Ger Groot

Verlangen

In de bundel Sefarad van de Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina (uitg. De Geus) komt een verhaal voor over een vrouw die als kind haar vader heeft verloren. Aan het einde van de Burgeroorlog vluchtte hij, als communist hoog opgeklommen in de republikeinse hiërarchie, uit het al bijna door Franco ingenomen Madrid Franse, Duitse en wellicht Russische kampen tegemoet. Nooit heeft ze meer iets van hem gehoord, tot jaren later een brief van de Duitse ambassade komt. Wij krijgen die brief niet te lezen, maar begrijpen dat ze voor een belangrijk onderhoud wordt uitgenodigd. De volgende dag vertrekt ze, samen met haar man, in hun nieuwe auto vanuit hun nieuwbouwwijk. De jaren zestig hebben ook in Spanje welvaart gebracht.

Op de ambassade krijgt ze van een onberispelijke attaché een kartonnen doos, die zichtbaar veel omzwervingen achter de rug heeft. Het zijn de bezittingen van haar vader, achtergebleven in het kamp toen hij daaruit — «voor de tweede keer», zegt de attaché — ontsnapte. Ze neemt voorzichtig de doos mee naar buiten en op een bank in de heldere winterzon haalt haar man er één voor één de voorwerpen uit die erin zitten. Huilend ziet ze dat het de brieven zijn die haar moeder hem heeft toegestuurd, haar eigen briefjes en tekeningen en een foto van hemzelf met een klein meisje op de arm. Misschien is zij het wel.

Op dat moment in het verhaal gebeurt er iets met het lezen. Iedere afstand verdwijnt. De bewondering voor de schrijver die nog maar een paar bladzijden eerder zo weergaloos de inhoud van de Duitse brief terughield om de lezer in de angstige afwachting van de vrouw te doen delen, verdampt. Niet omdat zijn vakmanschap het laat afweten, maar integendeel omdat de vereenzelviging volledig geworden is. De tranen van de vrouw zijn niet alleen meer de hare, en tegelijk is er geen schrijver meer. Ik ben reddeloos het verhaal ingetrokken.

Het verlangen dat de vrouw en ik vanaf dat moment delen is wellicht het grootste compliment dat aan het meesterschap van Muñoz Molina gemaakt kan worden. Terwijl zij brief voor brief door haar handen laat gaan en die in de daaropvolgende dagen steeds weer opnieuw doorleest, wens ik even oprecht als zij dat dit nog maar de eerste stap is. Dat haar vader nog in leven zal blijken en dat zij elkaar zullen terugzien. Voor dat verlangen, dat op zo’n moment volkomen levend is, bestaat er geen fictie meer. Ik weet, enkele minuten lang, nog wel wát, maar niet meer dát ik lees.

Zulk een versmelting van verhaal en toehoorder moet vanaf de oudste orale literatuur de droom van iedere verteller zijn geweest. Literatuur was daarin alleen maar fictie zolang ze nog niet volledig was geslaagd. Net als in de schilderkunst was het meesterstuk pas bereikt wanneer het niet meer van de realiteit te onderscheiden was, omdat het zich in het ademloze toehoren werkelijk maakte.

Wie aan kinderen voorleest, ziet dat nog in zuivere vorm. Maar de legitimiteit ervan kalfde af naarmate de titel «verteller» in de literatuur een misprijzender klank kreeg. Het literaire meesterstuk moest zich tonen als «gemaakt». De kunstgrepen van de verteller, wiens ambacht ontegenzeglijk een techniek was, moesten zichtbaar worden als onderdeel van een kunst die fictie wilde zijn en blijven. Het vertelprocédé schiep afstand tot de emotie van het verhaal, om een verfijndere emotie op te eisen voor zichzelf.

Sindsdien beweegt de literatuur zich tussen die twee gemoedsaandoeningen. Een enkel modernistisch experiment daar gelaten heeft ze het verhaal nooit van zich kunnen afschudden. Ze vertelt, maar tegelijk wil ze niet verhelen dát ze vertelt. Pas dat maakt haar literair.

Het geweten van de lezer is al even dubbelzinnig geworden. Het laat zich mee slepen door het verlangen van een Spaanse vaderloze vrouw en wenst tegelijk dat dat niet vervuld zal worden, want een gelukkig einde blijft literair zelden overeind. En dus hoopte ik, contre coeur, dat Muñoz Molina niet zou zwichten voor mijn eigen lar moyante hang, die van zijn kant niets van verfijning wilde weten. Het was een ongelijke strijd. Het slot was meer ontnuchterend dan verwacht.