Verleid door Hitler

Günter Grass
Beim Häuten der Zwiebel
Steidl, 479 blz., euro 24,

Denk je alles over Günter Grass te weten, nadat enkele jaren geleden een uitgebreide biografie is verschenen, en dan komt deze hoogst onaangename verrassing. Het Duitse literaire idool, de onvermoeibare strijder voor vrede en verzoening en geëngageerde sociaal-democraat was aan het eind van de oorlog niet gewoon soldaat, maar lid van de Waffen-SS. De man die na 1945 behoorde tot de jonge Duitse schrijvers die al vrij snel over het nazi-verleden en de oorlog gingen schrijven en zich keerden tegen de gangbare praktijk van verdringen, verzwijgen en vergeten, heeft zelf jarenlang zijn mond gehouden.

In zijn romans als Die Blechtrommel en Hundejahre heeft hij wel geput uit indrukken, ervaringen en belevenissen uit zijn jeugd in Danzig (nu het Poolse Gdansk), maar deze literaire werken onthulden niets over Grass zelf, die bij het uitbreken van de oorlog in september 1939 bijna twaalf jaar oud was en in mei 1945 nog altijd niet volwassen was.

Direct na het bekend worden van het kortstondige lidmaatschap van de Waffen-SS werd alom de vraag gesteld waarom de schrijver daarover zo lang heeft gezwegen. Grass zelf heeft geantwoord dat hij hierover slechts kon schrijven als onderdeel van zijn autobiografie en dat hij deze autobiografie pas heeft kunnen schrijven als oude man van bijna 79 jaar, die de dood naderbij ziet komen. Schaamte deed hem zo lang zwijgen.

Beim Häuten der Zwiebel heet deze autobiografie, waarin Grass zijn geheugen ziet als een ui die gepeld moet worden om zo schil na schil te komen bij de herinneringen aan zijn jeugd. Het is een pijnlijk proces. De jongen uit de Labesweg in Danzig-Langfuhr is hem tamelijk vreemd geworden; hij schrijft over hem regelmatig in de derde persoon enkelvoud. Maar bovenal staan op de schillen van de ui woorden gekerfd als schande, schaamte en schuld.

Het eerste deel van de autobiografie is in feite een bekentenis, een biecht, waarbij het niet in eerste instantie om de Waffen-SS gaat. Veeleer wil Grass rekenschap afleggen van zijn jeugdige domheid en verblinding. Als lid van Jungvolk en Hitlerjugend was hij een jonge nazi, niet fanatiek in de eerste rij, eerder een meeloper, maar wel schuldig omdat hij nooit vragen stelde, nooit vroeg: waarom?

Terwijl daartoe toch aanleiding genoeg was. Zo werd kort na het uitbreken van de oorlog, toen de vrijstaat Danzig werd bezet en bij nazi-Duitsland werd ingelijfd, oom Franz standrechterlijk geëxecuteerd. Oom Franz behoorde tot de Kasjoebische familie van moeder Grass en was postbode bij de Poolse post. Hij verdedigde met andere Polen het postkantoor in de binnenstad van Danzig tegen het Duitse leger. Nadat oom Franz was doodgeschoten, werd in het gezin Grass niet meer over hem gesproken en Günter en zijn zusje mochten niet meer met zijn kinderen spelen.

Vragen werden er evenmin gesteld toen een schoolkameraad, die meer wist dan in nazi-Duitsland was toegestaan, plotseling verdween en een leraar, tevens priester, naar het concentratiekamp Stutthof werd gebracht. Nieuwsgierig had de elfjarige jongen toegekeken, toen in november 1938 de synagoge van Langfuhr door een horde SA-mannen werd verwoest. Grass schrijft: «Hoe ijverig ik ook in het loof van mijn herinneringen por, er is niets dat in mijn voordeel spreekt. Klaarblijkelijk werden mijn kinderjaren door geen twijfel vertroebeld.» De tiener, zo schrijft hij, was blind voor het onrecht dat dagelijks om hem heen geschiedde.

De knaap geloofde stellig in Hitler en wel tot het einde toe. Verzachtende omstandigheden waren er niet. Grass: «Om de jongen en dus mij te ontlasten kan niet eens worden gezegd: men heeft ons verleid! Nee, we hebben ons, ik heb me laten verleiden.»

Het woord Waffen-SS valt pas op pagina 126, nadat Grass eerst de vraag heeft onderzocht waarom de vijftienjarige teenager zich midden in de oorlog vrijwillig meldde voor dienst op een onderzeeër. Weggaan uit de bekrompenheid van de ouderlijke tweekamerwoning zonder eigen wc (maar wel met een kleine kruidenierswinkel) en oorlogsheldendom waren kennelijk zijn belangrijkste drijfveren. Maar bij de marine werden geen rekruten meer aangenomen en dus kreeg de jonge Grass in het najaar van 1944 een oproep zich te melden bij een tankdivisie van de Waffen-SS.

