Argentinië is ziek

Verlangen naar inflatie

Argentinië is economisch ziek en de kwaal lijkt chronisch. IMF-leningen zijn zinloos zolang het land niet financieel volwassen is. «De Argentijnen gedragen zich als pubers die voor het eerst zakgeld krijgen.»

Het is voor de Argentijnse volksvertegenwoordiging onmogelijk voorbij te gaan aan de crisis in het land. Letterlijk. Nog geen dertig meter van de ingang van het parlement in Buenos Aires ligt een dozijn daklozen op vieze oude matrassen te wachten op betere tijden. De weg naar het parlement is al niet beter. Voor een bedrijf aan de vroeger zo rijke Avenida de Mayo staat een lange rij wachtenden. Er is binnen een vacature voor een secretaresse. Mensen die nog wel een baan hebben, versnellen merkbaar hun pas zodra ze bij de rij in de buurt komen, alsof ze bang zijn dat de wachtende werklozen misschien ongeluk brengen. Wie de moeite neemt langs de straat omhoog te kijken, ziet op de dure flatgebouwen langs de verkeersader tientallen felgekleurde te-koopborden hangen. Veel bewoners kunnen de huur of de hypotheek, aangegaan op de top van de markt, niet meer betalen.

Het is duidelijk. Argentinië is ziek, en niet zo'n klein beetje ook. Het land zit zo diep in de penarie dat het hele continent zich ernstig zorgen maakt. De Latijns-Amerikaanse top van midden augustus was vrijwel in zijn geheel gewijd aan wat ondertussen al de «tango-crisis» is gaan heten. Men is bang voor een economisch domino-effect. Als Argentinië niest, snottert de belangrijkste handelspartner Brazilië binnen de kortste keren ook, zo gaat het cliché. En dan is het slechts een kwestie van tijd voor de rest van Zuid-Amerika geïnfecteerd is, en via de Nafta zelfs de Verenigde Staten van slag raken.

Waar de oorzaak van de crisis ligt, is niet eenvoudig vast te stellen. De Argentijnen zelf geven graag voormalig president Menem de schuld. Zijn twee kabinetten maakten zich schuldig aan corruptie en de grijze vos is verantwoordelijk voor een aantal slecht gelopen privatiseringen. Maar Menem erfde een economie die geruïneerd was door tien jaar cliëntelisme van de militaire dictatuur en daarna nog eens tien jaar neomarxistische schoktherapie door president Alfonsín.

Menem zag zich als het gevolg daarvan in de vroege jaren negentig geplaatst voor het probleem van een gigantisch overheidstekort en torenhoge inflatie. Soms verminderde de waarde van het geld in een maand tijd met de helft. Om het eerste probleem tijdelijk op te lossen privatiseerde de neoliberaal een aantal staatsbedrijven waaronder de luchtvaartmaatschappij Aerolinas Argentinas. Hierdoor kreeg de staat geld binnen waarmee de nationale schuld gedeeltelijk kon worden afgelost. Daardoor zakte de inflatie. Om de geldontwaarding permanent laag te houden werd de peso aan de dollar gekoppeld.

De tactiek van Menem werkte aanvankelijk. Hoewel de privatiseringen een festival van corruptie waren — Menem heeft op dit moment huisarrest in afwachting van zijn rechtszaak — werd het vertrouwen in de Argentijnse munt hersteld. Buitenlandse investeerders kwamen terug. Ineens was Buenos Aires een emerging market waar het geld aan de bomen groeide. Maar het steunen van de nationale munt heeft veel geld gekost. Achter iedere peso die werd gedrukt, moest immers een dollar op de nationale balans staan. Dollars die de Argentijnse overheid niet heeft. Dus steeg het overheids tekort, liepen de schulden weer op en begon het hele verhaal opnieuw. De economie stortte in en de werkloosheid steeg.

«Hadden we maar weer inflatie, zoals vroeger. Dat was niet ideaal, maar zodra je je loon kreeg kon je het tenminste onmiddellijk uitgeven en ervan genieten. Nu blijft het geld hetzelfde waard, maar heb ik geen baan meer om het te verdienen.» Met deze opmerking op een lokaal radiostation in Buenos Aires verwoordt een beller het gevoel van veel Argentijnen: ze hebben nu echt alle vertrouwen in hun economie verloren. De vroege jaren negentig met hun meer dan vijftig procent inflatie per maand zijn ineens de goede oude tijden.

