Michael Ondaatje

Verlangen naar onzichtbaarheid

In zijn roman ‹De geest van Anil› toont Michael Ondaatje opnieuw zijn obsessie voor historische personages die zich aan het zicht hebben onttrokken.

Michael Ondaatje, De geest van Anil. Vertaald door Leo Huisman en Kees Helsloot, uitg. Bert Bakker, 275 blz., ƒ 39,50

Vaak dreigt een schrijver beroemd te worden dankzij één roman, zeker als daar een succesvolle film van gemaakt wordt. Een film kan nog meer veralgemeniseren en verdoezelen dan de inhoud en de vorm van een literair meesterwerk en weet soms een heel oeuvre aan het oog te onttrekken. De cinema als verdwijnkunst.

In het geval van Michael Ondaatje heet dat beroemde boek De Engelse patiënt (1992). Toen het uitkwam en beloond werd met een halve Booker Prize, las ik het als een ‘Europees’ Tweede Wereldoorlog-vervolg op zijn In de huid van een leeuw (1987); een fenomenale roman over de deels gewelddadige geschiedenis van jonge, Canadese immigranten in het Toronto van de jaren twintig en dertig. Een poëtische roman die op mij de indruk wekte van een muurschildering met hier en daar een intrigerende witte plek. Ondaatje schrijft over gaten en wazigheden in het verleden, over nog niet ingevulde episoden uit de historie.

Deze week verschijnt Ondaatjes roman De geest van Anil, spelend op Sri Lanka aan het begin van de jaren negentig, toen het eiland verscheurd werd door een burgeroorlog. De Tamil-guerrillabeweging wilde een apart staatje in het noorden stichten, anti-regeringsrebellen hielden huis in het zuiden en de regering zelf liet moordcommando’s over het eiland uitzwermen. 'Vandaag de dag gaat de oorlog op Sri Lanka verder in een andere vorm’, schrijft Ondaatje aan het slot van zijn opmerking vooraf.

De geest van Anil is, zoals altijd bij Ondaatje, een roman over verdwijningen en een enkele miraculeuze verschijning: verdwijning van mensen die slachtoffer worden van de burgeroorlog, verdwijning van het geheugen (door Alzheimer), verdwijning van het verleden en de geschiedenis, verdwijning van het licht in de ogen, verdwijning van bewijsmateriaal (een skelet) om een moord te bewijzen en, ten slotte, de verdwijning van het hoofdpersonage Anil Tissera. Zij onderzoekt als gerechtelijke geneeskundige, in opdracht van een Geneefse mensenrechtenorganisatie, een van de vele moordpartijen op het eiland maar moet vluchten omdat de grond onder haar voeten te heet wordt.

Michael Ondaatje is een Canadese dichter en romanschrijver van Singalees-Brits-Nederlandse komaf (de Hollanders hadden Ceylon in de eerste helft van onze Gouden Eeuw in bezit). Op jonge leeftijd emigreerde hij uit Ceylon naar Engeland (1954) en kwam acht jaar later in Toronto terecht.

De verzamelde werken van Billy the Kid (1970) met de ondertitel 'Linkshandige gedichten’ is zijn eerste poëziebundel, door Hans Plomp vertaald en onlangs als Ooievaarpocket herdrukt. Het boek is een fantasievolle reconstructie van de geest en de houding van de vogelvrijverklaarde cowboy uit het Wilde Westen, Billy the Kid. De tekst is een collage van foto’s, gedichten, balladen, prozaschetsen, pulpblad- en sensatieverhalen, een interview en ooggetuigenverslagen. Ondaatje formuleerde zijn bedoelingen later in zijn verzamelbundel There’s a Trick With a Knife I’m Learning to Do (1979): 'Je wenden tot nieuwe gebieden/ waar de ruwheid van gevoelens bestaat.’