Grass vindt het nu verschrikkelijk om die dubbele S te moeten opschrijven, destijds was er niets dat ontsteltenis wekte. Maar na de oorlog weigerde hij zijn lidmaatschap toe te geven: «Wat ik met de domme trots van mijn jonge jaren had aanvaard, wilde ik na de oorlog uit gegroeide schaamte geheim houden.»

Wellicht heeft Grass gedacht dat zes maanden Waffen-SS ruimschoots werden goedgemaakt door jarenlang voorbeeldig literair werk en inzet voor Willy Brandts spd. Bovendien was hij niet betrokken bij oorlogsmisdaden en had hij zich in die laatste maanden van de oorlog gedragen zoals elke gewone soldaat in het oosten. Die moest zien te ontkomen aan het oprukkende Rode Leger en overleven. Daarbij was Grass zo bang dat hij het bij de eerste Russische beschieting in zijn broek deed.

Hij geeft nu toe dat dit zwijgen hem niet heeft geholpen. De schaamte bleef knagen.

De jonge Grass wilde ook in Amerikaanse krijgsgevangenschap aanvankelijk niet geloven dat de nazi’s gruwelijke misdaden hadden gepleegd. Foto’s van concentratiekampen en een bezoek aan Dachau werden afgedaan als propaganda. Pas toen voor het tribunaal van Neurenberg in 1946 Baldur von Schirach, chef van de Hitlerjugend, bekende geweten te hebben van de massamoord op de joden begon de jonge Grass de ware aard van het nazi-regime te erkennen: «Er verstreek tijd tot ik bij vlagen begreep en aarzelend toegaf dat ik zonder het te weten of, preciezer, zonder het te willen weten, had deelgenomen aan een misdaad die met de jaren niet kleiner werd, niet wil verjaren en waaronder ik nog altijd lijd.»

In zijn autobiografie thematiseert Grass ook de betrouwbaarheid van het geheugen. Herinneringen moeten op hun waarheidsgehalte worden onderzocht. Waar houdt de waarheid op en begint de verbeelding? Vooral bij Grass is dat lastig, want hij heeft eerst van de werkelijkheid literatuur gemaakt om nu in Beim Häuten der Zwiebel terug te keren naar de werkelijkheid. Het is niet helemaal fair Grass te verwijten dat zijn herinneringen vaag zijn, of onvolledig. Hij geeft immers toe dat zijn geheugen gaten vertoont en de beelden in zijn hoofd soms onderbelicht zijn. Men zou de schrijver eerder kunnen verwijten dat hij ook in zijn autobiografie het spel met Dichtung und Wahrheit niet heeft kunnen laten. Zo suggereert hij sterk dat zijn katholieke Kumpel Jozef uit het Beierse Altötting, met wie hij in een Amerikaans krijgsgevangenkamp dobbelde en over God en de wereld sprak, de huidige paus Benedictus XVI is. En na de mededeling dat hij kort na de oorlog met Louis Armstrong in een kelderrestaurant in Düsseldorf enkele gelukkige uren lang jazz heeft gespeeld, vraagt hij zichzelf af of dit wel waar is geweest.

De autobiografie loopt tot het najaar van 1959, tot zijn literaire doorbraak met Die Blechtrommel. Het deel over de naoorlogse jaren heeft iets van een zoektocht, naar zichzelf, naar oude vrienden die er niet meer zijn, zijn overleden ouders, vergane liefdes. De jonge Grass wil kunstenaar worden, beeldhouwer en tekenaar, maar zijn eigenlijke bestemming wordt dan toch de literatuur, al blijft hij de beeldende kunst trouw. Ook in de autobiografie vindt de lezer steenrode tekeningen van een ui die steeds verder wordt afgepeld.

Het is om meer redenen de moeite waard dit boek te lezen. Ten eerste is Grass een schrijver die meesterlijk met taal kan omgaan. Ten tweede laat Grass, de Nobelprijswinnaar, zien dat hij ook maar een gewone sterveling is, die net als zo veel jonge Duitsers die opgroeiden in een nazi-milieu een meeloper werd, niets wilde weten van de gruwelen om hem heen en zweeg. Dat Grass zich later tegen dit nazi-verleden heeft gekeerd, uit dit verleden consequenties heeft getrokken en duidelijke woorden heeft gesproken over Duitse schuld en verantwoordelijkheid, mag bij het lezen van dit boek niet worden vergeten. Ten derde is dit wellicht zijn laatste boek. Want wat was een van de redenen om over zijn jeugd te schrijven? «Omdat ik het laatste woord wil hebben.»