De Argentijnen zijn niet de enige cynici als het gaat om de economische politiek van hun regering. Ook het IMF en zijn belangrijkste lid de Verenigde Staten zien de toekomst van Argentinië met gemengde gevoelens tegemoet. Het IMF heeft Argentinië weliswaar een pakket leningen aangeboden met een totale waarde van acht miljard dollar; het heeft ook duidelijk gemaakt dat het de laatste keer is dat het Zuid-Amerikaanse land kan rekenen op een finan ciële injectie van deze grootte. Het wantrouwen is vooral ingegeven door de Verenigde Staten. Onder Bush zijn de Amerikanen minder gemakkelijk geworden in het steunen van arme landen. «Het is begrijpelijk dat Amerikaanse loodgieters en timmerlieden moeite hebben om hun belastingcenten in een bodemloze put als Argentinië te gooien», zei de Amerikaanse minister van Financiën Paul O'Neill. Later liet hij erop volgen dat Argentinië al zeventig jaar een probleemland is en dat hij geen verschil ziet met eerdere, mislukte, reddingspogingen.

Opmerkelijk is dat opmerkingen van O'Neill veel bijval hebben gekregen in Argen tinië zelf. Commentatoren in de belangrijkste kranten herinnerden hun lezers eraan dat de beloftes die de regering deed bij het laatste krediet van het IMF, veertien miljard dollar afgelopen december, ook nog niet zijn ingelost. Sterker nog, de overheid geeft weer eens meer uit dan er binnenkomt, vooral op provinciaal niveau waar veel «klassieke» linkse peronisten het voor het zeggen hebben. Zij hebben al aangekondigd dat ze hun budget niet sluitend zullen maken om de IMF te plezieren.

In de provincie Buenos Aires dreigt zelfs de inflatie via de achterdeur terug te komen. De lokale overheid geeft sinds eind augustus eigen geld uit, de patacón. Daarmee kunnen inwoners gemeentelijke en provinciale belastingen, treinkaartjes en hun water- en energierekening betalen. Bovendien kunnen ze er bij vestigingen van McDonald’s in de provincie een speciaal menu voor krijgen met de naam Patacombo. De eerste ontvangers van de patacón zijn de provinciale ambtenaren, die vanaf nu een jaar lang de helft van hun loon in deze valuta zullen krijgen. Het is de bedoeling dat de ambtenaren de patacóns via bijvoorbeeld de McDonald’s in roulatie brengen. Officieel is de patacón overigens geen munteenheid (die mag alleen de centrale overheid uitgeven) maar een soort obligatie aan toonder met zeven procent rente in denominaties van twintig peso (vijftig gulden). De looptijd is een jaar.

De vraag is echter of de provincie over een jaar het geld dat het zo van zijn ambtenaren heeft geleend, wel kan terugbetalen. Economen betwijfelen of de bankbiljetjes nog wel iets waard zullen zijn aan het einde van de looptijd als de economie niet meegroeit met de groeiende stapel patacóns. Maar het meest vrezen ze het gebruik van de patacón om belastingen en heffingen te betalen. De overheid krijgt daarmee dezelfde waardeloze stukjes papier terug die het nu in de maatschappij pompt. Het faillissement van de provincie Beunos Aires zou daarmee weleens een feit kunnen zijn.

De Argentijnse staat maakt zich nu al op om de provincie te kunnen helpen voor het geval de patacón een lege huls blijkt te zijn. Het ministerie van Financiën kondigde eind augustus een nieuwe manier van financiering van arme provincies aan: de lecob. Een staatslening aan toonder met een looptijd van een jaar, en dus al net zo onbetrouwbaar als de patacón.

Argentinië is een land met een geweldig potentieel. Het heeft een Europese graad van organisatie en natuurlijke grondstoffen. Maar de Argentijnen sparen niet; ze lenen te veel en er is geen enkele discipline om het budget aan te passen aan de economische omstandig heden. Het belastingstelsel is nog steeds afgestemd op een landbouwmaatschappij waarin een paar grootgrondbezitters het voor het zeggen hebben. De financiële wetten maken het voor rijken (zoals de vader van Máxima) te gemakkelijk om kapitaal het land uit te sluizen als het slecht gaat.

Patacóns, lecobs, IMF-injecties en peso-dollarkoppelingen hebben dat probleem nog niet kunnen verhelpen. De renaissance van Argen tinië als een democratische staat heeft tijd nodig om door te sijpelen in de belastingwetgeving en de financiële huishouding van de staat. Het land heeft geen politieke experimenten nodig à la Perón of Menem, maar een nieuwe generatie saaie politici die met boekhoudkundige precisie het land weer op orde kunnen brengen. Een hoge Nederlandse bankier te Buenos Aires, die niet met zijn naam in de krant wil, ziet de ontwikkeling met lede ogen aan. «Het land is economisch niet volwassen», verzucht hij. «De Argentijnen gedragen zich als pubers die voor het eerst zakgeld krijgen.»