Verlekkerde inkijkjes

Net als in Alles wat er was (2013), haar vorige roman, verplaatst Hanna Bervoets ons in Efter naar een niet al te verre toekomst. Startpunt was ongetwijfeld het handboek voor psychologen en psychiaters Diagnostical and Statistical Manual of Mental Disorders (in 2013 verscheen de vijfde editie) waarin alle mentale aandoeningen zijn beschreven en gecatalogiseerd.

Een fijn boek, ik blader regelmatig in mijn vierde editie (uit 2000), bestudeer de rare gevallen, hoop er zelf niet al te vaak last van te krijgen en maak er af en toe gebruik van in recensies en beschouwingen. Leed Madame Bovary aan ‘Bipolar II disorder’? Had Hemingway last van ‘Major Depressive Episodes (bde)’? Bervoets’ startvraag bij haar roman luidde: waarom staat ‘verliefdheid’ niet in dit handboek? Want hoe je het wendt of keert: symptomen van verliefdheid lijken verdacht veel op die van een ondraaglijke neurose. De hele dag aan één ding denken, de werkelijkheid uit het oog verliezen, jezelf verwaarlozen, in jezelf praten, onvoorspelbaar gedrag et cetera. Dit triggerde Bervoets tot deze ingenieuze, zowel geestige als ook tragische roman.

Medium bervoets 2c hanna c2 aerdepuy1

Uitgangspunt: stel je voor dat verliefdheid in een niet eens zo verre toekomst in het DSM-_handboek als een _Love Addiction Disorder (lad) staat beschreven, met als kenmerken: ‘*Aanhoudende hunkering (verstoring dopaminecircuits), *Stemmingswisselingen (afwijkingen hormonaal evenwicht), *Verstoorde realiteitsbeleving (verminderd functioneren prefontale cortex), *Obsessief compulsieve gedachten en/of handelingen (verlaagd serotonineniveau)’. Ze neemt ons dus mee de wereld in waar Dick Swaab ons in We zijn ons brein (2011) alvast genadeloos op voorbereidde. Verliefdheid als medisch/hormonaal probleem waar je via de juiste pil gemakkelijk van kunt genezen. Of er juist ernstiger last van kunt krijgen.

Bervoets leefde zich in, verlekkerd geeft ze in haar roman inkijkjes in een wereld waar afkickcentra voor verliefden een grote rol spelen, waar niets vermoedende proefkonijnen het middel ‘Efter’ toegediend krijgen en waarin de maatschappij steeds verder wegzakt in hopeloze verzakelijking en niets ontziende geldzucht. Ik chargeer het hier, Bervoets is er niet de schrijver naar om dit soort grote woorden te gebruiken. Liever laat ze haar figuren om elkaar cirkelen en elkaar beloeren op nuttigheid en bruikbaarheid en elkaar beoordelen in rationalisaties.

Voortdurend beredeneren ze hun gedrag. Neem bijvoorbeeld ene Pete, die een ontmoeting met Laura (ze is onderzoeksjournaliste) als volgt waarneemt: ‘Laura lijkt zijn gebaar te willen beantwoorden maar bedenkt zich, drukt haar jas weer tegen zich aan. Functionele distantiëring: afstand bewaren om autonomie te benadrukken.’ Of deze, wanneer Pete zijn concurrent Robert ziet staan: ‘Het spotlighteffect: mensen die alleen staan denken vaak dat iedereen op hen let.’ Fraaie waarnemingen! Bervoets is er ijzersterk in, en ze creëert er in haar roman doelbewust een ijzige sfeer mee die me niet in mijn koude kleren ging zitten. Een beetje grinniken moest ik ook omdat de schrijfster er plezier in heeft mensen onverbloemd neer te zetten met al hun hang-ups, zwakheden, gedoe en sociale prietpraat, zonder dat je overigens het idee hebt dat ze op hen neerkijkt. Ze is hyperreflectief, ze ziet zichzelf in alle figuren, ze leeft zich zowel in in een slachtoffer van de medische industrie (haar personage Fajah Rizzo is adembenemend) als in manipulatoren van de verliefdheidsindustrie die alle menselijke verhoudingen uitdrukken in ruil en vastgelegde taken.

Hanna Bervoets spot graag met relationeel gezwatel en geprietpraat

De roman staat bol van treffende rationalisaties: ‘(Jongen kijkt naar de borsten van het meisje en blijft kijken, tot hij zeker weet dat het meisje hem heeft zien kijken)’. Of deze: ‘Denken aan wat je niet hebt wanneer je weet dat je het nooit zult krijgen, dat is zelfgekozen leed. Waarom mensen dát blijven doen, begrijpt hij niet.’ Bervoets grossiert in uiterst spitse, puntige formuleringen, bij de volgende heb ik keihard gelachen: ‘De kip smaakt naar paté dus misschien is het eend.’ Maar er is heel wat meer. ‘En dat spontane vindt hij zeker weten het leukst aan haar. Dat vindt iedereen het leukst aan haar. Of nou ja: iedereen die haar leuk vindt.’ Bervoets in optima forma.

Is dit ironie, of zelfs cynisme? Wel een beetje natuurlijk, Bervoets spot ook in deze roman graag met wat er zoal aan relationeel gezwatel en geprietpraat op pleinen, in bussen en cafés te horen is. (‘Want van iemand houden is eigenlijk niets anders dan ervan houden dat iemand van jóú houdt, toch?’) Ik vermaakte me prima met deze oneliners die ze als sterretjes in haar proza strooit.

Tegelijkertijd bevat deze roman een scherpe aanval op de medische industrie, zonder dat alleen de bazen daarvan de schuld krijgen, dat weten we nu wel. Bervoets zocht het in andere zaken, in haar vernuftige proza, haar grinnikende zinnen en peinzende rationalisaties. En in haar beschrijvingen van liefdestherapieën en medische congressen rondom lad. Tegen het einde wil ze haar verhaal, dat op zich boeiend genoeg is, van allerlei toegevoegde uitleg voorzien. Was het nodig? Ik had het idee van niet, het werd er niet overzichtelijker op. Maar al met al daalde in dit boek een deken van melancholie op me neer. Zou het nu al zo erg zijn? Met mij ook? Wordt het tijd dat ik Efter ga slikken? Zijn die pillen al verkrijgbaar? Of moeten ze verboden worden?


Medium boekbervoets efter

Hanna Bervoets: Efter_. Atlas Contact, 312 blz., € 19,99; e-book, € 14,99_


Beeld: Hanna Bervoets. Hyperreflectief(Robin de Puy)