Overview Effect

Verlichting?

Dat wat buiten de mens ligt is in onze humanistische cultuur uit het zicht geraakt – het verlies van de sterren getuigt daarvan. Het is tijd om onze verlichting te begrenzen; onze nauwe blik functioneert niet meer.

Academy for Urban Astronauts, 2018 © Sander van Iersel

We zijn het nachtelijk duister kwijt. In 2016 heeft het Light Pollution Science and Technology Institute een atlas gemaakt van de nachtelijke sterrenhemel. Het is een waar-kun-je-nog-sterren-zien-kaart. De bevindingen zijn opmerkelijk. Zo woont 99 procent van de inwoners van de Verenigde Staten en de Europese Unie – die unies met al die sterren in hun vlag – op plaatsen waar het nu onmogelijk is om de Melkweg te zien. De boosdoener is, uiteraard, lichtvervuiling. Onze steden zijn te verlicht en je hebt duisternis nodig om sterren te kunnen zien.

In zijn boek The End of Night schat Paul Bogard dat tachtig procent van de kinderen die nu geboren worden in de VS en de EU gedurende hun hele leven nooit zal ervaren wat het is om een boek te lezen bij sterrenlicht. Verstopt achter het weerkaatste licht van ontelbare lampen zal het meest indrukwekkende natuurlijke landschap dat we kennen – inspiratiebron voor kunst, mystiek, wetenschap en hele beschavingen – voor hen voor altijd verborgen blijven.

Een paar jaar geleden werkte ik een aantal maanden in Tokio. Ik verbleef ten westen van het centrum, langs de Chuo-lijn. Op een dag werd ik wakker met het paniekerige gevoel dat Tokio de wereld had opgeslokt. Dat de werkelijkheid vanaf nu bestond uit een eindeloze stad waarin de natuur was verdwenen. Dat er alleen nog een binnen was: een interieur van beton, plastic en asfalt. Dit gevoel was zo beklemmend dat ik in de Chuo-lijn sprong, op zoek naar het einde van de stad. Volgens de metrokaart – een enorm bord kleurrijke spaghetti – zou ik het einde van de stad op een gegeven moment moeten bereiken. Wat ook gebeurde, goddank. Na twee onrustige uren, waarin ik een niet-aflatend stedelijk landschap aan mij voorbij zag trekken, stapte ik uit op het eindstation. Een kleine halte in een of andere buitenwijk. In de verte was een suggestie van een groene heuvel te zien. Ik begon ernaartoe te lopen. Na een half uur bereikte ik een hek. Dit moest het einde van Tokio zijn. Aan de ene kant van het hek lag de grootste stedelijke conglomeratie ooit, waar 37 miljoen mensen wonen en werken in een kunstmatig interieur. Aan de andere kant van het hek lag een bos.

In zijn boek Delirious New York, uit 1978, schrijft Rem Koolhaas: ‘Manhattan as the product of an unformulated theory, Manhattanism, whose program – to exist in a world totally fabricated by man, i.e., to live inside fantasy – was so ambitious that to be realized, it could never be openly stated.’ Manhattan als kunstmatig interieur. Ontsproten aan onze fantasie.

Tegenwoordig leven de meeste mensen inderdaad in een wereld die volledig gecreëerd is door Manhattanism. Nagenoeg alles in onze omgeving is bedacht, ontworpen, gemaakt, vervoerd, gekocht, gebruikt en geclaimd door onszelf. En daardoor op een of andere manier een afspiegeling van onszelf. De dingen die ‘van zichzelf zijn’ hebben geen bestaansrecht meer en kunnen daarom simpelweg worden vervangen, of weggedrukt. Zoals de sterrenhemel wordt weggedrukt. Om de eenvoudige reden dat hij niet door iemand is bedacht, gekocht of opgehangen. Of geclaimd – want er kan waarschijnlijk geen kijkgeld voor worden gevraagd.