De verzamelde werken van Billy the Kid is een persoonlijke verbeeldingsgeschiedenis, een poging om wazige foto’s tot leven te wekken. Op een van de eerste bladzijden van het boek staat een foto waarop niets is te zien ('Ik stuur u een foto van Billy, gemaakt met een Perry-sluiter op de snelst mogelijke manier…’). De bundel wordt afgesloten met een piepklein fotootje van Ondaatje zelf als kind op Ceylon en verkleed als cowboy. Via andere personages – de sheriff die Billy doodschoot en minnares Angela Dickinson – probeert Ondaatje Billy te benaderen. Hij neemt zelfs een interview op, waarvan niet zeker is of het echt is of verzonnen, uit de Texas Star van maart 1884 waarin Billy over de dood spreekt: 'Ik denk dat ze je gewoon in een kist stoppen en dat je daar altijd blijft. Er is niets anders. Het enige wat ik zou willen is dat ik zou kunnen horen wat mensen daarna zeggen. Dat zou ik echt graag willen. Weet je, ik zou graag onzichtbaar zijn en kijken wat er gebeurt met mensen als ik er niet bij ben. Dat zal je wel kinderlijk vinden.’

Het is dat verlangen naar onzichtbaarheid die nieuwe perspectieven opent en een verrassende blik biedt op mensen die zich onbespied wanen, wat de kern uitmaakt van Ondaatjes literaire oeuvre. In De geest van Anil trekken de personages zich terug in hun eigen domein of vakgebied – de geneeskunde, de archeologie, de kunst – om aan de heimelijke moordpartijen te ontkomen.

Ondaatje is geobsedeerd door historische personages die zich op de een of andere manier aan het zicht hebben onttrokken. Op weg naar stilte is een poging tot reconstructie van het leven van de jazz-cornettist Buddy Bolden (1887-1931) uit New Orleans, die nooit op de plaat is vastgelegd en daarom 'verdwenen’ is. Ook in deze a-chronologische collage van interviews, scenariofragmenten en poëzie is de foto een venster op het vage verleden. Buddy Bolden verdwijnt tijdens een muzikale parade waarin hij op zijn cornet soleert. Maar waar Bolden stilvalt en wegzakt in krankzinnigheid, weet Ondaatje stem te geven aan iemand die artistiek met stomheid is geslagen.

In In de huid van een leeuw formuleert Ondaatje waar het hem om gaat. 'Officiële geschiedenissen en nieuwe verhalen omringen ons elke dag maar de artistieke gebeurtenissen bereiken ons te laat, reizen traag als boodschappen in een fles. Alleen de beste kunst kan de chaotische warboel van gebeurtenissen ordenen. Alleen de besten kunnen de chaos zo hergroeperen dat het zowel de chaos als de orde die eruit zal voortvloeien aangeeft.’

Toronto is het decor waartegen zich ingrijpende gebeurtenissen van immigranten afspelen. Patrick Lewis is een jongeman die van het platteland naar de stad trekt op zoek naar contact, naar een sociaal bewustzijn. Wat Ondaatje over hem schrijft, geldt ook voor de hoofdpersonages in De Engelse patiënt en De geest van Anil: 'Zijn eigen leven was niet langer een apart verhaal maar onderdeel van een muurschildering waarop medeplichtigen samenkwamen. Patrick zag een wonderbaarlijk nachtelijk web – al die fragmenten van een menselijke orde, iets wat niet werd bestuurd door de familie waaruit hij voortkwam of door de dagelijkse krantenkoppen. Een non op een brug, een waaghals die zonder een borrel niet kon slapen, een actrice die er met een miljonair vandoor ging – het bezinksel en de chaos van het tijdperk kreeg een andere ordening.’

De verdwijntruc die De Engelse patiënt beheerst, heeft alles met oorlogsspionage te maken. De patiënt om wie het gaat en wiens verbrande lijf 'eeuwig stervende’ is, heet Ladislaus de Almásy. Deze geheimzinnige graaf is een Brits opgevoede Hongaar die zijn kennis van de Afrikaanse woestijnen aan de Duitse generaal Rommel heeft doorgegeven en die in 1942 door het geallieerde spionagenet in Cairo uit het oog is verloren. Hij is de doodzieke man die in 1945 door de Canadese verpleegster Hana (in In de huid van een leeuw nog een klein meisje) wordt verzorgd in een half verlaten villa bij Florence. Hij is de in de woestijn neergestorte piloot over wie spion, meesterdief en 'grote verdwijner’ David Caravaggio (in In de huid van een leeuw nog alleen een dief in de nacht) zo zijn vermoedens heeft.

