Ger Groot

Verlaines treinen

Het Gentse Zuidstation stond er nog in volle glorie toen Paul Verlaine de stad bezocht. Nadat de trein gestopt was, ging er een derdeklasraampje open waarin het faunachtige hoofd van de dichter verscheen, dat het wachtende ontvangstcomité toeschreeuwde: «Ik drink het met suiker.» Het was de absint waarmee Verlaine zijn gezondheid verwoestte en ook die avond, zo vertelt Maurice Maeterlinck, kostte het de grootste moeite zijn drankzucht te beteugelen.

Luc de Voldere geeft het voorval een ereplaats in zijn nostalgische rondreis langs markante Vlaamse stations in de nieuwste uitgave van The Low Countries, het Engels talige jaarboek voor Arts and Society in Flanders and the Netherlands (Stichting Ons Erfdeel). Het eerste deel daarvan is gewijd aan mobiliteit en de titel Stuck in Motion zet bij voorbaat een apocalyptische toon. De zorgen over dichtslibbende snel wegen en een vastlopende transportexplosie ontbreken dan ook niet. Mooie artikelen over wandel- (Gerard van Westerloo) en fietsgenoegens (Anton Korteweg) herstellen de morele balans op laaglandse wijze.

De trein blijft in die reeks van deugdzame mobiliteit de betreurde derde. Niet voor niets eindigt De Voldere zijn rondtocht op de plek van een station dat er niet meer is. Voor het park dat over het emplacement is aangelegd beveelt hij een kleine herdenkingsplaquette aan: Hier stapte Paul Verlaine uit, die het met suiker dronk. De trein is verleden tijd. In de bossen bij Brussel rust het sprookjesachtige stationnetje van Groenendaal, bij de aanleg waarvan Leopold II nog betrokken moet zijn geweest. De renbaan, waar hij vaak kwam, lag er vlakbij. Maar royalty reist niet meer per trein, op een enkel minitrajectje op Koninginnedag na.

Geef ze eens ongelijk. De trein zelf bestaat nauwelijks nog, vervangen als hij is door een soort metrovervoer voor de middellange afstand. Wie reist, kiest andere middelen: het vliegtuig, waarvan het gebrek aan comfort inmiddels ruimschoots door dat van de spoorwegen is ingehaald. Of de auto, die het ongemak van de file draagbaar maakt omdat hij zijn eigen onverwoestbare gevoel van huislijkheid meevoert.

Daar kan de trein alleen tegen opboksen door sneller te zijn. Maar hij moet die snelheid ook uitstralen, zo schrijft de ecologisch politicoloog Pieter Leroy in The Low Countries. De TGV is sexy en succesvol geworden door zijn imago van baanbrekende technologie: geen vervoermiddel voor autoloze losers maar voor blitse en scherpgesneden winners.

Precies zoals in de negentiende eeuw dus, waarin de rest van de spoorwegen nog altijd lijkt te verkeren. Ook naar Nederland reisde Verlaine per trein, en zijn verslag (Quinze jours en Hollande) klinkt, zolang hij tussen de rails zit, alsof het gisteren was: «Langzamerhand wordt het land zwarter. Rokende fabrieken, en daar hebben we de baksteen van het Noorden, zich ophopend tot geweldige of belachelijke bouwsels voor industrieel nut.» Alleen in Brussel is het traject anders. Na Brussel-Zuid maakt de trein «bijna de komplete toer van de plezante Brabantse hoofdstad om Brussel-Noord te bereiken».

Dat hoeft, dankzij de noord-zuidverbinding onder de stad door, al ruim een halve eeuw niet meer. Eén maal heb ik dat traject mogen rijden. De autoslaaptrein naar Biarritz vertrok van het ongebruikelijke laad station Schaarbeek. Na ruim een uur sporen door verrassend bosachtige streken liep hij niet Frankrijk maar Brussel-Zuid binnen.

Het gaf niet. De treinreis ontrolde zich met een onmoderne kalmte die vanaf het eerste begin «vakantie» uitstraalde. Ook daarin leek hij op Verlaines reis in omgekeerde richting, dit keer per eerste klasse; de Hollanders zaten kennelijk beter bij kas. «Paneelspiegels, mahoniehouten tabletten om op te klappen bij noenmaal, avondeten, enz. (…) Op dit zaktafeltje zet ik twee schotels vlees, twee schotels met groenten, een taart, een halve-fles macon en een kwart-fles champagne!»

Van zoveel overdaad vormde de autoslaaptrein nog maar een schim, maar het tijdloze comfort verjoeg alle haast en was zijn eigen grootste luxe. Trein-afvallige sinds jaren, gaf ik me weerstandsloos gewonnen aan het anachronisme van die traagheid, waarin de trein won wat met snelheid niet te halen was. Maar zelfs in dat voordeel van het verleden was hij tot de verleden tijd verdoemd. Vorig jaar werd de lijn opgeheven.