Ray Lamontagne

Verlangen naar Marlon Brando

Ray Lamontagne heeft het type stem dat hem doet klinken als een oude, vertrouwde vriend. Met name zijn zeer succesvolle debuutalbum Trouble uit 2004 was een warme deken van een plaat, gedrenkt in niets dan melancholie.

Medium muziek

Toen was zijn producer nog Ethan Johns, ook de producer van Ryan Adams’ magistrale debuut, en 29. Daarvan heeft hij nu afscheid genomen: op zijn vijfde album Supernova werkt Lamontagne samen met Dan Auerbach, de helft van het rockduo The Black Keys. Auerbach maakte als producer veel indruk met het laatste album van de toen 72-jarige Dr. John, dat ook een Grammy Award won voor het beste bluesalbum van 2012. Het verschil tussen Lamontagne geproduceerd volgens de opvattingen van Ethan Johns en Lamontagne geproduceerd volgens de opvattingen van Dan Auerbach is groot.

Niet de (verwachte) blues lijkt de belangrijkste inspiratie te zijn geweest voor de klankkleur waarvan Auerbach Lamontagne voorzag, maar de dromerige, psychedelische rock uit de jaren zestig. Er klinken invloeden van The Byrds door, van Neil Young en van Pink Floyd, en wel de Pink Floyd toen Syd Barrett nog leefde. De Americana is vrijwel volledig verdwenen, de melancholie ook: de toonzetting is vaak ronduit vrolijk, en de nummers zijn behoorlijk rijk, om niet te zeggen vól geproduceerd. Het album klinkt naar de zomer in plaats van de gebruikelijke herfst.

Lamontagne kan deze stijl vocaal met zoveel gemak aan dat het de vraag opwerpt wat hij vocaal níet zou aankunnen. Zijn vocale flexibiliteit is dermate groot dat Lamontagne nauwelijks nog klinkt als de Ray Lamontagne van zijn oudere repertoire. De oude vriend is verdwenen; er staat een andere, meer blakende jongeman voor de deur. Met hulp van Auerbach, die met hoorbare liefde laag op laag stapelde, en Lamontagne deed klinken naar zoete dromen in plaats van naar bitterzoete herinneringen.

De prijs is het verdwijnen van de ontroering die Ray Lamontagne altijd kenmerkte, en de relatieve kaalheid waarmee hij dat wist te bereiken. Er speelt hoorbaar een bánd, een band ook met geldingsdrang, en met een producer die ze daar de ruimte voor gaf. Het titelnummer is propvol, alsof iedereen nog even aan bod wilde komen, en dat ook mocht van Auerbach.

Het maakt van Supernova een wat ambivalente luisterervaring. Hier heeft iemand besloten zichzelf niet te willen herhalen, niet voor eeuwig de droeftoeter uit te hangen, niet te blijven hangen bij wat hij al een paar keer eerder heeft laten horen. Dat is gelukt: Ray Lamontagne heeft zichzelf opnieuw uitgevonden, en hij klinkt overtuigend in de vintage jas uit de jaren zestig die nu om zijn lijf hangt. Met als prijsnummer de cineastische ode Drive-In Movies, met de zin ‘I wanna be Brando in The Wild One’. Uit 1953.


Ray Lamontagne, Supernova (Sony Music)

Beeld: Ray Lamontagne (Samantha Casolari).