Thomas Hobbes De huisleraar

Verlicht aristocratisch

Thomas Hobbes woonde een groot deel van zijn leven bij de aristocratische Devonshires, als leraar en huisvriend.

Er ging eerder dit jaar een kleine schok door aristocratisch Engeland. Peregrine Cavendish, de Twaalfde Hertog van Devonshire, zei te overwegen zijn titel op te geven wanneer de regering het House of Lords definitief opheft. Collega-aristocraten schreven dat het opgeven van het hertogdom zal betekenen dat de geest uit Chatsworth, het Elizabethaanse landgoed van de Devonshires, zal verdwijnen. Het belangrijkste tegenargument werd niet genoemd: als de hertog zijn titel opgeeft, gaat de navelstreng verloren tussen het heden en Thomas Hobbes. De grondlegger van de moderne politieke theorie woonde een groot deel van zijn leven bij de Devonshires, wier leraar en huisvriend hij was.
De twintigjarige Thomas Hobbes, zoon van een pastoor, kreeg na zijn studie in de klassieken op Magdalen, Oxford, een bijzondere betrekking aangeboden. Zijn Master bracht hem in contact met William Cavendish, de Eerste Graaf van Devonshire (in 1694 zou het een hertogdom worden), die een leraar voor zijn oudste zoon zocht, de achttienjarige William jr. Zijn voorkeur ging uit naar een leeftijdgenoot, zodat deze behalve als leraar ook kon dienen als page. Dit was het begin van een levenslang patronage. Chatsworth, waar enkele decennia eerder Maria I van Schotland gevangen had gezeten, werd zijn nieuwe huis, waar, zo dichtte hij kort voor zijn dood in het speelse The Verse Life, ‘I most pleasantly my Days did spend/ Thus Youth Tutor’d a Youth; for he was still/ Under Command, and at his father’s will: Serv’d him full twenty years, who prov’d to be/ Not a Lord only, but a Friend of mine.’
In 1610 begonnen de twee jongemannen een vijf jaar durende Grand Tour op het Continent, in het bijzonder Frankrijk en Italië. Hobbes leerde er Frans en Italiaans, maar leerde vooral dat de scholastische filosofie had plaatsgemaakt voor een wetenschappelijke benadering. Dit zou zijn latere werk beïnvloeden. Hobbes was ondertussen zeer tevreden over zijn leerling en droeg zijn Thucydides-vertaling aan hem op. Een ander soort inspiratie ging uit van de reis die Hobbes, William en enkele vrienden in de zomer van 1626 maakten. Ze trokken door het heuvelachtige Jane Eyre-landschap waar Chatsworth ligt. Hobbes legde zijn ervaringen neer in het gedicht De Mirabilibus Pecci: Being the Wonders of the Peak in Darby-shire, dat hij in het Latijn publiceerde. Dat Hobbes decennialang wachtte met de Engelse vertaling kwam waarschijnlijk doordat hij zich een beetje schaamde voor de tekst, waarin de heuvels en bergen niet alleen met het Alpenlandschap worden vergeleken, maar ook met de vrouwelijke anatomie. Veel persoonlijke informatie zit er niet in het gedicht, maar des te meer lyrische beschrijvingen van één der wonderen. Het gedicht was het enige boek van Hobbes in Isaac Newtons bibliotheek en inspireerde Daniel Defoe tot bezoeken aan het gebied.
Groot was Hobbes’ verdriet toen William in 1628 aan de pest overleed, twee jaar na de dood van zijn vader. Hij bleef nog even op Chatsworth, maar zijn diensten waren niet meer nodig. Bovendien had de ontroostbare Hobbes afleiding nodig. 'I left my pleasant Mansion, went away’, schreef Hobbes: 'To Paris, and there eighteen Months did stay.’ Na zijn eerste Parijse tijd werd Hobbes teruggeroepen door de Devonshires om de oudste zoon van zijn leerling les te geven, de toen dertienjarige William. Hij bracht hem Grieks, Latijn en wiskunde bij, alsmede het schrijven van brieven. Ook met deze William maakte hij een Europese rondreis, wat voor Hobbes een nieuwe filosofische ontdekkingstocht betekende. 'Whether on Horse, in Coach, or Ship, still I/ Was most Intent on my Philosophy/ One only thing I'th’ World seem’d true to me.’ In Florence ontmoette hij Galilei en in Parijs mengde hij zich in filosofisch-wetenschappelijke salons.
Bij zijn terugkeer bleek Engeland langzaam maar zeker het toneel te worden van een burgeroorlog tussen de koningsgezinden en de Cromwellianen. Na de onthoofding van koning Charles I vluchtte Hobbes, een monarchist, naar Parijs. Behalve aan een polemiek met René Descartes werkte hij daar aan zijn De Cive, de opmaat voor Leviathan. Hij droeg het boek op aan zijn leerling. Over zijn politieke theorie zou hij met iedereen ruzie krijgen. Monarchisten vonden Hobbes te sceptisch, republikeinen zagen in hem een monarchist en de katholieken waren zo getergd dat hij Parijs weer verruilde voor Londen. Hobbes kreeg een pensioen van de vrijgevige Charles II en bracht zijn oude dag door op Chatsworth, waar hij tenniste, pijp rookte en zong, mits er niemand in de buurt was. Hij stierf op 91-jarige leeftijd en werd begraven op het kerkhof van Ault Hucknall, te midden van de Devonshires.
Terwijl Hobbes’ ideeën de moderne natiestaat zouden vormgeven, bleven de Devonshires een prominente rol spelen in de contemporaine Britse geschiedenis. Diverse hertogen bekleedden politieke functies en het zware leven van Georgiana Cavendish, de Vijfde Hertogin (en afkomstig uit dezelfde familie als prinses Diana), was het onderwerp van de film The Duchess, met in de hoofdrol Keira Knightley. In de twintigste eeuw raakten de protestante Devonshires verbonden met de katholieke Kennedy’s, middels het omstreden huwelijk van de Elfde Hertog met de zuster van John F. Kennedy, Kathleen. Zijn jongere broer bracht glamour naar Chatsworth door te trouwen met Deborah Mitford, de jongste van de Mitford-zusjes. Hun huidige zoon, de bescheiden Peregrine, zette zich hard in voor het onderhoud van Chatsworth, dat een unieke kunstverzameling bezit, van tekeningen van Rafaël tot een telefoon van Elvis Presley, van een Rembrandt tot het werk van de jonge Lucian Freud, die net als Hobbes een beschermeling was van de verlicht-aristocratische Devonshires.