Popmuziek: Beth Hart

Verlaten kroegsfeer

Beth Hart © Wikimedia Commons

Onvergetelijk beeld: Beth Hart op Paaspop in Schijndel, 2013. Ze is de afsluiter in de enorme Apollo-tent, na middernacht. Het is koud, het heeft geregend. Een groot deel van het publiek is naar huis, de overblijvers staan verkleumd verspreid over de voor nog geen vijfde deel gevulde tent, een kleine groep fanatieke Hart-fans vooraan bij het enorme podium. En Hart geef ze alles. Speelt ‘LA Song’ achter de piano vanuit haar tenen, zet ‘Spirit of God’ in alsof de tent tot de haringen is gevuld met dolenthousiaste fans, in plaats van deze mismatch tussen gebeurtenis en tijdstip.

Hart verkoopt inmiddels de Ziggo Dome uit, maar ze komt van ver, in menig opzicht. Ze heeft dus de mentaliteit van een podiumbeest, onder elke omstandigheid, en de blues van het leven ademt door in haar teksten: op de hoes van haar nieuwe album War in My Mind hangt er een zware donderwolk boven haar piano. De mooiste nummers zijn die waarin ze precies daar zit, op de pianokruk. Neem het ‘Without Words in The Way’, ingeleid door een donkerbruin diepe bas, voordat Hart de piano en haar blues voor de verlatenen inzet. Korte zinnen, weinig woorden, eenvoudig rijm, en veel ruimte voor de verlaten kroegsfeer van haar piano: ‘I hold my head high/ God knows that I try/ I’m a fool and fools don’t cry/ Like a well with no spring/ I’m a song that don’t sing/ I’m a throne without a king/ I wish I knew how to pray/ Without words in the way.’

Dramatischer opgezet, bombastischer zelfs vanwege die vol-op-het-orgel gospel, maar eveneens prachtig in al zijn meeslepende zelfhulp: ‘Let It Grow’. Swingen doet Hart in ‘Try a Little Harder’, een ode aan de Vegas-gokker, zoals haar eigen vader in de jaren zeventig. Het is een onderwerp waar clichés als vanzelf naartoe trekken, maar Hart is niet bang voor clichés, ze omhelst ze soms zelfs. Het heeft in het verleden wat al te eenduidige teksten opgeleverd, en ook op dit album enige oubolligheid (‘Spanish Lullabies’), maar vaker leidt het tot spannende invalshoeken.

Neem het rockende ‘Sugar Shack’: de jaren tachtig spatten ervan af, het smacht bijna naar synthesizers en galm. Beiden ontbreken uiteraard, het muzikale idioom van Hart grijpt verder terug in de tijd. Het hunkerende ‘Rub Me for Luck’ is zelfs een regelrechte ode aan Shirley Bassey. Typisch Hart is ‘Thankful’, een gedragen, stichtelijke pianoballade, die bij anderen een frontale aanval op het glazuur waren geweest. Dankbaar immers de titel, dankbaar de tekst, dankbaarheid benadrukt het arrangement, en dankbaar de gedragen finale, net nadat de drummer invalt. Maar bij Hart waait er precies de dosis blues doorheen die het uit Vegas houdt, en veel dichterbij Memphis en New Orleans brengt.


Beth Hart, War in My Mind. Beth Hart staat 29 (solo) en 30 (met band) november in de AFAS Live