Verlangen naar deelname

Das Magazin begint nu ook een uitgeverij. Kees ’t Hart (her)las de afgelopen jaargangen van het literaire tijdschrift met die naam.

Medium groene 20das 20magazine 20

Met een literair blad haal je een gevoel in huis. Het gevoel ergens bij te horen, ergens benieuwd naar te zijn, iets adembenemends te mogen lezen. Verlangen naar vergezichten. En ook: verlangen naar deelname. Ik ben altijd op bladen geabonneerd geweest, misschien is dat de kern van mijn bestaan: lid van iets worden, en altijd die angst voor royement: ‘Geachte Abonnee, Helaas kunnen we uw abonnement niet voortzetten.’ Ik heb jarenlang een roman willen schrijven over een jongen die een abonnement ergens op wil nemen maar niet kan besluiten waarop. Mijn ouders waren geabonneerd op Vrije Geluiden, dit is erfelijk, ik ben nog steeds geabonneerd op de VPRO-gids. Mijn eerste blad was Donald Duck, mijn ouders maakten me in 1953 abonnee bij de eerste Nederlandse uitgave. Je kon een horloge winnen, ik had hoge verwachtingen. De namen van de winnaars stonden in de volgende nummers: ik was er niet bij. Dit was al direct een goeie les: een abonnee is zelden winnaar. Later maakte ik ook mijn kinderen abonnee, op Donald Duck, Kijk en Tina. Iemand abonnee maken: het heeft iets ziekelijks alsof het om een besmettelijke ziekte gaat.

Al dat verlangen naar deelname, het neemt bij mij bizarre vormen aan. Er hoeft maar een vriend lid te worden van een redactie of ik abonneer me. Zo ben ik een jaar geabonneerd geweest op De Schuttevaer, blad voor binnenschippers. Ik was weekendabonnee van De Waarheid. Ik abonneerde me direct op Yang (bestaat niet meer). Ik was abonnee van het eerste uur van het geheimzinnige Friese blad De Blauwe Fedde, oplage 150 denk ik, dat door de redactieleden aan huis werd bezorgd. Ik ben abonnee geweest van het helaas nu opgeheven clubblad voor liefhebbers van Lord Lister-boekjes. Men kan zich voorstellen welke discussies zich bij ons in huis afspelen wanneer ik verantwoording moet afleggen over al mijn abonnementen. Ik noem ze hier in willekeurige volgorde (dag- en weekbladen dus niet meegerekend). De Vestdijk Kroniek, The New Yorker, Extaze, Terras, The New York Review of Books, De Revisor, London Review of Books, The Believer, n+1, De Witte Raaf, Rain Taxi, nY, en tenslotte Das Magazin. Dertien abonnementen. Uitrekenen hoeveel dat per jaar kost? En al dat papier dat verwijderd moet worden! Alleen om een gevoel te krijgen ergens aan deel te nemen? Ergens bij te horen?

Das Magazin is er in korte tijd in geslaagd dit deelnamegevoel onder duizenden lezers en fans met kracht te verspreiden. Je hoeft niet somber te worden wanneer het nieuwe nummer in de bus valt. Het ziet er buitengewoon aantrekkelijk uit, anders dan de andere literaire bladen, minder streng, altijd vrolijk, altijd kleurrijk, of juist zwartgallig, met regelmatig extra boekjes erbij. Met laagdrempelige, vaak ironische tekstjes over de achtergrond van het blad: ‘Onze literaire tempel wordt paniekerig overeind gehouden door:’ (en dan volgen de namen van de sponsors). Eigenaardig om je blad een ‘literaire tempel’ te noemen. Ironie natuurlijk, schoolkrantironie, maar je weet als abonnee zeker dat de redactie dit in haar hart volstrekt ernstig meent.

En juist dit geloof tegen beter weten in een literaire tempel op te richten, geeft Das Magazin iets onbevangens en aantrekkelijks. Het blad houdt een fictie overeind: een fictie waarvan je weet dat het een fictie is en ook dat dit niet erg is. Dit blad wil werkelijk een tempel zijn waarin literatuur wordt geofferd (niet opgeofferd), aangeboden en aanbeden. Niet alleen wat dit betreft sluit Das Magazin aan bij het Amerikaanse blad The Believer (let op de titel!) dat zich toelegt op literaire essayistiek. In beide bladen geen gesomber, geen polemiek, geen gemierenneuk, geen uitsluitingen van ‘vijanden’, iedereen kan meedoen, al moet je dat natuurlijk maar afwachten als je iets instuurt.

