Film

Verleidelijke wereld

Film: The Life Aquatic with Steve Zissou van Wes Anderson

The Life Aquatic with Steve Zissou is een glorieuze film, anarchistisch van begin tot eind, zichzelf wentelend in het plezier dat men duidelijk had in het maken ervan. Het middelpunt is oceanograaf Steve Zissou (Bill Murray) en zijn team. Wanneer een goede vriend van Steve wordt opgegeten door een «jaguarhaai» zweert hij wraak. Maar dan verschijnt onverwacht zijn zoon Ned (Owen Wilson). Ook dagen op: een zwangere journalist (Cate Blanchett) en Eleanor (Anjelica Huston), Steve’s vrouw. Allerlei intriges ontwikkelen zich op de open zee tijdens de speurtocht naar het mysterieuze zeemonster.

De film draait door als een tol, met een wirwar aan stijlen en thema’s, van komedie tot avonturenverhaal, van tragedie tot actie thriller, met James Bond, Jules Verne, Herman Melville en David Bowie als Ziggy Stardust (in het Portugees) als exotische referenties. Telkens dreigt regisseur Wes Anderson, die eerder Rushmore (1998) en The Royal Tenenbaums (2001) maakte, de controle over de verschillende elementen kwijt te raken. Maar juist aan deze chaos ontleent de film zijn charme.

Een samenbindende factor is de zelfbewuste kruisbestuiving die plaatsvindt tussen de werelden van feit en fictie. Zo doet Life Aquatic denken aan een andere film die op dezelfde wijze de interactie verbeeldt tussen echte en verzonnen realiteiten: Le Magnifique (1974) van Philippe de Broca, waarin Jean-Paul Belmondo de rol speelt van een pulpschrijver die geheel opgaat in de gedroomde werelden van zijn eigen spionageromans. De film begint met echte achtervolgingsscènes waarin Belmondo als «geheim agent» strijdt tegen slechteriken. Als een vuurgevecht op een verlaten strand zijn hoogtepunt bereikt, zien wij opeens een oud vrouwtje met een stofzuiger. Zij loopt op het strand tussen vliegende kogels en stervende boeven door. Het is de huishoudster van Belmondo, die zijn appartement komt schoonmaken terwijl hij schrijft.

Een soortgelijk mechanisme ligt ten grondslag aan Life Aquatic. Steve Zissou is een Jacques Cousteau-achtig figuur, maar de suggestie is dat hij weinig wetenschappelijke kennis bezit. Hem gaat het om de films die hij maakt over zijn avonturen op zee. Dit zijn geen gortdroge natuurdocumentaires, maar spannende verhalen waarin de interactie tussen de teamleden, die een surrogaatfamilie vormen, belangrijker is dan maritieme verschijningen. Net als het Belmondo-personage in De Broca’s film is Steve de auteur van de artificiële wereld waarin hij zich bevindt. Dan weer is hij een James Bond die een reddingspoging uitvoert, dan weer een Kapitein Nemo tussen onmogelijke, oranjekleurige vissen.

Om vorm te geven aan deze speciale wereld is de film grotendeels gedraaid in de Italiaanse Cinecitta Studios, de oude speeltuin van Federico Fellini, die daar onder meer zijn prachtige E la nave va (1983) maakte. Life Aquatic speelt zich net als E la nave va af op een schip. Dat is geen toeval. Beide films benadrukken de artificiële aard van de werkelijkheid én van het cinematografische proces.

Onderliggend aan dit alles is de thematiek van een man die op een dood spoor is beland in zijn werk en leven. Als dit al te zoet overkomt, en als het bombardement van ontwijkende metaforen een aardverschuiving in het hoofd van de kijker dreigt te veroorzaken, dan geeft dat niet. De wereld die Anderson en zijn acteurs creëren, is niet onderworpen aan wetmatigheden. Het is een losgeslagen wereld, een verleidelijke wereld, zodat de kijker er zich makkelijk in kan verliezen, wil verliezen, net als Belmondo de pulpauteur die op een gegeven moment niet meer weet waar hij is terwijl hij schrijft. Dat weten wij ook niet tijdens het zien van Life Aquatic. En als je in deze film een «jaguarhaai» tegenkomt, of vreemd springende zwarte kikkers, of een zeepaardje dat in z’n eentje danst op het grote cinemascoopscherm, dan kijk je daar geen seconde van op.

Te zien vanaf 3 maart