Tentoonstelling

Verlate traumaverwerking

TENTOONSTELLING Transit Amsterdam

Duitsers in Nederland, het is altijd een lastig onderwerp geweest, helemaal wanneer het de jaren ’33-’45 betreft. De manier waarop Nederlanders en Duitsers omgingen met deze periode verschilt sterk. Waar de Nederlanders vanaf het begin zelfkritische vragen stelden, en hun fouten openlijk toegaven, verliep dit proces in Duitsland veel trager. Pas nadat er intensief over de daderrol was getwist en de schuld aan de zelfvernietiging was geaccepteerd, was er plaats voor eigen (verlate) traumaverwerking. Eindelijk durfde men het doorstane leed te aanschouwen – steekwoord: het bombardement op Dresden – en kreeg men ook oog voor hoe het de uit Duitsland verdrevenen elders verging.

Het thema ‘ballingschap’ heeft in Duitsland momenteel geen gebrek aan publiciteit. Een recente tentoonstelling in het Monacensia in München, samengesteld door de jonge Klaus Mann-experts Veit Johannes Schmidinger en Wilfried F. Schoeller, koppelt dit aan het minder bekende thema ‘Nederland’. Transit Amsterdam: Duitse kunstenaars in ballingschap tussen 1933 en 1945 vertelt hoe het literatoren, musici en schilders in Nederland verging. Daarbij laten de organisatoren zien geen angst te hebben voor de populaire cultuur uit die tijd. Naast eerste drukken van bekende literaire werken (Konrad Merz, Joseph Roth, Hans Keilson) en foto’s afkomstig van het Niod bevat de tentoonstelling ook operette en schlagermuziek, onderwerpen die lang genegeerd werden in het overwegend op literatuur georiënteerde ballingschaponderzoek. Verder worden er twee films vertoond: een portret van toneelspeler Kurt Gerron en een bruikleen uit het Filmmuseum uit 1947 getiteld LO-LKP (Landelijke Organisatie – Landelijke Knokploegen), oftewel: ‘Het verhaal van ons vaderland in slavernij.’

Het is fascinerend om te zien wat de Duitse kunstenaars in Nederland deden en hoe ze ontvangen werden. Het is tegelijkertijd schokkend om te zien hoe (achter het vreemdelingvriendelijke aangezicht) de Nederlanders het de Duitsers ongelooflijk moeilijk maakten. Met name in de kleinkunst en het entertainment, waar men de artiesten uit Berlijn als geduchte concurrenten beschouwde, werd het de Duitsers steeds lastiger gemaakt een arbeidsvergunning te krijgen. Minstens zo verschrikkelijk is hoe katholieke en protestantse radiozenders joodse muzikanten geen mogelijkheid boden om op te treden. Kern van het probleem was de Nederlandse verzuiling: de joodse vluchtelingen werden niet beschouwd als een maatschappelijke kwestie, maar als een probleem van de joodse gemeenschap. Zo moesten de joden later zelf ook meebetalen aan kamp Westerbork, een gebeurtenis die niet gespeend is van (griezelige) ironie.

De tentoonstelling (en het lezenswaardige boek dat haar vergezelt) is niet beschuldigend van toon. Toch was de Nederlandse consul bij de opening geïrriteerd over één van de bordjes met de tekst: ‘Het verweer van de Nederlanders tegen de Duitsers was gering in vergelijking met andere landen en bestond voornamelijk uit passieve weigering.’ Deze onderwerping paste volgens de consul niet in hoe Nederlanders in het buitenland graag gezien willen worden. Het moest uit het persmateriaal verwijderd worden.

Misschien komt deze tentoonstelling in 2008 naar het Letterkundig Museum. Het zou mooi zijn als het begeleidende boek dan ook in Nederland verschijnt, evenals Katja B. Zaichs Ik vraag dringend om een happy end, dat dezelfde kleinkunstenaars behandelt als het _Transit-_boek. Of de publicatie van dat laatste boek tot nu toe schipbreuk leed omdat er ook kritische opmerkingen over de Nederlander in staan blijft de vraag. Het zou zijn imago in ieder geval geen kwaad doen wanneer hij wat losser om zou leren gaan met de minder sympathieke details uit de bezettingstijd, ook al is het niet gemakkelijk zulke kritiek uitgerekend van Duitsers te horen.

Transit Amsterdam: Duitse kunstenaars in ballingschap tussen 1933 en 1945. Tot 26 oktober te zien in Monacensia, München