Grote ambities dus, soms verpakt in ironie, kortom een schoolkrantgevoel, bij Das Magazin vermengd met de mentaliteit van het studentenblad Propria Cures, maar dan zonder de polemiek. Verhalen van oude meesters naast die van beginnelingen, melig geklets naast uitstekende reisverhalen, interessante berichten over literatuur in het buitenland, naast onbruikbare diagrammen met flauwekulweetjes, altijd vermengd met prachtige illustraties. Das Magazin bevat nauwelijks tot geen advertenties. Het is goedkoop en de samenstellers springen liever de gracht in dan dat ze een indruk geven van zelfverklaarde kenners onder elkaar. Kom erbij! Dat is de boodschap. Deel je geloof met ons!

Het blad probeert een literaire gemeenschap van liefhebbers en beginners, van amateurs en professionals van de grond te krijgen. Zonder lange programmaverklaringen, zonder wilde statements hoe het allemaal moet in de literatuur. In het tweede nummer stond nog een in handschrift geschreven brief waarin medeoprichter Daniël van der Meer zelfverzekerd en juist daarom ook ironisch afrekent met het engagement. ‘Het engagement, geachte lezer, heeft z’n beste tijd gehad. Kans gekregen, niet gegrepen. Jammer, helaas etc. Zij die het opnemen voor engagement gooien emmers water naar de hemel in de hoop dat het gaat regenen.’ Ook ‘Het Grote Verhaal’ krijgt er in deze verklaring van langs. Maar wat willen ze wél? Beloftes over goeie verhalen tref je wel aan in de overige summiere redactiestukjes, over vrolijke bijeenkomsten, over kamperen met literatuur, over interessante rubrieken. En ja, die kun je er allemaal in vinden. En dit alles op de toon gepresenteerd van ‘take it or leave it’: je hoeft niks, je moet niks en als je zin hebt, mag je meedoen. Das Magazin heeft gewoonweg geen programma en maakt daarvan een programma.

In Das Magazin: oude en jonge schrijvers, sterren, beginners, kwijlebabbels en deugnieten. Topstukken naast flauwekul

Dit is zonder meer iets nieuws. Thomas Vaessens en Lara Delissen merkten het vorig jaar in het academisch georiënteerde vakblad Spiegel der letteren (nr. 56) al op. Met enige verbazing schetsen ze de succesvolle opkomst en bloei van Das Magazin. Opgericht in 2011 en sindsdien door vriend en vijand opgehemeld. Wat een succes! Duizenden abonnees, leesclubs, laagdrempelige en vrolijke literaire avonden, alles georganiseerd met de instelling van een amateur, die zich niet laat remmen door praktische bezwaren (en weemoedigheid) en tegen beter weten in zijn gang gaat en tegelijkertijd niet terugschrikt voor een uiterst professionele aanpak. Je krijgt het gevoel mee te kijken op een zolderkamer waar literatuurfanaten een blaadje in elkaar flansen. Geen hoge drempels, geen prietpraat over wat deugt in de literaire kerk, geen uitsluitingen. Jonge leesfans, ja, ze zijn er, en oude leesfans (zoals ik) kunnen zich er thuis voelen.

Je krijgt wel eens het idee dat de redactie van Das Magazin bestaat uit bordeeluitbaters die een fraai gemeubileerd bordeel runnen waar in verschillende peeskamertjes verbluffende (en soms ook zeer banale) shows worden opgevoerd. ‘De redacteuren/initiatiefnemers vervangen de traditionele metafoor van het “tijdschrift als orgaan” door de metafoor van “het tijdschrift als community”, schrijven Vaessens en Delissen treffend in hun artikel. Lezers worden bij het blad betrokken, er zijn ‘contactavonden’, net zoals men die bij bladen als Libelle, Viva en Linda organiseert. Beide schrijvers hebben het over het Das Magazin-‘clubgevoel’ waarbij iedereen zich thuis kan voelen, ook lezers die niet meteen het nieuwe meesterwerk van Connie Palmen of Jonathan Franzen willen lezen en besproken zien. Das Magazin doet niet eens aan boekbesprekingen en zeker niet aan scheldpolemiek. Je kunt hier natuurlijk een beetje om grinniken, maar met dit clubgevoel hebben oprichters Toine Donk en Daniël van der Meer toch maar mooi iets voor elkaar gekregen. Al was het maar dat ze mijn verlangen naar deelname en er-bij-horen stevig wisten te exploiteren. Stel je voor dat je de boot mist, dat speelt natuurlijk ook mee bij een abonnement!

Dezelfde gevoelens worden geëxploiteerd door een programma als De wereld draait door. Daar vind je alleen debat wanneer het om politiek gaat, bij items over cultuur vindt zelden een confrontatie van opvattingen plaats. Dat zou het clubgevoel kunnen verstoren. De DWDD-_redactie neemt geen items op die haar onwelgevallig zijn, alleen wat telt doet mee, en wat telt wordt door de redactie bepaald die daarbij zorgvuldig uitgekozen ‘kenners’ aan het woord laat. Als ze maar enthousiast zijn. Wat niet telt, bestaat gewoonweg niet, omdat het niet aan bod komt en je er dus ook niet enthousiast over hoeft te worden. Zo hou je je kijkclub bij elkaar. _Das Magazin probeert deze valkuil te vermijden door zo divers mogelijke bijdragen op te nemen. Oude schrijvers, jonge schrijvers, mannen, vrouwen, sterren, beginnelingen, kwijlebabbels en deugnieten. Topstukken (ja, die zijn er!) naast flauwekul, dat laatste is dus ruim aanwezig en het verhoogt het plezier van dit blad.