De patiënt zelf, in het boek onzichtbaar gehouden maar in de film pontificaal in beeld gebracht, heeft een dagboek over zijn woestijnreizen naar een verdwenen oase bijgehouden in de kantlijn van een boekdeel van Herodotus’ Historiën. Hij praat slechts over één ding: hoe hij verliefd werd en uit elkaar viel, een geestelijke toestand waaraan veel Ondaatje-personages lijden. Geschiedschrijver Herodotus heeft daar alles mee te maken. Volgens de patiënt was hij een van de weinige woestijnreizigers die van oase naar oase trok en omging met legenden alsof die zaden vormden waaruit hij zonder argwaan een 'mirage’ samenstelde: ’‘Deze geschiedenis,’ zegt Herodotus, ‘heeft van de aanvang af het bijkomstige bij de hoofdzaak gezocht.’ Wat je bij hem vindt zijn cul-de-sacs in de vloedgolf van de geschiedenis – hoe mensen elkaar verraden in het belang van naties, hoe mensen verliefd worden…’

De Italiaanse villa is een door mijnen omgeven knooppunt, een plek waar vier eenzame mensen via verhalen erotische relaties aangaan: de vierde heet Sikh Kirpal Singh (Kip), een bommenexpert. Alle personages bevinden zich op een plek waar ze niet behoren te zijn, en misleiden elkaar met woorden.

De Engelse patiënt is een montage en demontage van mensen, dingen (bommen en mijnen), tijd en geschiedenis. De inleiding tot het uit elkaar vallen en naar andere landen uitwaaieren van het villagezelschap, wordt gevormd door de atoombommen die in augustus 1945 Hirosjima en Nagasaki verwoesten. Die moordwapens versplinteren de 'oude wereld’. Bommenexpert Kip houdt de anderen voor dat een blank land nooit met zulke bommen zou zijn bestookt.



De geschiedenis van De geest van Anil zou je een heimelijke, ondergrondse historie kunnen noemen. De Tamils in het noorden met hun Dravidische taal willen zich afscheiden van het Singalees-boeddhistische deel, terwijl in het zuiden rebellen zich teweerstellen tegen de regering die alle terreurmiddelen inzet om orde en rust te herstellen. Niemand is onschuldig. 'Het laten verdwijnen van lichamen door vuur. Het laten verdwijnen van lichamen in rivieren of de zee. Het verbergen en dan opnieuw begraven van lijken.’ Dat was tien jaar geleden de dagelijkse praktijk op Sri Lanka, een burgeroorlog waaraan het buitenland en de wapen- en drugshandelaren verdienden. Een van de vele vuile oorlogen. 'Het werd duidelijk dat politieke vijanden in het geheim samenwerkten bij financiële wapentransacties. ‘De reden voor oorlog was oorlog.’ Een binnenlandse strijd die niet alleen met ras en politiek te maken had, en heeft, maar ook met verdwazing en geldzucht: ‘De oorlog die als een gif tot zover de bloedbaan was binnengekomen, kon niet naar buiten.’ Iedereen moordde, iedereen had zijn eigen privélegertje.’

Tegen het gewelddadige decor van een angstig, psychotisch, door verdriet neergeslagen en versplinterd land probeert de 33-jarige Anil Trissera, na vijftien jaar weer terug op haar geboorte-eiland, haar werk te doen als gerechtelijk geneeskundige. Samen met de archeoloog Sarath, die een onduidelijke, hoge positie bekleedt dichtbij de regering in Colombo (is hij partijdig of neutraal?), ontdekt zij in het archeologisch reservaat van Bandarawela het skelet van een man die om politieke redenen is vermoord.