Steward Brand, 1967

In deze uit de kluiten gewassen binnenwereld, niet ongelijk een psychotische waan, hebben we het uitzicht verloren op datgene wat búiten onszelf ligt. We noemen dit fenomeen inmiddels geen Manhattanism meer. Dat is tegenwoordig namelijk een veel te lokale duiding. We gebruiken de term ‘Antropoceen’, wat Manhattanism is maar dan op planetaire schaal. Hoe kunnen we onze blik weer naar buiten richten?

Er bestaat een medicijn tegen dit cultureel navelstaren. Het heet het ‘overzichtseffect’ en wordt door sommige ruimtevaarders ervaren als ze vanuit de ruimte naar de aarde kijken. Het overzichtseffect is een gewaarwording die vaak wordt omschreven als een diep gevoel van verbondenheid met en verantwoordelijkheid voor al het leven op aarde – en voor de aarde zelf. Het schijnt een onuitwisbare ervaring te zijn om onze woonplaats van grote afstand zo kwetsbaar in het grote niets te zien hangen. Als je eenmaal wordt geraakt door het overzichtseffect, kom je er nooit meer vanaf. Zoals Wubbo Ockels liet zien tijdens een emotioneel betoog voor duurzaamheid en vredelievendheid op zijn sterfbed.

De sterrenhemel wordt weg­gedrukt, want hij is door niemand bedacht, gekocht of opgehangen

Het overzichtseffect is overigens niet voorbehouden aan ruimtevaarders. In de jaren zestig heeft cultuurfenomeen Stewart Brand zijn persoonlijke overzichtseffectmoment waarop hij het als zijn missie ziet de mensheid wakker te schudden. De hippiebeweging staat in de vijfde versnelling en Brand is een van haar boegbeelden. Hij heeft net het Trips Festival georganiseerd en zit op het dak van een gebouw in San Francisco – onder invloed van wat lsd – te mijmeren over zijn volgende stap: ‘So there I sat, wrapped in a blanket in the chill afternoon sun, trembling with cold and inchoate emotion, gazing at the San Francisco skyline, waiting for my vision. (…) I remembered that Buckminster Fuller had been harping on this at a recent lecture – that people perceived the earth as flat and infinite, and that that was the root of all their misbehavior. Now from my altitude of three stories and one hundred mikes, I could see that it was curved, think it, and finally feel it.’

Er zweefden toen al satellieten rond en Brand beseft op dat moment dat er een foto moet zijn van onze planeet gezien vanuit de ruimte. In die tijd had nog niemand ooit een foto gezien van de gehele aarde op afstand, dus een dergelijk beeld zou een krachtig symbool kunnen worden voor het besef dat de aarde kwetsbaar is, dacht hij.

Brand begint een campagne met de slogan: ‘Why haven’t we seen a picture of the whole earth yet?’ Een jaar later geeft de Nasa een eerste foto vrij van de gehele aardbol. (Volgens de Nasa heeft het een niets te maken met het ander.) Brand begint vervolgens een magazine genaamd The Whole Earth Catalog, waarop de betreffende aardefoto de eerste cover siert. Het tijdschrift slaat in als een bom en The Whole Earth Catalog wordt inmiddels beschouwd als een van de invloedrijkste magazines ooit uitgegeven. Het heeft niet alleen de hele ecobeweging geïnspireerd, maar ook een nieuwe generatie computer- en internetpioniers.

Wat Stewart Brand ervoer op dat dak in San Francisco is zo ongeveer het tegenovergestelde van wat ik ervoer tijdens mijn zoektocht naar het einde van Tokio. Toch zit er een verband tussen deze twee ervaringen. Twee jaar geleden hebben ze op de University of Pennsylvania onderzocht hoe het overzichtseffect neurologisch werkt. Welke delen van het brein corresponderen eigenlijk met die ervaring en wat betekent dit? De conclusie is opmerkelijk. Volgens hen ontstaat het overzichtseffect in de ervaring van twee mentale ruimtes tegelijkertijd – de ruimte buiten jezelf en de ruimte binnen in jezelf. Als je tegelijkertijd zowel de ruimte buiten jezelf als de ruimte binnen in jezelf kunt ervaren, zodat die twee ruimten samensmelten, kan het overzichtseffect optreden.