Toch beseft de redactie dat haar niet-programmatische beleid niet altijd vol te houden is, af en toe moeten er heldere keuzen worden gemaakt. En dus bestond het tiende nummer (uit 2014) uit tien verhalen van ‘de beste jonge schrijvers uit Nederland en Vlaanderen.’ De Literaire Top Tien van Jonge Nederlandstalige Schrijvers. Dit sluit naadloos aan bij de toplijstenmanie die de laatste jaren de Nederlandse cultuur teistert. De Top 2000, de tien, twintig, honderd beste schilders, dichters, toneelspelers, ondernemers, bakkers, koks, boeren. Daar heb je het: uitsluiting. Als je er niet op staat ben je een loser. Sta je er wel op, maar niet als nummer één, dan ben je dat ook. En dus leidde dit tiende _Das Magazin-_nummer uiteraard tot geween en tandengeknars. Waarom ik niet en zij wel?

Er is gelukkig troost voor de uitgeslotenen. Want het eigenaardige was dat juist dit tiende nummer de lay-out meekreeg van het deftige literaire blad uit het verleden: plechtige kaft, plechtige belettering, doorwrochte illustraties zonder de gebruikelijke speelse zijpaden en zijsprongen. En de inhoud stelde niets voor. De tien uitgekozen schrijvers bleken ver onder hun normale kunnen te hebben gewerkt. Ze bleken allemaal (op twee na) mee te deinen met de huidige mode in de Nederlandse literatuur. Allemaal over geïsoleerde jongeren die ongelukkig zijn, allemaal het niet zien zitten op de wereld, allemaal een steekje los, allemaal bang voor enge dingen en de dood. Ik ben speciaal en de anderen zijn gek. Alles is niks. En dat dan opgeschreven in de bloedeloze stijl van het burgerlijk realisme dat de Nederlandstalige literatuur al een jaar of tien of langer in zijn greep heeft.

Gelukkig bevatten de nummers erna weer de gebruikelijke vrolijke, speelse, kwalitatief ongelijke, diepzinnige, lullige en meeslepende verhalen, gedichten en beschouwingen. Waarbij het onvertaalde essay van Chad Harbach over ‘creative writing’ in Amerika een must was voor iedereen die daar in Nederland bij betrokken is. Met een mooi verhaal van Daan Heerma van Voss over een reis naar Auschwitz. Plus fraaie gedichten van Marieke Rijneveld. Zo kennen we Das Magazin weer.

De Nederlandse romankunst en poëzie zitten in de verdediging. Je ziet het in het ontbreken van een meeslepend, hoog oplopend debat over inhoud en verlangen van literatuur. De laatste die zo’n debat voor poëzie aanging, was Jeroen Mettes. Joost de Vries zet af en toe in Das Magazin of daarbuiten voorzichtige kanttekeningen bij inhoud en vorm van de huidige prozakunst, maar hij schrikt terug voor groepsvorming. Er is nauwelijks generatiestrijd, er is geen vooroplopende groep brutale en provocerende jonge schrijvers die oproept tot vernieuwing en die het daarbij niet laat, maar verbluffende, ambitieuze romans schrijft. Wat zou het mooi zijn als zo’n strijd over inhoud en stijl weer ontbrandde! Jonge schrijvers trekken zich nu terug op hun eigen gebied. Ze kaarten identiteitsproblemen aan, adolescentiekwesties, kleinburgerlijke groeiproblemen. De grote greep en de verwilderde stijl ontbreken.

Het debat in de kritiek is overwoekerd door vruchteloze oprispingen over de status van literatuur, over de marktwerking, over de al of niet toenemende feminisering, over de preoccupaties van het Nederlandse recensentendom. Over stijl en inhoud, ho maar. Men zoekt het niet in polemiek en afscheiding, maar in samenwerking en diversiteit. Das Magazin is hier een exponent van. Het blad mijdt discussie en polemiek en kiest met succes voor diversiteit en de (re)creatie van een opgewekt literair gevoel dat dreigt te verdwijnen. Misschien is de literaire evangelisatiemethode van Das Magazin in deze periode van literaire verdediging en van teruglopende belangstelling voor literatuur precies op zijn plaats. Ik blijf een gelukkige abonnee. Maar op de langere termijn zal het toch weer moeten aankomen op keuzes en debat, omdat literatuur nu eenmaal niet zonder kan.