Anil, die haar jongensnaam van haar broer heeft overgenomen, probeert achter de logica te komen van het geweld waaraan niemand betekenis kan geven. 'Maar ze besefte dat degenen die geslagen en bezoedeld werden door geweld de kracht van de taal en de logica verloren.’



Michael Ondaatje heeft met De geest van Anil geprobeerd het verlies een naam te geven. Als dat verlies omschreven en benoemd kan worden, zal de rest – de complete lijst van vermisten, vermoorden en andere verdwenen personen – ook een naam hebben gekregen. Dat is de drijfveer van Anils fanatieke zoektocht naar de identiteit van het skelet dat ze bij gebrek aan een duidelijkere naam 'Zeeman’ noemt.

Het mooie van De geest van Anil, een ogenschijnlijke lappendeken van losse verhalen die een steeds hechter netwerk van familiale en erotische relaties vormen en tegen het einde een net worden waarin Anil verstrikt raakt, is dat het puur wetenschappelijke werk van archeologische graafarbeid en de bestudering van botten, hand in hand gaat met het koesteren van mythen en legenden.

De belichaming van die eenheid van verifieerbare feiten en eeuwenlang doorgegeven fictie is de oude, strengwetenschappelijke archeoloog en kenner van inscripties Palipana, een naam die verwijst naar het Mahavamsa, de Ceylonese Pali-geschiedenissen uit de vijfde eeuw. Sarath, de assistent van Anil, heeft bij Palipana, die losstaat van welk belang dan ook, gestudeerd. 'De geschiedenis was altijd aanwezig om hem heen.’ Hij wilde de taal van de historie, de oude inscripties die zich verborgen onder andere teksten tot spreken brengen. Aan het eind van zijn leven trekt hij zich noodgedwongen terug in de natuur. Hij zou een stokoude tekst hebben ontdekt die licht werpt op de politieke toestand 'en de koninklijke maalstroom van het eiland’ in de zesde eeuw. Maar velen geloven dat zijn verklaring een vervalsing is, dat de geheime tekst die hij zogenaamd gereconstrueerd heeft bedrog, fantasie, 'kunst’ is.

Toch blijkt de blind geworden Palipana een ziener als Anil hem de schedel van Zeeman toont. Er treden ook andere zieners op, zoals de ex-mijnwerker, alcoholist, hoofdenboetseerder en ogenschilder Ananda Udugama. Hij boetseert het hoofd van Zeeman, waarna identificatie mogelijk is, met alle gevolgen van dien voor Anil en Sarath. Ananda is de ogenschilder van boeddha’s. Bij het maken van heilige beelden worden de ogen als laatste geschilderd via een spiegel omdat het beeld niet gezien mag worden. 'De ogen zijn het lont.’

Dankzij de waarheid die in botten kan huizen en dankzij legendes vangt Anil een glimp op van iets wat in de ogen van de regering bedekt had moeten blijven. Maar de kunst van het woord, zo lijkt De geest van Anil te willen zeggen, kan nog dieper doordringen in het wezen van de mens dan de wetenschap. Als de mens door verlies en verlangen wordt voortgedreven, volgens de romans van Ondaatje, hoe die emoties dan gevormd, waar zitten die? Ergens in het boek ontspint zich een discussie over de amygdala, de plek in de hersenen waar de angst, de woede, de door oude gewoonten gevormde droomfantasieën zouden zetelen. De amygdala wordt door onze eigen historie gevormd, het is een knoop spieren die bij iedereen anders is.

Het is de speurtocht naar de amygdala, naar het geheim van het menselijk wezen dat telkens weer oorlog voert tegen zichzelf en anderen, die De geest van Anil beheerst. De roman stijgt daardoor ver uit boven een literair verhaal over een verscheurd land en een gespleten bevolking. De drijfveer van de geneeskundige Anil Trissera is de drijfveer achter de roman: 'Ik hou van geschiedenis, de intimiteit van het binnengaan in al die landschappen. Alsof je een droom binnengaat. Iemand duwt een steen opzij en daar heb je een verhaal.’ Dat is De geest van Anil, een roman waarin het allergrootste geheim natuurlijk nooit echt wordt ontsluierd.