riep haar broer en alle eerbare mannen in de gevangenis om hulp», herinnert de sjeik zich. «Maar het enige wat wij konden doen was Allahu Akbar roepen.»

De getuigen kennen de naam van de vrouw, maar weigerden hem vrij te geven uit respect voor de familie. Ook Abbas en Mahmoud noemen de naam «Schneider» of «Snider». «Nee, ik heb hem niet gezien omdat mijn cel op de eerste verdieping zat aan dezelfde kant als de cel waar de verkrachting plaatsvond, maar de gevangenen gelijkvloers, die een beter zicht hadden, riepen voortdurend zijn naam om hem te doen ophouden.» Volgens de sjeik hebben er in december minstens twee verkrachtingen plaatsgevonden in celblok 1A: het ging telkens om verschillende vrouwen, maar de verkrachter was in beide gevallen «Schneider» of «Snider», zegt hij.

In het Taguba-rapport komt een sergeant eerste klas Shannon Snider voor. Taguba beveelt aan dat Snider naar de krijgsraad wordt verwezen, maar alleen omdat hij heeft gezwegen over de wantoestanden in Abu Ghraib, en om wille van het gebrek aan discipline in het platoen waarover hij het bevel voerde. Van verkrachting is geen sprake. Volgens een Amerikaanse legerwoordvoerder zijn de vrouwen in Abu Ghraib «humaan behandeld» en «hoeven hun families zich geen zorgen te maken dat hun eer besmeurd is tijdens hun gevangenschap».

De vijftien vrouwen die door Swadi en haar collega’s werden bezocht in de gevangenis van Al-Karch zijn inmiddels vrijgelaten. Ze weigeren echter over hun ervaringen te praten, zelfs met Swadi, «omdat de Amerikanen hen gezegd hebben dat ze hun huizen in de gaten houden. Eén familie is zelfs verhuisd nadat ik ze een bezoek had gebracht.»

In maart van dit jaar gingen de vrouwelijke advocaten aankloppen in Abu Ghraib zelf, nadat ze bericht hadden gekregen dat daar vrouwen waren opgesloten. «De vrouwen waren al in januari gearresteerd, maar ze hadden nog geen bezoek mogen ontvangen. Op 27 maart ben ik samen met een collega naar Abu Ghraib gegaan. Eerst ontkenden ze dat er vrouwen waren in Abu Ghraib. Uiteindelijk hebben we toch met de gevangenen mogen spreken, maar er waren de hele tijd Amerikaanse soldaten bij en een Amerikaans-Libanese tolk.»

Een van de vrouwen gaf het volgende relaas van haar ondervraging in Abu Ghraib.

«Ben je getrouwd?»

«Nee.»

«Dus je bent nog maagd.»

«Natuurlijk.»

«Hoe kan het dat de Iraakse mannen je met rust hebben gelaten?»

«Wij doen dat soort dingen niet.»

«Als je mij niet vertelt wat ik wil weten, laat ik alle mannelijke gevangenen op je los om je te neuken.»

Het bleef bij een dreigement.

Een andere vrouw vertelde dat ze zich bij aankomst onmiddellijk had moeten uitkleden, in aanwezigheid van haar zoon. «Ze vertelden haar dat ze een laatste blik op haar zoon moest werpen, omdat ze hem nooit meer zou terugzien. Ze werd ervan beschuldigd dat ze geld had gekregen van Saddam Hoessein om het verzet te financieren. Maar dit is een arme weduwe die aan de kost komt door een kiosk uit te baten en door kinderen van en naar school te brengen. Nee, ze hebben de zoon niet gedood; hij is vrijgelaten, maar hij weigerde met mij te praten zolang zijn moeder nog gevangen zat.»

Twee weken later zitten we in een appartementje in een hoogbouwwijk aan de Haifastraat in Bagdad tegenover Mithal al-Hassani (55), de vrouw uit het bovenstaande citaat. Al-Hassani werd enkele dagen geleden vrijgelaten en zette de zeer ongebruikelijke stap om een interview te geven op de Arabische satellietzender Al-Arabiya.

