Verlekkerd aan de knoppen

Nina Polak zette me met haar eerste zin voor het blok. Dat wordt puzzelen, dacht ik.

Medium polak   we zullen niet te pletter slaan

‘Hun moeder verliet hun moeder op de dag dat de nieuwe keuken arriveerde.’ Hoe zit dit? Ik ga het niet uitleggen, maar het klopt allemaal, een beetje doorlezen en dan snap je het. De schrijfster geeft in deze roman twee enigszins naïeve, altijd in de grond lieve, maar onhandige jongvolwassenen volop de ruimte. Hoe ze zich staande houden, waar ze naar verlangen, wat ze willen betekenen. Een klassieke _coming of age-_roman dus. Polak zet ons kleine en grote geschiedenissen voor, zonder dat het allemaal te nadrukkelijk naar een of ander goed of slecht einde gaat. Die merkwaardige moeders van de beginzin komen in beeld, een rare kunstenaar die zichzelf in vrouwenkleren hult, een mooie oude hond, kortom vreemde vogels van allerlei pluimage. Dit boek is een caleidoscoop van mensen die niet bij de pakken neerzetten, die zich staande proberen te houden in het ‘moderne leven’.

Polak zorgde ervoor dat haar verteller de wind er stevig onder houdt. Wie is die verteller? Polak zelf? Het staat nergens, maar het voelt wel zo. Het is een alwetende kijker en beschrijver die af en toe in de koppen van de personages kruipt en dan van binnenuit hun denk- en kijkwerelden aan ons toont. Laten we zeggen dat de verteller een Polak-kloon is. Ze bemoeit zich geen moment met de gebeurtenissen, ze ziet het allemaal van een afstandje gebeuren en probeert geen morele lessen op ons of haar personages los te laten. Kijk, zo gaat het. Kijk, hoe ze in het hoofd van Schard kruipt wanneer die de kamer van zijn zusje Anna ziet: ‘De orde in de kamer is aandoenlijk. Schard neemt een van de gebreide apen in zijn hand die rechtop op Anna’s strakgetrokken bed zitten. In de vensterbank staan geplukte bloemen in een vaasje. Boven de opgeruimde tekentafel hangen in rechte rijen grafische affiches, perfect gecomponeerd. Voornamelijk haar eeuwige superhelden met hun transvormen.’

Medium nina polak c sacha de boer 2013

Dit is rustig, klassiek schrijfwerk, maar je moet het niet onderschatten. Polak schrijft bijvoorbeeld nergens dat Anna een keurig meisje is dat haar leven liefst langs keurige lijnen ordent. Ze laat het Anna’s broer Schard zo ‘zien’, hij ziet zijn zusje in die netjes geordende kamer. Maar klopt zijn beeld? Ziet hij Anna wel goed? Geen sprake van, ze heeft haar zaakjes totaal niet voor elkaar, weten we al lang, ze laat zich (te veel) beïnvloeden door de vage kunstenaar Manu en weet nauwelijks raad met haar aanwakkerende seksualiteit. Die Schard is in de roman een warhoofd, die graag in zeven sloten tegelijk loopt en zich laat leiden door een vaag maar aandoenlijk idealisme. Ook van en over Schard komen we onbetrouwbare beschrijvingen tegen. Polak beschouwt haar personages niet als een invuloefening, je moet als lezer je eigen ‘Anna’ en ‘Schard’ samenstellen. Dat laat deze roman uitstijgen boven de gebruikelijke ontwikkelingsroman met een al of niet ‘happy end’.

‘Wollen apen, strakke lakens, pastelluchten, perzikwolken, zeep­water, geurboeketjes, vochtvreters, pleeverfrissers’

Vooral in het begin zoekt Polak het in een opvallende, zwierige stijl. Ze houdt van plezier maken met zinnen. Ze houdt ervan allerlei onbenulligheden zo fijn mogelijk voor ons uit te stallen. Weg met het gewone schrijven, je ziet het haar denken. Als Anna een kater heeft schrijft Polak: ‘De rum tikt tegen haar slapen.’ En verderop over een oude huisgenoot: ‘Freek is door en door rechtschapen en het trekt hem krom.’ Ze zoekt naar het bijzondere van een zin. Ze houdt van minutieuze beschrijvingen en is daar mooi zorgvuldig in, ze vindt het gewoon lekker. ‘Hij pakt een punt van haar dekbed, drukt het tegen zijn gezicht, snuift. Perzik, bronwater, savon de Marseille. Zo ver kantelt hij zijn hoofd dat zijn kruin het matras raakt en hij omgekeerd de wolken kan zien drijven, zulke schaapachtige wolken. Alles is onschuldig onder deze koepel. Of in ontkenning. Wollen apen, strakke lakens, pastelluchten, perzikwolken, zeepwater, geurboeketjes, vochtvreters, pleeverfrissers, puppypleepapier, tovertandpasta, smoelendoekjes, Forest Fresh, formaldehyde.’ Oef, ja, ja, je ziet het voor je en als je iets bij een boek ziet, dan heb je literatuur.

Deze roman is op z’n sterkst wanneer hij op gang moet komen. In de beschrijvingen, de kleine situaties, de schetsen van kamers, de mensen, de gesprekken, de voorzichtige puberbeschouwingen van de twee hoofdpersonages. Wanneer de caleidoscoop nog draait en draait en Polak verlekkerd aan de knoppen zit. Van mij mocht dat wel langer duren, want toen de trein eenmaal vertrokken was en er dus met alle zo zorgvuldig uitgestalde ingrediënten een verhaal moest worden afgerond begon ik mijn aandacht wat te verliezen. De verwikkelingen in India rondom idealisme, het kunstenaarschap van Manu, de twee moeders die uit elkaar gaan, dat kon me allemaal minder schelen. Dat moeten ze allemaal zelf weten, voelde ik me denken. Ik verlang niet naar dat soort verhalen, want die heb ik al gelezen, dus het ligt aan mij. Ik begrijp wel dat het er in een roman van moet komen.

Ik verlang naar zingeknisper, zinpret, hoofden in de wolken en rare beschrijvingen van balkons en autowegen. Dat komt er tegen het einde minder van, misschien vond Polak het wel genoeg. Dan komen er van die zinnen met schuldgevoel erin, met verantwoordelijkheid naar de ander, met van die zinnen over lesbisch zijn of niet en met meer van dit soort voorspelbaarheden. Meer van die De wereld draait door-zinnen. Maar dat is alleen tegen het einde, daar trek ik me verder niks van aan, dat is niet blijven hangen. Die Anna en die Schard, ja, mooi gezien allemaal, mooi voorzichtig neergezet. Ik zie ze voor me.


Nina Polak - We zullen niet te pletter slaan. Prometheus, 261 blz., € 18,90.

Beeld: Nina Polak - dit is rustig, klassiek schrijfwerk (Sascha de Boer).