Verlangen naar vrijheid

Even konden we aan de vrijheid proeven, maar langer dan twee weken heeft het niet mogen duren. Het kabinet moest toch weer op de rem trappen, nadat het aantal coronabesmettingen was ontploft. Sceptici vonden de plotselinge haast waarmee de regering het gehele openbare leven opende, clubs en festivals incluis, al onverantwoord. Maar het leek of het kabinet net zozeer naar bevrijding snakte als een groot deel van de bevolking. Demissionair minister Grapperhaus ging zelfs zo ver in zijn opluchting dat hij in zingen uitbarstte over het einde van de mondkapjesplicht: ‘Zeg mondkapje waar ga je henen’, op de melodie van het kinderliedje over Roodkapje.

De sceptici hebben gelijk gekregen: het was te vroeg. En trouwens, heel sceptisch hoefde je niet te zijn om zorgen te hebben over de razendsnelle versoepeling van Nederland, sneller dan oorspronkelijk aangekondigd en sneller dan elders in Europa. Ondertussen zijn mensen ‘gewoon niet meer te houden’, merken ze bij de ggd in het Gelderse Warnsveld, waar Coen van de Ven opnieuw een kijkje ging nemen. ‘En dat is niet hun schuld’, zegt arts infectieziekten Ashis Brahma tegen hem, ‘het is een beleidskeuze. De discotheken mochten open en de geest is nu uit de fles: mensen willen vrij zijn.’ Volgens Brahma maken we daarmee wel dezelfde fout als vorig jaar.

Daarbij is de besmettelijkheid van de Delta-variant onderschat en is er geen rekening mee gehouden dat vaccins de verspreiding ervan minder remmen dan bij andere varianten. Tel daar nog bij op dat er in het nachtleven op grote schaal werd gesjoemeld met testbewijzen, waardoor er grote virusexplosies plaatsvonden, en de ramp is compleet. Niet alleen lopen ook veel jongeren kans op nare gevolgen van een coronabesmetting, de long covid – als Engeland, waar de Delta-variant zich eerder verspreidde, ons voorland is, dan volgt er ook weer een toename in de ziekenhuisopnames – het is allemaal na te lezen in het recente stuk dat Jop de Vrieze hierover schreef.

Van de Nederlandse corona-aanpak word je bipolair. Na de overmoedige versoepeling in de zomer van vorig jaar volgde een bezorgd najaar. Na het hortend en stotend op gang komen van de vaccinatiecampagne zit de vaart er nu in en is achterblijver Nederland in de kopgroep beland. Na twee euforische weken is er nu de kater. Het is de regering aan te rekenen dat de aanpak opnieuw zo is ontspoord. Dat wij, en dan met name de jongeren onder ons, naar vrijheid verlangen, is een menselijke, al te menselijke neiging. Het kabinet had behoedzamer moeten zijn en het is terecht dat premier Rutte en minister De Jonge afgelopen maandag hun excuses aanboden voor de gemaakte inschattingsfout – ‘daar balen we van’.

Het is een menselijke, al te menselijke neiging

Die euforie was, als je de Duitse historicus Jürgen Osterhammel mag geloven, hoe dan ook misplaatst. Hij schreef een monumentaal boek over de grote omwentelingen van de negentiende eeuw en gaat daarbij ook in op de rol die pandemieën daarin speelden. De geschiedenis leert, vertelt hij in het Groene-zomernummer, dat pandemieën eerder langzaam uitdoven dan op slag eindigen. ‘Van een bevrijdingsslag was na de Spaanse griep geen sprake’, zegt hij. De roaring twenties waren ook niet het gevolg van het einde van de pandemie.

In de coronacrisis is het voor het eerst dat overheden zulke verregaande maatregelen nemen om een virus de baas te worden. Iedereen heeft gevoeld dat vrijheden werden ingeperkt; sommigen hebben zich daar fel tegen verzet, de meesten verlangden gelaten naar betere tijden. Over dat verlangen gaat ons dubbeldikke zomernummer. Over het verlangen naar bevrijding en vrijheid.

We staan stil bij de vrijheidsdrang uit de jaren zestig, waarbij de rebellen van weleer aangeven geen enkel begrip te hebben voor de coronademonstranten van nu: hun vrijheidsdrang is verkapt egoïsme. ‘Wij willen liefde, wij willen vrijheid, roepen ze en dan dossen ze zich ook nog eens uit als hippies, maar dat is na-aperij, plagiaat met valse bedoelingen’, aldus voormalig provo Roel van Duijn. We spreken vrouwen die zich, net als Lale Gül, losmaakten van een gesloten religieuze gemeenschap en reflecteren op de invulling die Russen aan het begrip vrijheid geven. Jan Postma portretteert Erich Fromm, de denker die nadacht over de vraag waarom de mens ook bang kan zijn voor vrijheid. We schrijven over het verlangen om te verdwijnen, zowel digitaal als in het werkelijke leven. Jaap Tielbeke laat zien dat de beknotting door corona ook zonnige kanten heeft: hij heeft, net als vele anderen, het kijken naar vogels ontdekt.

En we laten de ‘liberale vrijbuiter’ Frits Bolkestein aan het woord, die volmondig toegeeft dat vrijheid voor hem boven alles staat, al vindt hij ook dat in het onderwijs alles op alles moet worden gezet om kansenongelijkheid te verkleinen. Want vrijheid leidt vaak tot ongelijkheid, dat is niet te vermijden. ‘Als mensen vrij zijn gaan ze dingen doen die andere mensen niet leuk vinden. Zoals de Fransen zeggen: “On ne peut pas contenter tout le monde et sa belle-mère.” Of spreekt u geen Frans?’


PS. Het zomernummer biedt leesstof voor twee weken. De volgende Groene verschijnt op 29 juli