Klinkt dit vaag? Of doet het denken aan een yogales? Op de University of Pennsylvania spreken ze van een transcendente ervaring; een overstijgende ervaring waarin je samenvalt met je omgeving. Maar buiten en binnen kunnen dus kennelijk op twee manieren samenvallen. Op het dak in San Francisco liet Brand de buitenwereld naar binnen stromen. Buiten werd binnen. In Tokio begaf ik mij in een kunstmatig interieur waarin er geen buiten meer leek te bestaan. Een wereld waarin binnen buiten was geworden. Terwijl voor Brand de ruimte zich opende en hij zichzelf voelde samenvallen met de wereld, ervoer ik een claustrofobische en geïsoleerde staat van zijn. Manhattanism en Antropoceen – twee woorden dus voor het omgekeerde van het overzichtseffect. De vraag is nu: hoe kunnen we van het overzichtseffect een algemene ervaring maken, voor iedereen toegankelijk? We kunnen moeilijk iedereen een paar weken in een omloopbaan schieten.

Dat brengt ons terug bij de sterren. Er zijn genoeg argumenten die politici en beleidsmakers kunnen opvoeren waarom we de sterrenhemel terug moeten brengen boven onze steden, zonder risico te lopen dat ze later met het schaamrood op de kaken terug naar de tekentafel moeten. Zo is lichtvervuiling slecht voor de volksgezondheid. Onze chronobiologie wordt gesynchroniseerd door licht. Met het verdwijnen van het donker is onze chronobiologie dus in de war. Dat heeft effect op onze stressniveaus, wat weer allerlei andere nare fysiologische en psychologische gevolgen kan hebben. En dit geldt des te meer voor de ons omringende ecosystemen, want dieren en planten kunnen ’s avonds niet de gordijnen dichttrekken. Bovendien bespaart het energie wanneer we de lichten dimmen of uitdoen. En, als laatste, kunnen we de sterrenhemel opvoeren als natuurlijk erfgoed. Zoals we dat gedaan hebben met de Waddenzee.

Allemaal goede argumenten, met aanwijsbare precedenten waar besluitmakers op terug kunnen vallen. Maar wat mij betreft is de beste reden – die net als Manhattanism niet openlijk gezegd mag worden – om de verlichting (met kleine en grote V) te dimmen zodat we weer uitzicht krijgen op datgene wat buiten onszelf ligt. Zodat we de sterrenhemel opnieuw kunnen omarmen als kosmisch referentiekader. Een dagelijkse herinnering dat er iets groters is dan wijzelf. Dat we rekening moeten houden met dingen die niet uit onszelf voortkomen. Dat wil zeggen; als we deze tijden willen overleven.

We leven in een humanistische cultuur, waarin de mens en zijn belangen centraal staan in al onze overwegingen. Dit heeft ons veel gebracht maar is al een tijdje niet meer een werkbaar uitgangspunt. We moeten leren samenleven met het leven om ons heen – dat zich nu buiten ons nauwe blikveld bevindt. Een post-humanistische blik ontwikkelen. Maar dan moeten we eerst doorvoelen dat onze eerdere arrogantie ietwat misplaatst was, dat we op kosmische schaal niet veel voorstellen. Wat beangstigend is, maar ook bekrachtigend. Net als het overzichtseffect. Dit kunnen we bereiken door met z’n allen naar de sterren te reizen en omlaag te kijken, of gewoon door het licht uit te doen en omhoog te kijken.


Christiaan Fruneaux is futuroloog en medeoprichter van Studio Monnik