Al-Hassani is de eerste en vooralsnog enige vrouwelijke gevangene in Irak die in de openbaarheid is getreden. Het wordt haar niet door iedereen in dank afgenomen. Tijdens het interview wordt aangebeld. Het is de dochter van een van de vrouwen in Abu Ghraib die wij al eerder tevergeefs hadden gecontacteerd. De dochter is hysterisch omdat Al-Hassani de naam van haar moeder heeft vermeld op televisie, en gezegd heeft dat zij naakt was in de gevangenis. De dochter huilt. Ze roept dat Al-Hassani haar moeders doodsvonnis heeft getekend, dat haar broers al gezegd hebben dat ze haar zullen vermoorden zodra ze vrijkomt. «Ik begrijp haar angst», zegt Al-Hassani, «maar ik vind het belangrijk dat dit naar buiten komt. We mogen hier niet over zwijgen.»

Het probleem is dat Al-Hassani weinig concrete informatie heeft. Ze belandde in Abu Ghraib in februari, toen het interne onderzoek naar misbruik van gevangenen al volop aan de gang was. Ze is zelf niet verkracht of fysiek mishandeld, al heeft ze zich wel moeten uitkleden voor een mannelijke Amerikaanse dokter, en haar informatie is afkomstig van gesprekken met andere vrouwelijke gevangenen die vertelden over vrouwen die op dat moment al waren overgeplaatst naar andere gevangenissen. Op basis van die getuigenissen zegt Al-Hassani dat er zeker vier vrouwen zijn verkracht, en ze heeft weet van vier anderen die vrijwillig seks hebben gehad met Amerikaanse soldaten, «omdat ze dachten dat ze dan zouden worden vrijgelaten». Ze situeert die misbruiken echter niet in Abu Ghraib maar in de gevangenis op de luchthaven van Bagdad, die in de Iraakse volksmond «Guantánamo» wordt genoemd.

De vreselijke waarheid is dat het er in zekere zin niet toe doet of er daadwerkelijk vrouwen zijn verkracht. Het vermoeden alleen kan een doodvonnis betekenen voor vrouwen die uit de gevangenis worden vrijgelaten. Advocate Swadi vertelt dat ze eind mei een onderhoud had met de sjeik van een moskee in Bagdad. Ze had vernomen dat een familie de sjeik om een fatwa had gevraagd om hun dochter te mogen doden nadat die zwanger uit de gevangenis was gekomen. «De sjeik zei dat hij dat geweigerd had. Maar hij smeekte mij om iets te doen aan het probleem van de vrouwen in de gevangenissen, want hij had die week al zes soortgelijke verzoeken gekregen.»

Zelf vernamen we dat sjeik Kasim Al- Hanafi, de iman van de Al-Assafmoskee in Adimiya, de voornaamste soennitische wijk van Bagdad, in december een gelijkaardig verzoek had gekregen. Twee broers uit Al-Rashidiya, een landelijk gebied in Bagdad, vertelden hoe de Amerikanen vier maanden eerder een raid hadden uitgevoerd op hun boerderij. Ze waren eigenlijk op zoek naar de broers, maar omdat die niet thuis waren, hadden de Amerikanen hun zus gearresteerd. Vier maanden later hadden ze de zus teruggekregen, zwanger van een Amerikaan, zo zeiden ze. Of ze haar mochten doden, wilden ze weten. Ook sjeik Al-Hanafi heeft het verzoek categorisch afgewezen, zegt hij, «want deze vrouwen zijn onschuldige slachtoffers». Hij heeft wél toestemming gegeven voor een abortus.

Amal Swadi heeft na het losbreken van het Abu Ghraib-schandaal opnieuw geprobeerd met de vrouwelijke gevangenen te praten. «De Amerikanen hebben gezegd dat onze toelating was verlopen, en dat we gearresteerd zouden worden als we ons weer in Abu Ghraib vertoonden.» Sinds 29 mei zijn er officieel geen vrouwelijke gevangenen meer in Abu Ghraib, waarvan president George W. Bush heeft gezegd dat ze zal worden afgebroken om de schande uit te wissen. Dat laatste is alles behalve goed nieuws voor de gevangenen, zegt Swadi’s collega Amal al-Rawi, want er zitten — officieel — nog altijd 78 vrouwen in Amerikaanse hechtenis elders in Irak. «Het voordeel van Abu Ghraib was dat we tenminste wisten waar we ze moesten gaan zoeken.»